Het oordeel van de rechter

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Het oordeel van de rechter
Amsterdam, 07 augustus 2017

De rechtbank Amsterdam doet ongeveer 140.000 uitspraken per jaar. Iedere week selecteren we een aantal belangrijke en meest opvallende zaken per rechtsgebied. Deze week 8 uitspraken.

Straf - Cel - en taakstraf voor diefstallen en belediging

2 augustus - Een 20-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 80 uur voor onder meer diefstallen, belediging en bedreiging (zie nieuwsbrief 28). De rechtbank weegt mee dat de man een flink aantal strafbare feiten heeft gepleegd waaronder een diefstal met braak in een woning en een bedrijfspand. Daarnaast heeft hij zich misdragen in een politiecel door twee politieagenten te beledigen en een ervan te bedreigen. De man moet een van de agenten bovendien 200 euro schadevergoeding betalen.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5492

Straf - Voorwaardelijke celstraf voor bedreiging met bijl

3 augustus - Een 58-jarige man is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand omdat hij een gemeentelijke handhaver met een bijl bedreigde (zie nieuwsbrief 28). De man lag te slapen bij een café naast de Stopera. Toen twee handhavers hem aanspraken, pakte de man na een kort gesprek een bijl uit een tas die bij zijn scootmobiel lag en bewoog daarmee richting het lichaam van de handhaver. Die reactie was buiten alle proporties, aldus de rechtbank. Ook weegt mee dat de man vaker overheidspersoneel heeft bedreigd. In zijn voordeel pleit dat hij niet meer dakloos is en op zijn plaats lijkt bij een woonvoorziening van hulpverleningsorganisatie HVO-Querido. Met een proeftijd van twee jaar wil de rechtbank hem ervan weerhouden terug te vallen in zijn criminele activiteiten. Ook moet hij een handhaver 900 euro schadevergoeding betalen.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5555

Bestuur - Molen 'de Otter 'blijft op zijn plek

25 juli - Molen ‘de Otter’ mag niet worden verplaatst. Stadsdeel West mocht een vergunning weigeren om de monumentale molen uit 1638 aan de Kostverlorenvaart te verplaatsen naar Uitgeest. Dat heeft de rechtbank bepaald. Stichting Houtzaagmolen ‘De Otter’ vroeg de vergunning al in 2004 aan omdat er door de nieuwbouw in de wijk onvoldoende wind staat om de molen te laten draaien. Hoewel het beleid van het stadsdeel voor monumentale molens destijds als uitgangspunt had dat de molens operationeel moesten blijven, is dat inmiddels veranderd. Nu geldt dat de originele locatie van de molen van groter belang is. Het stadsdeel mocht op grond van het nieuwe beleid de vergunning weigeren, zo oordeelt de rechtbank.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5246

Bestuur - Vergunning raamexploitanten opnieuw onder de loep

1 augustus - De burgemeester moet opnieuw kijken naar het bezwaar van een exploitant van bordelen en 4 sekswerkers tegen de aan hen verleende vergunning. Volgens hen is een deel van de vergunningsvoorwaarden onredelijk. De rechter gaat hierin voor een belangrijk deel mee. Het vergunningenbeleid is erop gericht mensenhandel en uitbuiting te voorkomen, maar volgens de rechter zijn niet alle gestelde voorwaarden hiervoor noodzakelijk. Een voorbeeld is het voorschrift dat een kamer niet zes aaneengesloten dagen aan dezelfde sekswerker mag worden verhuurd. De burgemeester heeft onvoldoende gemotiveerd dat dit noodzakelijk is om mensenhandel en uitbuiting tegen te gaan. Ook kan niet van exploitanten worden verwacht dat ze de deskundigheid bezitten om een intakegesprek te houden waarin ze signalen van mensenhandel moeten herkennen. En voorwaarden aan de hygiëne kunnen worden gesteld voor zover de exploitant er zicht op heeft. Daar vallen bijvoorbeeld de persoonlijke hygiëne van de sekswerkers of het schoonmaken van seksspeeltjes niet onder.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5516

Kanton - Taxichauffeur terecht geschorst

25 juli - Een taxichauffeur is terecht voor een week geschorst door zijn werkgever. Hij hield zich volgens een verbalisant hinderlijk op een fietsstrook op in de buurt van de taxistandplaats bij Amsterdam Centraal (zie nieuwsbrief 28). In het protocol van de Amsterdamse taxiorganisaties staat dat dit niet mag. Volgens de chauffeur is de verklaring van de verbalisant niet juist; hij is staande gehouden toen hij wegreed bij het Ibis hotel. De kantonrechter oordeelt dat niet aannemelijk is dat de verbalisant zich vergiste in de locatie. Volgens zijn verklaring stond de chauffeur stil op de fietsstrook ter hoogte van Stationsplein 36, circa 100 meter van de standplaats. Verder weegt de rechter mee dat daar ’s nachts wel verkeer is en dat stilstaan op een fietsstrook daarom hinderlijk is en verboden. Dat de chauffeur nu niets kan verdienen, is eigen aan de sanctie en geen reden de schorsing op te schorten.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5457

Kanton - Nederlandse rechter beoordeelt Texaans contract

25 juli - Oliebedrijf Lukoil hoeft voorlopig een werkneemster niet door te betalen. De vrouw stelde dat zij een contract voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht had (zie nieuwsbrief 25). De kantonrechter oordeelt echter dat Nederlands recht hier niet geldt. De Russische vrouw werkte sinds 2011 in Texas voor Lukoil. Zij had meerdere contracten voor bepaalde tijd. In één ervan werd voor Nederlands recht gekozen. Bij een verlenging van die overeenkomst in 2016 werd vervolgens voor Texaans recht gekozen. Of deze verandering rechtsgeldig was, is zonder nader onderzoek niet in een kort geding te beoordelen. Mee speelt dat als partijen niet expliciet hebben gekozen voor Texaans recht, Nederlands recht op basis van de Europese richtlijn ook niet zou gelden. De zaak zal daarom vooralsnog worden beoordeeld naar Texaans recht. De vrouw heeft zich onvoldoende inhoudelijk verweerd tegen Lukoils stelling dat de overeenkomst naar Texaans recht kon worden opgezegd, aldus de rechter.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5491

Civiel - Foot Locker en ING hebben allebei schuld aan fraude

26 juli - Foot Locker en de ING Bank zijn samen verantwoordelijk voor de 600.000 euro aan schade die ontstond toen Foot Locker slachtoffer werd van fraude. Dat heeft de rechtbank bepaald. De fraude begon toen Foot Locker per brief werd verzocht het rekeningnummer van haar vaste koeriersbedrijf UPS te wijzigen. Pas na 2 maanden bleek dat de nieuwe rekening van een fraudeur was die handelde onder de naam Ups Consultancy. Foot Locker had toen al bijna 2 miljoen euro overgeschreven. De fraudeur had het grootste deel daarvan al overgeboekt of opgenomen. Hij is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld. Foot Locker eiste van ING een schadevergoeding omdat de bank eerder actie had moeten ondernemen. De rechter gaat hierin deels mee: ING had inderdaad adequater moeten optreden toen de fraude duidelijk werd. Foot Locker had zelf echter ook moeten controleren of het rekeningnummer wel klopte. Daarom moeten beide partijen ieder de helft van de schade dragen.

Lees hier de volledige uitspraak:
ECLI:NL:RBAMS:2017:5360

Civiel - Beslag op kantoorpand moet worden opgeheven

2 augustus - Het beslag dat de onderneming van een Chinese investeerder op een tot hotel te verbouwen kantoorpand (in de gemeente Haarlemmermeer) had laten leggen, moet worden opgeheven. Dat heeft de voorzieningenrechter bepaald. De Chinese investeerder, die Chinese particulieren als geldschieters voor de financiering van het te bouwen hotel heeft aangetrokken, beschuldigt zijn voormalige zakenpartner van oplichting en bedrog. In ruil voor de investeringen zou de investeerder in plaats van appartementsrechten of aandelen, waardeloze certificaten hebben gekregen. Daarnaast zou zijn gesjoemeld met verblijfsvergunningen. Volgens de voorzieningenrechter is de situatie weinig transparant, maar is de op dwaling of bedrog gebaseerde vordering van de investeerder voldoende grond voor beslaglegging. Het beslag moet toch worden opgeheven, omdat de vertraging die daardoor ontstaat in niemands belang is. De andere door haar gelegde beslagen hoeven niet te worden opgeheven.

Lees hier de volledige uitspraak;
ECLI:NL:RBAMS:2017:5592

Uitspraken

Meest gelezen berichten