Verdachte verkoop middel X overleden: OM niet-ontvankelijk

Op 25 juni werd de strafzaak inhoudelijk behandeld in Breda. Het onderzoek werd deze dag gesloten en de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. bepaalde dat er op 8 juli uitspraak zou worden gedaan. Nadat het onderzoek was gesloten en nog voordat de rechtbank uitspraak kon doen, overleed verdachte. In de wet staat dat als iemand komt te overlijden, het recht tot strafvervolging vervalt. Juridisch betekent dit dat de rechtbank de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. moet uitspreken. De rechtbank kan dan geen inhoudelijke uitspraak meer doen waarin wordt geoordeeld over de schuld of onschuld van verdachte.
De rechtbank is zich bewust van de emoties die spelen rondom deze strafzaak. Hulp bij zelfdoding is een relatief nieuw fenomeen waarover in de samenleving verschillend wordt gedacht. Dit bleek tijdens de zitting ook uit de slachtofferverklaringen. Daarmee raakt deze zaak aan een algemeen maatschappelijk belang. Hierdoor kan de wens ontstaan om (delen) van het oordeel van de rechtbank toch openbaar te maken. Dit kan de rechtbank echter niet doen, omdat het Wetboek van Strafrecht daartoe geen ruimte biedt.