Rotterdam|

Bestuursrechter: opvang 80 asielzoekers in Papendrecht mag doorgaan

De opvanglocatie voor 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen in het centrum van Papendrecht mag in gebruik worden genomen. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam in een uitspraak van vandaag besloten.

Het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht heeft een omgevingsvergunning verleend die het mogelijk maakt dat het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) een (voormalig) winkel- en kantoorgebouw voor 5 jaar in gebruik neemt als opvanglocatie.

Locatie

Een vereniging van omwonenden heeft hiertegen bezwaarProtest van een particulier of organisatie tegen bepaald overheidshandelen. gemaakt en de rechter in een spoedprocedure gevraagd om de vergunning voorlopig te schorsen. In zijn uitspraak benadrukt de rechter dat hij niet gaat over de beslissing om in Papendrecht (alleenstaande minderjarige) vreemdelingen op te vangen, omdat dat een politiek-bestuurlijke keuze is.

Hij beoordeelt wel het besluit om juist op deze plek een opvanglocatie te vestigen. Van belang is of het college alle ruimtelijke gevolgen van de beoogde opvanglocatie goed heeft onderzocht en alle belangen, waaronder de belangen van omwonenden, goed heeft afgewogen.

Vrees voor overlast

De omwonenden vrezen overlast in hun woonomgeving. De voorzieningenrechter heeft begrip voor de zorgen die bij omwonenden leven over wat het voor hen gaat betekenen als er vanwege de opvanglocatie nabij hun woningen ineens zo’n grote groep jongeren wordt gehuisvest.

Dat neemt niet weg dat het college bij de beoordeling van deze vergunningaanvraag niet hoeft uit te gaan van een situatie waarin in de openbare ruimte overlast wordt veroorzaakt. Deze overlast is namelijk een kwestie van handhaving van de openbare orde. Maar omdat het hier om een bijzondere doelgroep gaat van 80 jongeren in de leeftijd van 15 tot 18 jaar, kan het college in het ruimtelijke spoor niet helemaal aan het aspect sociale veiligheid voorbijgaan.

Veiligheidsplan

Bij de aanvraag is vermeld dat een veiligheidsplan wordt vastgesteld. Dat is op dit moment nog niet gebeurd en in de omgevingsvergunning is niet duidelijk voorgeschreven dat dit vóór de ingebruikname van de opvanglocatie moet gebeuren. De voorzieningenrechter bepaalt daarom in zijn uitspraak dat het COA de tijdelijke opvanglocatie pas in gebruik mag nemen nadat het veiligheidsplan is vastgesteld.

Geluidsonderzoek

Verder vindt de voorzieningenrechter dat het geluidsonderzoek op twee punten onduidelijk is, maar dat kan in de bezwaarprocedure nader worden bekeken. De voorzieningenrechter ziet hierin geen reden om de vergunning te schorsen. Vanwege het grote tekort aan opvangplaatsen laat hij het belang van het COA voor nu zwaarder wegen.

Op de andere punten die de omwonenden hebben aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter ook geen reden om het in gebruik nemen van de opvanglocatie in afwachting van bezwaarprocedure te verbieden.