Rotterdam|

Verzekeraar hoeft juridische kosten van ontslagen bestuurders Stichting Hulptroepen Alliantie niet te vergoeden

Verzekeringsmaatschappij HDI hoeft de juridische kosten van de twee ontslagen bestuurders van Stichting Hulptroepen Alliantie niet te vergoeden. Dat heeft de voorzieningenrechter in Rotterdam beslist. De eisers wilden dat HDI werd veroordeeld om de gemaakte en nog te maken kosten van hun beroep tegen de ontslagbeschikking zou vergoeden. Zij deden daartoe een beroep op de door de Stichting gesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering.

Geen spoedeisend belang

De twee bestuurders hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang hebben bij hun vordering, die in wezen een geldvordering is. Concrete en onderbouwde gegevens over de actuele inkomsten- en vermogenspositie van eisers ontbreken en stukken van de strafvorderlijke beslagen zijn niet overgelegd.

Bijzondere polisvoorwaarden

Van een harde vordering is ook geen sprake. HDI heeft de vordering uitvoerig bestreden met niet op voorhand of op eenvoudige wijze – in aanmerking nemende dat het een kort gedingProcedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). betreft- te verwerpen argumenten. 

HDI doet bovendien een beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. op bijzondere polisvoorwaarden die haar zeer ruime bevoegdheden geven om te beslissen over, bijvoorbeeld, het voeren van verweerDe verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. of het berusten in een uitspraak. Van die bevoegdheden maakt HDI gebruik.

Vordering niet voldoende onderbouwd

Tot slot overweegt de voorzieningenrechter nog dat de vordering onvoldoende concreet – onvoldoende bepaalbaar – is en niet aansluit bij de tekst van de bijzondere polisvoorwaarden. Pas tijdens de mondelinge behandeling, en zonder enige onderbouwing, hebben de eisers gesteld dat de kosten van het beroepschriftGeschrift waarmee een (bestuursrechtelijke) procedure tegen de overheid wordt ingesteld. In (civiele) verzoekschriftprocedures is een ‘beroepschrift’ het schriftelijke stuk waarmee hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak van de (civiele) rechter. ongeveer € 15.000 bedragen.

De vordering is echter niet op dit bedrag toegespitst. Een grove inschatting van de nog te maken kosten hebben eisers niet gemaakt. Toewijzing van de vordering om 'de kosten van verweer te vergoeden' komt neer op een blanco cheque. De bijzondere polisvoorwaarden geven echter slechts recht op vergoeding van redelijke kosten van verweer, op verzoek van of met toestemming van verzekeraars gemaakt.

De vorderingen worden daarom afgewezen en de eisers worden veroordeeld in de kosten van procedure.