Rotterdam|

Ontnemingsvordering wordt voor ruim 9,5 miljoen euro toegewezen

De rechtbank acht het aannemelijk dat met twaalf luchttransporten cocaïne is vervoerd en dat veroordeelde daaruit wederrechtelijk verkregen voordeel heeft verkregen. De rechtbank vindt dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de stelling van het Openbaar Ministerie dat veroordeelde 1/3 deel van de totale winst, een bedrag van 64 miljoen euro, heeft verdiend met de drugstransporten.

Omdat de veroordeelde geen enkel inzicht heeft gegeven in welk bedrag hij heeft ontvangen, ziet de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. geen andere mogelijkheid dan een schatting te maken hoeveel de veroordeelde per transport heeft verdiend. Gelet op de essentiële rol die verdachte bij de transporten heeft gespeeld, maar ook gelet op zijn uitgavenpatroon, schat de rechtbank dat hij bij elk transport ten minste 5 % van de winst heeft ontvangen, zijnde € 9.604.452,25. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn wordt de betalingsverplichting op € 9.599.452,25 gesteld.