Vier jaar cel voor Twentse sportschoolhouder

Failliete sportschool
Het witwassen vond jarenlang hoofdzakelijk plaats door de contante opbrengsten uit de hennepkwekerij in de administratie van zijn onderneming weg te boeken. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn boekhouder hebben op die manier de schijn van een florerende onderneming gewekt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. de man voor faillissementsfraude. Vanaf het moment dat in juli 2018 het faillissement van de sportschool was uitgesproken heeft de verdachte er alles aan gedaan om de afwikkeling van dat faillissement te frustreren. Niet alleen heeft hij niet voldaan aan zijn boekhoudverplichting door geen administratie te voeren en deze aan de curator te verstrekken, ook heeft hij waardevolle fitnessapparatuur aan de faillissementsboedel onttrokken n. De voormalig sportschoolhouder heeft daardoor willens en wetens de verhaalsmogelijkheden van crediteuren in ernstige mate benadeeld, aldus de rechtbank.
Omdat de redelijke termijn waarbinnen strafzaken in de regel dienen te worden behandeld is overschreden, legt de rechtbank een gevangenisstraf van kortere duur op dan zou zijn opgelegd als de strafzaken binnen de redelijke termijn was behandeld.
Taakstraf voor boekhouder
De rechtbank veroordeelt de toenmalige boekhouder van de sportschool tot een taakstrafWerkstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden voor het medeplegen van gewoontewitwassen.