Boetes tabaksfabrikanten en -groothandelaren verlaagd

De staatssecretaris verwijt de eisende partijen dat zij reclame hebben gemaakt door afspraken te maken met tabaksspeciaalzaken, supermarkten en tankstations over bijvoorbeeld indeling van de winkelschappen en het betalen van vergoedingen en verkoopbonussen.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. oordeelt dat de afspraken terecht zijn aangemerkt als reclame, omdat de afspraken het doel hebben de verkoop van tabaksproducten te bevorderen en niet vallen onder één van de uitzonderingen. Dat betekent dat de staatssecretaris bevoegd was om bestuurlijke boetes op te leggen.
Reclameverbod
Het reclameverbod staat sinds 2002 in de wet en dient ter bevordering van de volksgezondheid. Bij de invoering van het verbod was het betalen van vergoedingen een niet geheel onbekend fenomeen. De staatsecretaris heeft hiertegen vóór 2018 nooit opgetreden. Daarom zijn de opgelegde boetes volgens de rechtbank in strijd met het rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel. Om die reden matigt de rechtbank de opgelegde boetes met 75% en kunnen de wegens recidiveHerhaling van strafbaar gedrag. opgelegde verhogingen niet in stand blijven. In enkele gevallen matigt de rechtbank de boetes verder, omdat het marktaandeel of de bedrijfsgrootte van de tabaksfabrikant of -groothandelaar daarvoor aanleiding geeft.