Rotterdam|

13 cel voor dodelijke schietpartij Westkousdijk

De rechtbank in Rotterdam heeft een 23-jarige man uit Krimpen aan den IJssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 13 jaar voor het doodschieten van een 25-jarige man. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte met opzet het slachtoffer heeft doodgeschoten, maar is niet van oordeel dat hij dat met voorbedachte raad heeft gedaan. Daarom wordt de 23-jarige man veroordeeld voor doodslag en niet voor moord. Daarnaast moet hij een forse schadevergoeding betalen van 73.285,94 euro aan de nabestaanden.

Woonwijk

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. schoot op 3 juli 2019 het slachtoffer neer op de Westkousdijk in Rotterdam. Het schot trof het slachtoffer in de zijkant van zijn hoofd, waarna hij op 6 juli in het ziekenhuis overleed. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. rekent het de verdachte zwaar aan dat hij op klaarlichte dag, midden in een woonwijk, op het slachtoffer schoot. De aanwezigheid van omstanders heeft er niet voor gezorgd om af te zien van het schieten. Hoewel de verdachte twee dagen daarvoor zelf is beschoten en dat het slachtoffer daarbij mogelijk betrokken was, zorgen niet voor een lagere straf.

Doodslag

De rechtbank veroordeelt de verdachte uiteindelijk voor doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord., omdat niet uitgesloten kan worden dat de verdachte in een opwelling handelde na een kortstondige woordenwisseling met het slachtoffer. Wel acht de rechtbank bewezen dat de verdachte uit was op de confrontatie en daarbij rekening hield met de mogelijkheid op een gewelddadige afloop. Daarom kan wel bewezen worden dat de verdachte het slachtoffer opzettelijk heeft doodgeschoten, maar niet dat hij toen heeft gehandeld met voorbedachte raad. Dat betekent dat sprake is van doodslag en niet van moord.