Rotterdam|

Zaken tegen 10 terrorismeverdachten aangehouden

De rechtbank in Rotterdam heeft vandaag beslist dat de strafzaken tegen 10 mannen die er van worden verdacht zich te hebben aangesloten bij een terroristische organisatie worden aangehouden. Het OM stelt dat deze mannen zich in het strijdgebied in Syrië of Irak bevinden en zich daar bij een terroristische organisatie hebben aangesloten. Het OM heeft onder meer via social media geprobeerd de verdachten van de strafzaak op de hoogte te stellen.

Eerlijk proces

De vraag die bij deze beslissing centraal staat is of de verdachten buiten hun aanwezigheid mogen worden berecht. De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt voorop dat het aanwezigheidsrecht van evident belang is: dit is één van de meest fundamentele rechten van een verdachte op een eerlijk proces.

Inspanningsverplichting

Uitgangspunt is dan ook dat zoveel mogelijk in het werk gesteld wordt om de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. ter zitting aanwezig te kunnen laten zijn. De rechtbank constateert dat het OM zijn inspanningsverplichting op dat punt serieus neemt, en er alles aan doet om de verdachte bijvoorbeeld via social media, en al dan niet via- via te bereiken.

Dit heeft er in sommige gevallen toe geleid dat de verdachte is bereikt en op de hoogte is van de vervolging en/of zitting, dat er contact is tussen de politie en de verdachte, of dat een advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. is benaderd. In een aantal gevallen is er geen enkele vorm van contact tot stand gekomen met de verdachte. In geen enkel geval is de verdachte ter zitting verschenen.

Aanwezigheidsrecht

Het gaat hier om relatief jonge zaken- de dagvaardingen zijn in februari en maart 2017  uitgebracht- en de situatie in de strijdgebieden waar de verdachten zich toen en nu zouden ophouden verandert dagelijks. Contact maken en het eventueel terugkeren naar Nederland om gebruik te maken van hun aanwezigheidsrecht is daardoor bepaald niet eenvoudig. Hier komt bij dat de politieke en militaire situatie aldaar aan veranderingen onderhevig is, en aspecten van o.a. veiligheid en gevaar daarmee mogelijk ook.

Hoewel een voortvarende behandeling van een strafzaak in het algemeen zeer valt toe te juichen, kan onder deze bijzondere omstandigheden juist wat minder haast in het belang van een goede rechtspleging zijn.

Maatwerk

Per verdachte zal dan ook moeten worden bekeken wat de stand van zaken is, waarbij het aanwezigheidsrecht de leidraad is. De rechtbank onderscheidt daarom 3 categorieën:

Categorie 1:
De verdachte heeft aangegeven aanwezig te willen zijn bij zijn strafzaak: deze zaken worden aangehouden tot 30 januari 2018. Het OM wordt verzocht alles in het werk te stellen zodat deze verdachten van hun aanwezigheidsrecht gebruik kunnen maken.

Categorie 2:
De verdachte heeft afstand gedaan van het recht om bij de strafzaak aanwezig te zijn: deze zaak wordt bij verstekNiet verschijnen van de gedaagde of de verdachte op de rechtszitting. inhoudelijk behandeld op 12 september 2017.

Categorie 3:
Het is niet duidelijk of de verdachte bij de strafzaak aanwezig wil zijn of dat hij afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht:

- Zaken van verdachten van wie vaststaat dat zij van de strafzaak op de hoogte zijn worden aangehouden om duidelijk te krijgen of zij de zitting willen bijwonen.
- In sommige zaken heeft de familie van de verdachten contact met hen. In deze zaken moet nog nader worden onderzocht of de verdachten van de strafzaak weten en of ze die willen bijwonen.
- Zaken waarin geen enkel contact is en onduidelijk is of de verdachte nog leeft.

Deze zaken worden aangehouden tot 30 januari 2018, voor nader onderzoek.
In de zaak van één verdachte heeft de rechtbank vastgesteld dat het niet alleen onduidelijk is of hij nog in leven is, maar dat er zelfs aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Hierin ziet de rechtbank aanleiding de zaak aan te houden voor onbepaalde tijd, tot hierover duidelijkheid bestaat.