Rotterdam|

Rechter: recht op 104 weken loon voor langdurig zieke pgb-zorgverlener?

Een vrouw die betaalde pgb zorg verleende aan haar neef en twee jaar loon eist, moet eerst een Ziektewetuitkering aanvragen, oordeelt de Rotterdamse kantonrechter. De vrouw raakte in 2023 langdurig ziek en had op basis van de toen geldende wetgeving recht op maximaal zes weken doorbetaling van haar loon. Als zij recht heeft op een Ziektewetuitkering heeft zij onvoldoende belang bij haar eis tot doorbetaling van 70% van haar loon gedurende 104 weken.

Foto: zittingszaal rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Rotterdam | Fotograaf: Edward Loomans

Waar gaat de zaak over?

Een vrouw (‘verzoekster’) verleent zorg aan haar meervoudig gehandicapte neef. Ze wordt betaald uit het persoonsgebonden budget (pgb) van de neef. In september 2023 meldt de vrouw zich ziek. De eerste zes weken krijgt ze haar loon doorbetaald. Verzoekster vindt dat ze niet zes, maar 104 weken (twee jaar) recht heeft op doorbetaling. Ze beroept zich op Europees en Internationaal recht.

De vader van de meervoudig gehandicapte neef (‘verweerderIn civiel of bestuursrecht: de tegenpartij van de verzoeker of eiser.’) is het daar niet mee eens. Hij beheert het pgb-budget van zijn zoon en vindt dat hij na zes weken ziekte het loon niet langer hoeft te betalen.

Verkorte loondoorbetaling

In de wet staat dat een huishoudelijk hulp of zorgverlener in dienst van een particulier persoon, die minder dan dagen per week werkt, bij ziekte recht heeft op zes weken loon (70%). Verzoekster zorgt minder dan vier dagen per week voor haar gehandicapte neef. Voor ‘gewone’ werknemers geldt een doorbetaling van 104 weken.

De wettelijke bepaling waarin deze uitzondering is geregeld, hoort bij de Regeling Dienstverlening aan Huis. Door deze regeling hebben deze werknemers minder arbeidsrechtelijke bescherming dan ‘gewone’ werknemers. Deze regeling is in de rechtspraak herhaaldelijk ter discussie gesteld.

Discriminatie van vrouwen

De Centrale Raad van BeroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. oordeelde in 2023 dat pgb-zorgverleners die vallen onder de Regeling Dienstverlening aan Huis niet mogen worden uitgesloten van de verplichte verzekeringZie: Inverzekeringstelling voor de Werkloosheidswet (WW). Het uitsluiten van deze groep levert volgens de Centrale Raad van Beroep indirecte discriminatie van vrouwen op, omdat dit een aanzienlijk hoger percentage vrouwen dan mannen treft.

Door deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is in 2025 een wetsvoorstel ingediend om de regeling te veranderen. Het doel van de nieuwe wet is alle pgb-zorgverleners met een arbeidsovereenkomst dezelfde rechten te geven als werknemers die niet vallen onder de Regeling Dienstverlening aan Huis. De bedoeling is dat de wet met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 in werking treedt.

Gevolgen verzoekster

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, krijgen pgb-zorgverleners (zoals verzoekster) tijdens ziekte recht op 104 weken loon. Maar de vrouw stelde bij de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. dat ze niets zou hebben aan die wet. Omdat ze al in 2023 ziek werd gelden voor haar nog de oude regels.

Toch heeft de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep waarschijnlijk wel gunstige gevolgen voor de verzoekster. UWV heeft als toelichting op het wetsvoorstel te kennen gegeven dat ze de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep met terugwerkende kracht in praktijk tot december 2021 toepast ook op de Ziektewet.

Voor verzoekster betekent dit dat zij aansluitend op de periode van zes weken waarin verweerder het loon heeft doorbetaald mogelijk dus recht heeft op een langdurige uitkering op grond van de Ziektewet.

Beslissing

Verzoekster heeft waarschijnlijk in praktijk al een goed vangnet onder de Ziektewet. Daarom vindt de kantonrechter op dit moment dat partijen onvoldoende belang hebben bij een beslissing in deze rechtszaak.

De procedure wordt daarom aangehouden om verzoekster de kans te geven een Ziektewetuitkering aan te vragen bij het UWV. Zodra het UWV daarover duidelijkheid geeft, mag de vrouw dat laten weten aan de rechter en welke gevolgen dit volgens haar heeft voor deze procedure.