Geen bewijs opzet: scoutingleider vrijgesproken van zware mishandeling
Inwijdingsritueel
Het zogenoemde brandmerken met een inktstempel hoorde bij een inwijdingsritueel voor kinderen die zeeverkenner willen worden. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. hoorde bij de leiding van het kamp. De kinderen moesten één voor één bij hem komen om een teken van de scouting met inkt op hun rug gestempeld te krijgen. Dit gebeurde zonder dat de andere kinderen dit konden zien. Ook kregen de kinderen de opdracht te schreeuwen om te doen alsof het flink pijn deed. De verdachte zegt dat hij voorafgaand aan het stempelen van het eerste kind een vuur met de stempel heeft opgepookt, bij ieder kind de stempel kort door het vuur haalde om het ritueel nog echter te laten lijken en voor het stempelen controleerde of de stempel niet te warm was.
Geen opzet, wel onvoorzichtig
Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. is er geen bewijs dat de verdachte opzettelijk, bewust letsel bij de kinderen heeft veroorzaakt. Het staat voor de rechtbank vast dat de verdachte inderdaad controleerde of de stempel niet te warm was. Dit deed de verdachte door de stempel in de buurt van zijn arm te houden. Dit betekent volgens de rechtbank dat verdachte er van uit is gegaan dat door het stempelen geen letsel zou ontstaan. Er was daardoor geen opzet om de kinderen te verwonden. Daarom spreekt de rechtbank de verdachte vrij. Wél vindt de rechtbank dat de verdachte met grove onachtzaamheid verwijtbaar heeft gehandeld waardoor bij drie kinderen letsel is ontstaan. Omdat dit niet ten laste was gelegd, kan de verdachte echter niet worden veroordeeld voor dit feit.