's-Hertogenbosch|

Wrakingsverzoek nabestaanden afgewezen

De nabestaanden van een 15-jarig Eindhovens meisje dat in 1995 werd gedood, zijn in hun hoedanigheid als spreekgerechtigden niet ontvankelijk in hun wrakingsverzoek. Dat is het oordeel van de wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. De nabestaanden zijn als benadeelde partij wél ontvankelijk, maar de wrakingskamer wijst hun wrakingsverzoek af. Dat betekent dat de rechtbank met dezelfde rechters de inhoudelijke behandeling van de strafzaak zal afronden. Wanneer de laatste zittingsdag is, is nog niet bekend.

Nabestaanden van het slachtoffer wraakten afgelopen vrijdag 14 oktober de rechters die de strafzaak tegen de 49-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. behandelden. Volgens de nabestaanden wekten de rechters de schijn van vooringenomenheid, onder meer omdat de rechters bepaalden dat de broer niet opnieuw spreekrecht mocht uitoefenen, de stiefmoeder en stiefzus geen spreekrecht toekwam, bepaalde processtukken (te) laat werden verstuurd en de nabestaanden een verkeerde plek in de zaal hadden toegewezen gekregen.

De wrakingskamer oordeelt dat deze processuele en organisatorische beslissingen niet zo onbegrijpelijk zijn dat daaruit een vooringenomenheid van de rechters blijkt.

Ook voerden de nabestaanden aan dat de rechters bij hen en hun advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. het gevoel hebben doen ontstaan dat zij werden dwarsgezeten. De wrakingskamer stelt dat, ook al zou het feitelijk juist zijn, dit geen zwaarwegende omstandigheden opleveren voor het vermoeden van partijdigheid bij de rechters.

De optelsom van alle gronden die zijn aangevoerd, leidt evenmin tot het oordeel dat er sprake is van een “objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid” van de rechters. Daarmee resteert het subjectieve standpunt van de verzoekers dat de rechters partijdig zijn, dan wel dat zij dit vrezen. Dat is echter onvoldoende voor het toewijzen van een wrakingsverzoek, hoe betreurenswaardig het ook is dat de verzoekers het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechters hebben verloren.