Veroordeling voor veroorzaken dodelijk verkeersongeval in Hellevoetsluis

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Veroordeling voor veroorzaken dodelijk verkeersongeval in Hellevoetsluis
Den Haag, 15 augustus 2019

Een 54 jarige vrouw is vandaag veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval met dodelijke afloop op 30 mei 2014 in Hellevoetsluis. Dat heeft het gerechtshof Den Haag vandaag beslist. Daarnaast is de vrouw veroordeeld voor autorijden op 3 juni 2014 terwijl haar rijbewijs was ingevorderd. Het gerechtshof heeft haar vrijgesproken van een derde feit dat de vrouw werd verweten, namelijk het vals verklaren over het aanvalsvrij zijn van epilepsie tegenover een neuroloog van het CBR. Het hof zag daarvoor geen bewijs.

De vrouw heeft als bestuurster van een auto 2 voetgangers die op de fietsstrook langs de kant van de weg liepen aangereden en een fietser geschampt. Zij reed daarna met haar auto in de langs de weg gelegen sloot. De 2 voetgangers zijn dezelfde dag overleden. De vrouw heeft verklaard zich vrijwel niets meer van het ongeval te herinneren en kan niet uitleggen waarom en hoe het is gebeurd.

Uit onderzoek is komen vast te staan dat de vrouw ten tijde van het ongeval een epileptische aanval heeft gehad. Ook is vastgesteld dat de vrouw lijdt aan blijvende gevolgen van ernstig hersenletsel door een ongeval dat haar vroeger is overkomen. Zo kan zij de gevolgen van haar handelen en de eventuele gevaren daarvan moeilijk inschatten, is impulsief en heeft een verminderd normbesef en empathisch vermogen. Gedragsdeskundigen, die de vrouw in het kader van het hoger beroep van de strafzaak hebben onderzocht, menen dat zij daarom geheel ontoerekeningsvatbaar is voor het ongeval, wegens  het hersenletsel en de epilepsieaanval. Het Openbaar Ministerie vroeg om die reden vrijspraak voor het ongeval. Volgens de deskundigen is de vrouw verminderd toerekeningsvatbaar wegens het hersenletsel voor het rijden nadat haar rijbewijs was ingevorderd. Het Openbaar Ministerie vond dat feit en het vals verklaren bewezen en eiste voor die twee feiten straf.

Het hof oordeelt echter anders en meent dat de vrouw in strafrechtelijke zin ook verantwoordelijk kan worden gehouden voor de epileptische aanval achter het stuur en daarmee voor het veroorzaken van het ongeval. Het hof acht dat feit dan ook bewezen. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat de vrouw wist dat ze voorafgaand aan het ongeval epileptische aanvallen heeft gehad en ook een aantal auto ongevallen, sommige als gevolg van een aanval. Daarnaast was ze lange tijd niet meer op controle gegaan voor haar epilepsie.

Wel is het hof van oordeel dat de vrouw, gezien haar ernstig hersenletsel, sterk verminderd toerekeningsvatbaar is voor beide strafbare feiten. Daarom legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De vrouw moet zich gedurende de proeftijd melden bij de Reclassering en zich door de Reclassering laten begeleiden. Ook legt het hof in totaal 6 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid op. Verder moet de vrouw de schade betalen die de nabestaanden als benadeelde partijen hadden gevorderd.

De rechtbank kwam niet tot verminderde toerekeningsvatbaarheid en had voor het ongeval en het vals verklaren 2 jaar gevangenisstraf opgelegd en in totaal 5 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid. De rechtbank sprak de vrouw vrij van het onbevoegd rijden. Vanwege die vrijspraak was het Openbaar Ministerie in hoger beroep gegaan. Ook de verdachte had appel ingesteld.

Uitspraken