Laden...

Het oordeel van de rechter

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Het oordeel van de rechter
Amsterdam, 14 september 2020

De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar.
Deze week hebben we 8 van de belangrijkste en meest opvallende zaken per rechtsgebied geselecteerd.

Straf - Verplichte behandeling na mishandelingen tijdens psychoses

8 september - Een 26-jarige man mishandelde in september en oktober 2019 mensen in Amsterdam en verzette zich tegen zijn aanhouding. Hij is echter ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij toen psychotisch was. De psychiater en psycholoog adviseerden hem zijn daden niet toe te rekenen. Dit advies neemt de rechtbank over. De man moet zich wel verplicht laten behandelen. Daarom geeft de rechtbank een zorgmachtiging af voor 6 maanden. Die houdt onder meer in dat hij medicatie krijgt en moet meewerken aan medische controles. Ook moet hij 760 euro schadevergoeding betalen.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4438

Straf - Celstraf voor diefstallen en wapenbezit

10 september - Een 27-jarige man is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf onder meer omdat hij tussen september en december 2019 onder andere in Amsterdam 5 autodiestallen en 2 diefstallen van kentekenplaten heeft gepleegd. Ook moet hij ruim 4.000 euro schadevergoeding betalen. Daarnaast had hij een ploertendoder, traangas en ruim 60 gram hasj in zijn bezit. Ook heeft hij een iPhone en autosleutels geheeld. In de straf weegt in zijn nadeel mee dat hij eerder is veroordeeld voor diefstallen. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat de reclassering geen mogelijkheden ziet om met interventies de risico’s op recidive te verkleinen. Daarom legt de rechtbank geen bijzondere voorwaarden op.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4483

Bestuur - Besluit tot sluiten Café terecht

8 september - Het besluit van de burgemeester om een café onmiddellijk en voor onbepaalde tijd te sluiten vanwege ernstig gevaar voor de openbare orde, blijft overeind. Zo oordeelt de voorzieningenrechter. Uit onderzoek bleek dat in april 2019 een handgranaat is ontploft bij de ingang van het pand. Ook werd het pand waarin het café zich bevindt in juli 2020 beschoten met een volautomatisch vuurwapen. De uitbater van het café is het niet eens met de onmiddellijke sluiting voor onbepaalde tijd. Volgens hem is onduidelijk of het schietincident gericht is tegen zijn café en staan de twee incidenten los van elkaar. Bovendien vindt hij dat het café niet voor onbepaalde tijd gesloten had mogen worden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester het besluit goed heeft onderbouwd en dat het bezwaar van de uitbater hiertegen geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4423

​Bestuur - Amsterdams pannenkoekenrestaurant mag niet uitbreiden

9 september - De gemeente mocht een vergunning voor de uitbreidingsplannen van een pannenkoekenrestaurant weigeren. Dat heeft de rechtbank geoordeeld. Volgens de gemeente is de uitbreiding van horeca in postcodegebied 1012 ongewenst, gelet op de veelheid aan horeca in het gebied. De gemeente wil zich in dit gebied richten op functiemenging; wonen, werken, recreatie, horeca en bedrijvigheid door elkaar. Volgens het beleid van de gemeente is nieuwe horeca op enkele specifiek genoemde uitzonderingen na niet toegestaan. De locatie waar het restaurant wil uitbreiden wordt niet als uitzondering genoemd. De rechtbank vindt dat de gemeente deze beslissing goed gemotiveerd heeft. De argumenten die het restaurant heeft aangevoerd, zoals dat zij een buurtfunctie wil gaan vervullen en ze haar restaurant en het pand goed onderhoudt, maken niet dat de afweging van de gemeente onredelijk is.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4429

Kanton - Oud-werkneemster moet afkoop leaseauto betalen

8 september - Een adviesbureau hoeft een oud-werkneemster niets terug te betalen voor de afkoop van haar leaseauto. De 5.900 euro die het leasebedrijf declareerde bij het adviesbureau, moet de oud-werkneemster zelf betalen. Partijen zijn dit namelijk in de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst overeengekomen. Dat heeft de kantonrechter bepaald. Dat de afkoop van de leaseauto volgens de voordeligere regeling uit de leaseovereenkomst zou plaatsvinden, zoals de oud-werkneemster heeft betoogd, volgt niet uit de vaststellingsovereenkomst en het mailverkeer tussen partijen. Dat de oud-werkneemster een lagere afkoopsom verschuldigd zou zijn geweest als zij haar arbeidsovereenkomst had opgezegd en geen vaststellingsovereenkomst had gesloten, verandert de situatie niet. De mogelijke voordelen van de vaststellingsovereenkomst heeft zij mogelijk (deels) ingewisseld tegen een minder gunstige afkoopregeling van de leaseauto.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4436

Kanton - Docente mag op werkplek terugkeren

9 september - Een docente van het ROC Amsterdam die in 2019 ten onrechte op staande voet werd ontslagen mag terugkeren bij de vestiging in Amsterdam waar zij eerder ook werkzaam was. Het ROC wilde haar overplaatsen naar een van haar andere vestigingen in Amsterdam maar handelde daarbij onzorgvuldig volgens de kantonrechter. De overplaatsing was namelijk alleen gebaseerd op de vermeende declaratiefraude van de docente die ook de reden was geweest voor het ontslag op staande voet. Maar de rechtbank en het gerechtshof hadden eerder al geoordeeld dat die fraude niet vaststond. Daarom was het aan het ROC om de docente te rehabiliteren en te zorgen dat zij weer aan de slag kon. Het ROC nam echter al in het eerste gesprek met de docente het standpunt in dat verdere samenwerking in de vestiging waar zij werkzaam was door het geschonden vertrouwen onmogelijk was, zonder dat was onderzocht of er andere mogelijkheden waren om daar te blijven werken.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4441

​Civiel - Echtpaar moet Belastingdienst informeren over Luxemburgse bankrekeningen

9 september - Een echtpaar dat rekeningen had lopen bij de Luxemburgse bank KBL moet daarover informatie aanleveren bij de Belastingdienst. Voor elke dag dat zij dat niet doen, moeten zij een dwangsom betalen van 10.000 euro. Zo besliste de rechtbank. In 2013 was het echtpaar in kort geding al veroordeeld informatie te geven over hun Luxemburgse rekeningen. Het echtpaar hield echter vol dat zij die nooit hadden gehad. Omdat de man en vrouw geen informatie gaven, terwijl de rechter ze daartoe had veroordeeld, moesten ze uiteindelijk dwangsommen van in totaal 100.000 euro betalen. In 2017 ontving de Belastingdienst van KBL nieuwe gegevens waaruit bleek dat het echtpaar wel degelijk klant was geweest en dat het om drie rekeningen ging met op enig moment een gezamenlijk saldo van ruim 620.00 euro. De argumenten van het echtpaar dat hun namen, handtekeningen en paspoorten per ongeluk in de administratie van de bank terecht zijn gekomen door valutawissels op vakantie in Luxemburg, zijn onvoldoende onderbouwd. Het echtpaar wordt dan ook opnieuw veroordeeld de informatie aan te leveren. De dwangsom wordt flink hoger, omdat de vorige dwangsom kennelijk niet heeft geholpen.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4452

Civiel - Verpande aandelen Hema mogen onderhands worden verkocht

11 september - De aan financiers verpande aandelen van HEMA mogen onderhands worden verkocht, als onderdeel van de herstructurering van (de schuldenlast van) het winkelbedrijf. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald in een verzoekschriftprocedure. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat een veiling van de aandelen meer zou opleveren dan de voorgenomen verkoop. Er is evenmin een beter onderhands bod gedaan (dat geldt ook voor het kort voor de zitting nog binnengekomen bod) of zicht op een dergelijk bod. Daarnaast zijn er geen bijzondere omstandigheden die desondanks tot afwijzing van het verzoek zouden moeten leiden.

Lees de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2020:4523

Uitspraken