Brandweerpost Cadzand mag gesloten blijven

De vrijwilligers van de brandweerpost Cadzand startten een Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen. Dit is een voorlopige uitspraak. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). nadat de Veiligheidsregio Zeeland op 10 juli 2026 besloot de brandweerpost Cadzand per 1 augustus 2026 te sluiten. Zij wilden er met deze spoedprocedure voor zorgen dat dit besluit werd geschorst of dat werd verboden dit besluit uit te voeren totdat een bodemrechter over de rechtmatigheid van het besluit had geoordeeld. De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de vordering van de vrijwilligers afgewezen.
De voorzieningenrechter mag volgens de wet in een kort geding niet opnieuw beslissen over een besluit. Tijdens een spoedprocedure kan de voorzieningenrechter de uitvoering van het besluit, dus de sluiting van de brandweerpost, alleen verbieden als verwacht wordt dat de bodemrechter in de Term die gebruikt wordt voor een normale, uitgebreide procedure bij de rechtbank, in vergelijking met het kort geding (voorlopige voorziening). zal gaan oordelen dat het besluit onrechtmatig is. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat daar in dit kort geding geen sprake van is.
Volgens de voorzieningenrechter is onder andere onvoldoende duidelijk gemaakt dat het sluiten van de brandweerpost in strijd is met de wettelijke normen die er zijn voor de aanrijtijden voor hulpdiensten. De sluiting is daarnaast ook niet in strijd met toezeggingen die in het verleden door de Veiligheidsregio Zeeland aan de vrijwilligers zijn gedaan. Ook de korte termijn waarbinnen de Ondernemingsraad advies heeft uitgebracht heeft volgens de voorzieningenrechter niet geleid tot onrechtmatigheid van het besluit.