14 jaar cel voor poging tot moord op raadslid in Zuidoostbeemster

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > 14 jaar cel voor poging tot moord op raadslid in Zuidoostbeemster
Amsterdam, 23 mei 2018
Een 44-jarige man uit Nantes (Frankrijk) is in hoger beroep veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor een poging tot moord en het stelen van een auto. Dit heeft het hof in Amsterdam vandaag bepaald.
De rechtbank legde de man eerder 8 jaar gevangenisstraf op wegens poging tot doodslag en de autodiefstal. De straf is ook hoger dan de eis van 10 jaar door het Openbaar Ministerie, dat wel concludeerde tot poging moord.

2 zeer gewelddadige aanvallen

Op 12 mei 2016 viel de verdachte 2 maal op zeer gewelddadige wijze een vrouw van middelbare leeftijd aan. Zij was destijds raadslid van de gemeente Beemster.
De verdachte liet het slachtoffer zwaargewond achter en is met haar auto naar het buitenland gereden.
De verdachte liep in de voorafgaande nacht het erf op van het alleenwonende slachtoffer. Hij bracht de rest van de nacht door onder een afdak van een loods. ’s Ochtends zag de vrouw de verdachte in haar tuin en sprak hem aan. Hij kwam toen heel normaal over en zei op zoek te zijn naar een persoon. Enkele uren later betrad het slachtoffer de schuur, die met haar woning verbonden is. Daar stond de verdachte met een campinghamer in de aanslag. Bij deze eerste aanval sloeg hij haar met die hamer meermalen zo hard op haar hoofd dat de houten steel brak en zij haar bewustzijn verloor.
Zij kwam bij op het bed in de slaapkamer van haar woning en zag de verdachte naast haar staan. Hij stak haar toen tijdens deze tweede aanval met een heggenschaar en messen in de borst en hals en sloeg haar met een klauwhamer. Het slachtoffer is er ondanks haar letsel in geslaagd uit haar woning te komen en buurtbewoners te waarschuwen. Zij is dankzij spoedig en kundig medisch ingrijpen niet overleden, wat gezien de door de verdachte toegebrachte letsels volgens het hof een wonder mag heten.

Poging tot moord


Dat de verdachte voor de eerste aanval de tijd heeft genomen daarover na te denken, staat niet vast. Het hof acht echter, anders dan de rechtbank, wel bewezen dat de verdachte bij zijn tweede aanval opzettelijk en met voorbedachte raad heeft geprobeerd het slachtoffer om het leven te brengen.
Het hof oordeelt dat het niet anders kan zijn dan dat tussen de eerste en tweede aanval sprake is geweest van een tijdsverloop van minimaal enige minuten. Gedurende deze tijd stond er voor de verdachte niets aan in de weg de woning van het slachtoffer te verlaten zonder verdere pogingen in het werk te stellen om haar te doden. Hij heeft zich gedurende dit tijdsverloop kunnen beraden op het te nemen besluit om al dan niet over te gaan tot die nadere gewelddadigheden. En hij heeft de gelegenheid gehad om na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap kunnen geven.

Volledig toerekeningsvatbaar

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte handelde terwijl hij sterk onder invloed van drank- en drugs verkeerde. Het hof acht dit niet aannemelijk. De adviezen van de psychiater en de psycholoog om de verdachte de feiten verminderd toe te rekenen, heeft het hof niet gevolgd. Deze adviezen zijn overwegend gebaseerd op verklaringen van verdachte, terwijl vast is komen te staan dat deze verklaringen voor een deel onjuist zijn en voor het overige niet te verifiëren. Het hof acht de verdachte volledig toerekeningsvatbaar en strafbaar.

Hogere straf

Bij de veroordeling voor poging tot moord past een hogere straf dan bij poging tot doodslag. De manier waarop de poging tot moord op een volstrekt willekeurig slachtoffer is uitgevoerd vertoont alle kenmerken van een horrorscenario. De impact ervan op het leven van het slachtoffer is zeer groot: niet alleen fysiek en psychisch, maar ook wat betreft haar woongenot en haar werkkracht: zij heeft haar werk als raadslid moeten opgeven. Het hof acht een gevangenisstraf van 14 jaar passend en geboden en vindt dat de geëiste gevangenisstraf van 10 jaar geen recht doet aan de ernst en de gevolgen van de feiten. De verdachte moet daarnaast het slachtoffer een schadevergoeding betalen van in totaal bijna
€ 75.000,-.

Uitspraken

Meest gelezen berichten