Geen schadevergoeding voor dochter van overleden verdachte

In de strafzaak tegen de moeder werd het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. - wegens het overlijden van de vrouw - vorig jaar niet-ontvankelijk verklaard. Wanneer in een strafzaak geen straf of maatregel wordt opgelegd, kan een verdachte die heeft vastgezeten volgens de wet om een schadevergoeding vragen. Soms kan een erfgenaam van een verdachte dat ook. De dochter van de vrouw vroeg om een schadevergoeding van ongeveer 75.000 euro voor de 344 dagen die haar moeder had vastgezeten en daarnaast de kosten die haar moeder had gemaakt voor rechtsbijstand.
De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. stelt vast dat de strafzaak tegen de moeder niet is geëindigd vanwege gebrek aan bewijs. Hoewel de vrouw haar proces in vrijheid mocht afwachten (ze was geschorst uit haar voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming.), werd in het schorsingsbevel expliciet benoemd dat er nog wel ‘ernstige bezwaren’ aanwezig waren. Het ging met andere woorden destijds dus niet alleen om een beperkte verdenking. De rechtbank vindt het onder die omstandigheden niet redelijk om aan de erfgename een schadevergoeding toe te kennen.
Klaagschrift
Naast het verzoek om een schadevergoeding, was er door de dochter ook een klaagschriftEen klaagschrift is een brief waarin iemand zijn of haar klachten of bezwaren laat weten aan een rechtbank. ingediend. Hiermee wilde zij een aantal in beslag genomen goederen terugkrijgen. De rechtbank stelt vast dat een groot deel van deze goederen al is teruggegeven of dat het beslag op een andere wijze is geëindigd. De dochter heeft daarom geen belang meer bij dit deel van het klaagschrift. Zij wordt daarom niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard in haar beklag.
In haar klaagschrift heeft de dochter ook gevraagd om teruggave van een afscheidsbrief van haar moeder. De bewuste afscheidsbrief die de dochter graag terug wil hebben, betreft een notitie waarvan een deel van de inhoud door het Openbaar Ministerie onleesbaar is gemaakt. Het leesbare gedeelte van de brief is inmiddels aan de dochter vrijgegeven. De rechtbank is van oordeel dat het beslagInbeslagneming van voorwerpen waarmee strafbare feiten zijn gepleegd, bijvoorbeeld omdat ze nodig zijn voor het bewijs of omdat ze gevaarlijk zijn (drugs, wapens), of om de criminele winsten af te romen (geld, auto’s, huizen, jachten). Dit beslag geschiedt in opdracht van de officier van justitie. op deze “afscheidsbrief” mag voortduren, nu er een strafrechtelijk onderzoek loopt naar hulp bij zelfdoding van de moeder. Volledige vrijgave van de “afscheidsbrief” kan het onderzoek schaden.