Bij de voorgenomen transactie verkoopt OCI haar hele onderneming aan Orascom. Orascom betaalt de koopprijs in aandelen Orascom. OCI wil de aandelen Orascom vervolgens als dividend aan de aandeelhouders in OCI uitkeren, waarna OCI ophoudt te bestaan. Kort gezegd, zouden de aandeelhouders OCI bij de uitvoering van de transactieaandelen Orascom ontvangen in ruil voor hun aandelen OCI, volgens een bepaalde ruilverhouding.
Een groep minderheidsaandeelhouders, onder wie de VEB, meent dat de transactie hen onevenredig benadeelt. Volgens hen bevoordeelt de transactie de enige uitvoerende bestuurder van OCI, die (met enkele naaste familieleden) uiteindelijk de meerderheid van de aandelen houdt in zowel OCI als Orascom.
Hun bezwaren houden onder meer in dat geen synergie valt te verwachten van het samengaan van de twee ondernemingen en dat OCI niet goed is omgegaan met de tegenstrijdige belangen die bij de transactie spelen.
Ook stellen zij dat de beoogde ruilverhouding van de aandelen berust op een onderwaardering van de aandelen OCI en een overwaardering van de aandelen Orascom.
Bovendien hebben zij er bezwaar tegen dat zij gedwongen worden aandeelhouder te worden in een geheel andere onderneming, die slechts is genoteerd in Abu Dhabi en in Caïro. Dit zou hen allerlei nadelen opleveren.
De minderheidsaandeelhouders hebben de Ondernemingskamer daarom gevraagd om maatregelen te treffen. Zij willen voorkomen dat de transactie op korte termijn wordt uitgevoerd. Ook hebben zij de Ondernemingskamer gevraagd een onderzoek te bevelen naar de gang van zaken.