ExxonMobil handelde in strijd met indexatieafspraken voor gepensioneerden

Rotterdam|
De kantonrechter oordeelt in een tussenbeschikking dat ExxonMobil in Nederland in strijd handelde met gemaakte afspraken en goed werkgeverschap door geen aanvullende financiering voor indexatie beschikbaar te stellen voor gepensioneerden. Voor hen bleef pensioenindexatie in de jaren 2021 tot en met 2024 achter.

De zaak
De ondernemingsraad maakt met ExxonMobil afspraken over de arbeidsvoorwaarden van het personeel, waaronder pensioen. In 2005 hebben de ondernemingsraad van de oliemaatschappij en ExxonMobil een afspraak gemaakt over de indexatie van pensioenen van gepensioneerden.

Volgens die afspraak wordt jaarlijks gestreefd naar een verhoging van de pensioenen met 90% van de afgeleide consumentenprijsindex (CPI), met als maximum de loonsverhoging van de actieve werknemers. Daarnaast kan ExxonMobil in bijzondere omstandigheden extra geld beschikbaar stellen voor een aanvullende uitkering aan gepensioneerden.
In de jaren 2021 tot en met 2024 bleef de indexatie voor gepensioneerden achter bij die ambitie. In 2024 kregen gepensioneerden helemaal geen indexatie, terwijl actieve werknemers in dat jaar wel een forse loonsverhoging kregen. 

De ondernemingsraad vroeg de kantonrechter daarom onder meer te oordelen dat ExxonMobil de indexatieafspraak moet nakomen en financiering beschikbaar moet stellen voor compensatie van gemiste indexatie. ExxonMobil verzette zich daartegen.

Tussenbeschikking
De kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. legt de indexatieafspraak zo uit dat ExxonMobil zich heeft verbonden te streven naar indexatie van 90% van de afgeleide CPI, voor zover die verhoging niet hoger is dan de loonsverhoging van actieve werknemers. Het aanvullende deel van de regeling is volgens de kantonrechter bedoeld om bij te sturen wanneer bijzondere omstandigheden ertoe leiden dat die ambitie anders niet wordt gehaald.

Volgens de kantonrechter deed zich in 2021 tot en met 2024 zo’n bijzondere situatie voor. Door de lage loonsverhogingen voor actieve werknemers in eerdere jaren en de hoge loonsverhoging in 2024, pakte de formule ongunstig uit voor de gepensioneerden. De afspraken die zijn gemaakt over de indexatie waren minder discretionair dan ExxonMobil stelt. ExxonMobil had daarom het aanvullende deel van de regeling moeten toepassen. Ook had ExxonMobil beter moeten motiveren waarom zij dat niet deed.

De kantonrechter vindt dat ExxonMobil in de gegeven omstandigheden financiering beschikbaar moet stellen voor een redelijke compensatie van de gemiste indexaties. De rechter kan nu nog geen eindbeslissing nemen, omdat de verzoeken van de ondernemingsraad in hun huidige vorm niet toewijsbaar zijn. Het is niet gezegd dat ExxonMobil gehouden is om exact dezelfde verhoging toe te kennen als het percentage van 7% waarmee zij in 2024 het loon van de actieven heeft verhoogd.

De ondernemingsraad mag zijn verzoeken nader concretiseren en zo nodig aanpassen. ExxonMobil mag daarop reageren.