Gebouw en exposities

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

 

Historie

Tot 1876 had elke provinciehoofdstad een Provinciaal Gerechtshof. Bij wet van 10 november 1875 Staatsblad 204 werden de provinciale gerechtshoven opgeheven en werd bepaald dat er vanaf 1 januari 1876 vijf gerechtshoven zouden zijn. Het ressort van het Bossche hof ging de arrondissementen van de provincies Noord-Brabant en Limburg omvatten. In die situatie is sedertdien geen wijziging meer gekomen.

       

 

Paleis van Justitie rond 1900

Bron: Stadsarchief 's-Hertogenboch

Het hof nam samen met de rechtbank in 1838 het Jeroen Boschhuis aan de Hinthamerstraat in gebruik als Paleis van Justitie. Nu is in dat gebouw de Muzerije gevestigd. Dat gebouw, dat voorheen diende tot woning voor de commandant van de vesting 's-Hertogenbosch, was in 1827 ingericht voor het Hof van Assisen, waar de grote misdaden werden berecht, en voor de Regtbank van eerste aanleg.

Ondanks diverse uitbreidingen werd de behuizing te klein en werd besloten tot de bouw van een nieuw Paleis van Justitie. Het werd gebouwd op het terrein tussen de Wal en de Sint Jorisstraat, dat vrijkwam door opheffing van de bijzondere strafgevangenis. De aanbesteding had plaats in 1912, maar het duurde tot 1924 voordat de bouw gereed was.

Uiteindelijk vestigden alle in 's-Hertogenbosch gevestigde rechterlijke colleges zich in het Paleis van Justitie. In de Tweede Wereldoorlog werd het Paleis van Justitie door de Duitsers in beslag genomen en moesten de justitie-instellingen uitwijken naar andere gebouwen. Tijdens de bevrijding van 's-Hertogenbosch in oktober 1944 kwam het Paleis van Justitie onder vuur te liggen. Tijdens de beschietingen raakte het gebouw in brand en werd de helft van het gebouw in as gelegd.

Na de oorlog werd besloten tot herbouw van het Paleis. Het gebouw werd voorzien van een nieuwe voorgevel en met een verdieping verhoogd. Op 11 november 1950 werd het tijdens een bijeenkomst met vele rechterlijke, militaire en burgerlijke autoriteiten plechtig in gebruik genomen.

Door toename van het aantal te behandelen zaken en personeelsuitbreiding ontstond opnieuw ruimtegebruik en moesten diensten uitwijken naar andere gebouwen. Uiteindelijk bleven alleen het gerechtshof en het parket van de procureur-generaal achter in het Paleis van Justitie.

 

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch nieuwbouw

Na jarenlange discussie werd opnieuw besloten tot nieuwbouw, nu op een locatie achter het station en buiten de historische stad.

Sinds 1998 zijn alle rechterlijke colleges met hun ondersteuning ondergebracht in één gerechtsgebouw, ontworpen door de Belgische architect Charles Vandenhove.

Bron: Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch 1838 – 1988, dr. J.M.A. Boots

       

 

Kunst in de zittingszaal

De wanden van de zestien zittingszalen zijn voorzien van wandkleden, speciaal ontworpen door acht beeldende kunstenaars. Hun ontwerpen zijn met behulp van computers geschikt gemaakt voor verwerking in een machinale weefinstallatie van een tapijtfabriek. Daar zijn de wandkleden geweven in een doorlopende baan van zeshonderd meter lang en twee meter hoog. Ze dienen niet alleen als decoratie, maar hebben ook een praktisch doel: met hun geluiddempende werking verbeteren ze de akoestiek.

De wandkleden refereren aan de eeuwenoude gobelintraditie, waarbij hoogtepunten uit het dagelijkse leven werden geborduurd. In dit geval gaat het echter niet om handwerk, maar om met behulp van computerscantechniek bewerkte ontwerpen die machinaal worden geweven. De wandkleden hebben een lengte en hoogte die varieert met de omvang van de ruimten. Het grootste wandkleed is zestien meter lang en vier meter hoog.

De thema’s die de kunstenaars kozen lopen uiteen van spiegelende autoportieren en motorkappen tot enorm vergrote dia’s van mensen op straat. In de entree hangen twee wandkleden met een moderne variant van Vrouwe Justitia, uitgebeeld als een jazzballetdanseres in een reeks dynamische posen. De ontwerper van deze twee kleden creëerde ook de geëmailleerde lambrisering in de hal.

De ontwerpers hebben voor ze aan de slag gingen, zittingen bijgewoond en later nog met veroordeelden gesproken. Ze hebben allemaal geprobeerd aspecten van de rechtspraak uit te beelden, en kregen in hun interpretatie daarvan volledig de vrije hand – mits ze zich ondergeschikt wilden maken aan de voor hen onbekende weeftechniek en de beperkingen ervan. Zo is het aantal verschillende kleuren dat in een kleed kan worden verwerkt, beperkt tot elf. Omdat de ontwerpen van alle kunstenaars samen in één keer werden geweven als een ononderbroken baan, moesten ze allemaal gebruik maken van dezelfde basiskleuren.

 

De kunstenaars

Voor de selectie van de kunstenaars en de uitwerking van de opdracht deden Charles Vandenhove, de architect van het paleis van justitie, en de rijksgebouwmeester Patijn een beroep op Chris Dercon, directeur van het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. De keuze viel op Rob Birza, Jan Dibbets, Marlene Dumas, Henri Jacobs, Luc Tuymans, Willem Oorebeek, Giullio Paolini, Jeff Wall en Ludger Gerdes. De eerste acht kregen ieder opdracht om voor twee zittingszalen de wandkleden te ontwerpen.

De kunstenaars vertegenwoordigden toentertijd alle belangrijke ontwikkelingen binnen de beeldende kunst; van arte povera (Paolini), conceptuele kunst (Dibbets) en experimentele grafiek (Oorebeek) tot figuratieve schilderkunst (Tuymans e.a.) en realistische fotografie (Wall). Wat hen als groep bond is de maatschappelijke betrokkenheid en hun behoefte om de verhalende mogelijkheden van de kunst de verkennen.

       

 

Het paleis van justitie

Het paleis van justitie ligt pal achter het station en dateert van 1998. Het gebouw maakt deel uit van een omvangrijk stadsvernieuwingsproject rond het station van ’s-Hertogenbosch, genaamd La Gare. Het wordt met de oostelijke helft van de Bossche binnenstad verbonden door een transparante voetgangersbrug boven de sporen van de NS. Het paleis van justitie is een ontwerp van de Belgische architect Charles Vandenhove. Kunst en architectuur worden in het Paleis op een even klassieke als vernieuwende wijze met elkaar verbonden.

Omdat het gebouw op zichzelf moest staan kreeg het een introverte carrévorm, waarbij het hart rond de binnenplaats ligt. Dat levert een ietwat plechtstatig kloosterachtig geheel op. De architect meende dat dit prima paste bij het karakter van de rechtsfunctie. Een paleis van justitie mag en moet in zijn vormgeving uitdrukking geven aan de ernst van de publieke zaak, meende Vandenhove. Hoewel de architect een heel eigen stempel op het gebouw heeft gedrukt, deed hij dat binnen de grenzen van het bepaalde budget. Zo zijn de kantoorkamers ingedeeld volgens standaardmaten (alleen het plafond is ietsje hoger), en zijn de boogvormige daken uitgevoerd in zink in plaats van in koper. Zijn ware aard toont het gebouw vooral in de publieke ruimten, zoals de zestien zittingszalen, de grote hal en het monumentale binnenhof.

Op voorstel van Vandenhove werden de muren van de zestien zittingszalen bedekt met een groot aantal monumentale wandkleden. Hierdoor heeft het niet alleen de uitstraling van een indrukwekkend gerechtsgebouw, maar ook van een internationaal museum, zo menen sommigen. (Zie ook: Kunst in de zittingszaal).