Vrijspraak voor therapeut die werd verdacht van ontucht
Aangifte en verjaring

De aangeefster heeft in 2018 voor het eerst een informatief gesprek met de zedenpolitie gevoerd over haar contacten met de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en later dat jaar aangifte tegen hem gedaan. Dit is jaren na de tenlastegelegde feiten. In die tussentijd is de verdachte veroordeeld voor soortgelijke verdenkingen. Deze strafzaken en de behandeling daarvan zijn uitgebreid in het nieuws geweest. Deze berichten in de pers zijn voor de aangeefster aanleiding geweest om zich ook bij de politie te melden. Een deel van de feiten is inmiddels verjaard.
Betrouwbaarheid en aanvullend bewijs
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt de verklaring van de aangeefster betrouwbaar maar voor een veroordeling is aanvullend bewijs nodig. Vooral ook omdat de verdachte de feiten ontkent en de aangeefster bovendien moeite had om te verklaren over de concrete gebeurtenissen.
Een getuige die volgens de aangeefster bij seksuele handelingen aanwezig zou zijn geweest, heeft de ontucht ontkend. Een andere mogelijke getuige heeft geweigerd om een verklaring af te leggen.
Andere getuigen verklaren kort en globaal over wat er zou zijn gebeurd en deden dat 'van horen zeggen'. Ze waren er dus niet bij. De veroordeling van de verdachte in eerdere soortgelijke zaken, kan in deze zaak niet als (schakel)bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. worden gebruikt.