's Raads gebouw

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Bij de invoering van de Ongevallenwet 1901 werd voorzien in een administratief gerechtshof, dat belast werd met de behandeling van geschillen die uit deze wet voortvloeiden. In de Tweede Kamer bestonden meningsverschillen over de plaats waar dit college, de Centrale Raad van Beroep, diende te worden gevestigd. Sommige Kamerleden vonden het principieel onjuist een rechtscollege dat in hoogste ressort over regeringsdaden kon oordelen te vestigen in dezelfde stad waar ook de regering zelf zetelde. Uiteindelijk koos een meerderheid voor Utrecht vanwege de gunstige ligging in het centrum van het land. Vandaar dat sinds de inwerkingtreding van de eerste socialeverzekeringswet de Centrale Raad van Beroep in Utrecht is gevestigd. Achtereenvolgens vond hij onderdak op Trans 10 (1903-1915), Trans 19 (1915-1979), Maliebaan 31 (1979-2000), Catharijnesingel 63 (2000-2004) en Graadt van Roggenweg 200-250 (2004-heden).

Oude foto van het Trans 10 in utrecht 
 
 

Trans 10

Vanaf maart 1903 zetelde de Centrale Raad van Beroep in het in 1696 gebouwde pand aan Trans 10. Tot aan dat moment was het pand in gebruik als woonhuis De laatste bewoners waren drie gezusters De Muralt, die het huis van hun schoonzuster Wilhelmina Scherpenzeel, weduwe van jhr. mr. Jan Lodewijk Bernard de Muralt, wethouder van Utrecht, bewoonden. Binnen een periode van een halfjaar overleden zij tussen december 1901 en mei 1902, waarmee de woonfunctie eindigde.

Na tussenkomst van M.L. Hubert Thissen, directeur van de Landbouwbank te Utrecht, kwam het pand in bezit van mr. Johan baron d’Aulnis de Bourouill, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij was degene die het aan de Centrale Raad van Beroep verhuurde. In 1915 verliet de Centrale Raad van Beroep dit adres, waarna d’Aulnis de Bourouill het pand verkocht aan de staat ten behoeve van de universiteit.

Vanaf die tijd is Trans 10 in gebruik door de Universiteit Utrecht. Aanvankelijk als bureau en vergaderplaats voor het College van Curatoren (1917-1947), maar later voor andere onderdelen van de universiteit. Zo waren hier onder andere gevestigd het Theologisch Instituut in de jaren vijftig, het Instituut voor Klinische en Industriële Psychologie en het Universiteitsmuseum in de jaren zeventig en de Audiovisuele Dienst van de faculteit Letteren eind jaren tachtig.

Sinds de jaren negentig is het pand volledig geïntegreerd in het Academiecomplex.

 

 

Zwart-wit foto van het Trans 19 in utrecht 
 
 

Trans 19

In 1915 verhuisde de Centrale Raad van Beroep naar een nieuw onderkomen op Trans 19: een groot, geheel onderkelderd pand van twee bouwlagen en een kap, gelegen op de hoek van de Trans met de Nieuwegracht.

Het gebouw is een voorbeeld van laatgotiek: de gevel is rijk gedecoreerd met lijsten, nissen, penanten en een erker, terwijl de hoek van het pand wordt bekroond door een achtzijdige toren met torenspits. Aan het einde van de achttiende eeuw stond op deze plaats een huis met kelder en erf, dat eigendom was van de Oranjesociëteit Sic Semper, een in 1775 opgerichte sociëteit voor deftige patriciërs.

Het huidige pand werd in 1890-'91 gebouwd in opdracht van dezelfde sociëteit naar een ontwerp van architect P.J. Houtzagers (1857 1944). Het sociëteitsgebouw was het resultaat van een prijsvraag waarin Houtzagers de eerste prijs had gewonnen. In dit gebouw zijn veel elementen terug te vinden van hetgeen Houtzagers werk kenmerkt: een grote voor keur voor het toepassen van baksteen, gecombineerd met een gevarieerd materiaalgebruik met natuursteen, hout en bijvoorbeeld smeedijzer, het gebruik van decoratieve elementen zoals tegeltableaus in de ‘arts and crafts’-stijl.

Een teruglopend ledenaantal vanaf 1890 luidde het einde van Sic Semper in. De vereniging had zich voor het prestigieuze gebouw fors in de schulden gestoken, maar de elite werd steeds minder vaak lid. De oude elite verhuisde naar nieuwbouw villa’s op de Stichtse Lustwarande, terwijl de nieuwe elite zijn eigen ontmoetingsplaatsen had. De totale nieuwbouwkosten van f 125.000 hingen als een molensteen om de nek van de vereniging en het faillissement van Sic Semper was onvermijdelijk.

Uit de failliete boedel kocht de gemeente Utrecht in 1911 het pand dat zij op haar beurt verhuurde als kantoorruimte. De Centrale Raad van Beroep vond er een onderdak.

In 1979 verliet de Centrale Raad van Beroep na 64 jaar dit onderkomen. De gemeente Utrecht liet in de daaropvolgende jaren het pand restaureren en ingrijpend verbouwen tot luxeappartementen naar een ontwerp van Aart Oosting.

Kort na 2000 was de restauratie voltooid onder leiding van architect Paulus van Vliet. Tegenwoordig omvat Trans 19 een aantal appartementen voor particuliere bewoning.

 

Zwart-wit foto Maliebaan 31 in utrecht 
 
 

Maliebaan 31

In 1979 verhuisde de Centrale Raad van Beroep naar Maliebaan 31: een monumentaal pand uit de tweede helft van de negentiende eeuw met een gepleisterde neoklassieke lijstgevel. Van het gebouw staat de noordelijke vleugel geregistreerd als rijksmonument.

Het pand werd rond 1881-'82 gebouwd als drie woningen door timmerman en aannemer Hermanus van Dijk. Met de huisnummering in 1891 kreeg het pand de nummers 29, 31 en 33 toegekend.

Na Van Dijks overlijden in 1892 werd elke woning vererfd aan een van zijn kinderen. Twee van de drie woonden er niet zelf, maar verhuurden het voor bewoning. Ook latere eigenaren woonden zelden zelf op het adres.

Tussen 1940 en 1942 kwamen de drie woningen weer in één hand, die van de Stichting Nationaal Socialistische Beweging in Nederland (NSB). In 1940 kocht de aan de NSB-gelieerde Stichting Nationaal Tehuis nummer 29, terwijl de NSB zelf in 1941 nummer 31 kocht, even later gevolgd door de aanschaf van nummer 33 van een kleinzoon van Hermanus van Dijk.

In het gedeelte Maliebaan 29-31 werden de afdeling Propaganda van Blokzijl en de afdeling vorming van Van Genechten ondergebracht. Na de bevrijding werden de NSB-bezittingen geconfisqueerd als vijandelijk vermogen en kwamen Maliebaan 29, 31 en 33 in bezit van de Staat. Het pand behield zijn kantoorbestemming en werd het onderkomen van het Bureau van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

In 1950-'51 volgde een ingrijpende verbouwing. De gevel van het middengedeelte werd gedeeltelijk verhoogd om op de zolderverdieping een tekenkamer in te richten en in de binnenmuren tussen de verschillende huisnummers werden deur en doorgangen aangebracht. Vanaf dat moment stond het volledige pand geregistreerd als nummer 31.

In 1979 werd Maliebaan 31 het onderkomen van de Centrale Raad van Beroep. Door de toenemende werkzaamheden vond in latere jaren uitbreiding plaats door het samenvoegen van Maliebaan 31 met omliggende panden op Maliebaan 25, 27 en 35. Begin 2000 heeft de Centrale Raad van Beroep bedoelde panden verlaten.

 

Pand aan de Caterijnesingel 63 
 
 

Catharijnesingel

Tussen 1996 en 2000 verrees aan de westzijde van de Catharijnesingel een nieuw rechtbankcomplex naar een ontwerp van Cor Kalfsbeek van DAAD Architecten. In het ontwerp zijn twee historische gebouwen geïntegreerd, waarvan de voormalige gemeentelijke hogere burger school (HBS-B) er een is. Dit gebouw ligt aan de singel met de voorgevel gericht naar de stad. In dit gedeelte vond de Centrale Raad van Beroep in 2000 zijn nieuwe onderkomen.

In 1903 werd op de hoek van de Catharijnesingel en de Nicolaas Beetsstraat in opdracht van de Dienst Gemeentewerken van Utrecht een gemeentelijk HBS-B met vijfjarige cursus gebouwd. Het ontwerp voor de school werd opgesteld door de dienst zelf. De opzet en de architectuur van de school sloten aan bij de universitaire gebouwen die de school omringden. Het gebouw heeft een U-vormige plattegrond en bestaat uit drie bouwlagen en een kap. De architectuur kent een klassieke opzet, waarbij alle gevels symmetrisch zijn vormgegeven. De voorgevel heeft twee hoekrisalieten met topgevels. In de voorgevel zijn geometrische versieringen in geglazuurde baksteen aangebracht.

Deze architectuur is sterk verwant met die van het pleegzusterhuis van het naastgelegen (voormalige) Academisch Ziekenhuis. Ook zijn duidelijk invloeden van de architectuur van P.J.H. Cuijpers aan te wijzen. Het pand bleef tot 1995 in gebruik voor onderwijs. De meao Catharijne College was de laatste school die er gevestigd was.

De huidige eigenaar van het rechtbankcomplex is MBO Catharijnesingel Grond bv die het verhuurt aan het ministerie van Justitie. In het complex is sinds 2000 de rechtbank van Utrecht gehuisvest. De Centrale Raad van Beroep heeft deze huisvesting verlaten in 2004.

 

Voorgevel huidige pand aan de Graadt van Roggeweg 200-250 
 
 

Hojel gebouw aan de Graadt van Roggenweg

In 2004 verhuisde de Centrale Raad voor Beroep naar zijn huidige onderkomen aan de Graadt van Roggenweg: een hedendaags kantorencomplex dat gekenmerkt wordt door grote glaspartijen. Op de plaats van dit kantoorgebouw lag de Hojel-kazerne met zijn exercitieterrein. Sinds het begin van de negentiende eeuw was de stad Utrecht opgenomen in de fortificaties van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en werd Utrecht een garnizoensstad.

In 1888 werd aan de Croeselaan een kazerne gebouwd voor de vestingsartillerie. De kazerne kreeg in 1934 de naam Hojelkazerne, vernoemd naar artilleriedeskundige Willem Cristoph Hojel (1831-1886). In 1990 werd de Hojelkazerne afgebroken en werd het vrijkomende terrein gereedgemaakt voor uitbreiding van de Jaarbeurs en voor nieuwbouw van kantoren.

De stedenbouwkundige opzet van het terrein met zijn ‘muur’ van kantoren langs de Graadt van Roggenweg is van de architectengemeenschap Van den Broek en Bakema uit Rotterdam. De architect van het kantoorgebouw waarin de Centrale Raad van Beroep tegenwoordig zetelt, is De Jong-Gortemaker. Het ruim 300 meter lange kantoorcomplex is gebouwd in opdracht van Multi Vastgoed; de huidige eigenaar is Reaal Levensverzekering NV die het merendeel van de kantoren verhuurt aan de Rijksgebouwendienst.