12 jaar cel voor brandstichting en belaging
Gebeurtenissen
De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. heeft zich in een periode van een maand schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten: vier maal brandstichting en twee maal belaging. De verdachte kon niet verdragen dat zijn vriendin hun relatie had verbroken. Na de breuk probeerde hij voortdurend haar liefde terug te winnen. Zijn obsessieve pogingen sloegen om in jaloers, controlerend gedrag en uiteindelijk in de bewezen verklaarde strafbare feiten.
Grote impact
Op 28 april 2016 stichtte de verdachte brand in de woning van de kennis. Op 10 mei 2016 aan zijn schuur. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. rekent het de verdachte zwaar aan dat hij doorging met het sturen van bedreigende berichten en telefoontjes, terwijl hij wist van een woningbrand op 20 mei 2016 waarbij de ouders van de kennis om het leven kwamen. De rechtbank noemt het ijzingwekkend gewetenloos dat de man op 24 mei 2016 opnieuw brand stichtte aan de woning van de zus van de kennis. De gevolgen van deze brand bleven beperkt doordat voorzorgsmaatregelen waren genomen. Tot slot stichtte de verdachte op 28 mei 2016 brand aan het huis van zijn ex-vriendin en haar drie kinderen. Deze schokkende gebeurtenissen zorgden voor veel angst en onveiligheid. Ze hebben een grote impact op de levens van de betrokkenen.
Houding van de verdachte
De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij op geen enkele manier verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen. Hij zweeg tijdens de politieverhoren en ontkende tijdens de zitting elke betrokkenheid. Hij weigerde mee te werken aan een psychologisch en psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum. De rechtbank kreeg daardoor onvoldoende zicht op zijn problemen. De houding van de verdachte maakt dat ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling. De rechtbank acht daarom een lange onvoorwaardelijke celstraf noodzakelijk.