Namenmonument mag worden gebouwd

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Namenmonument mag worden gebouwd
Amsterdam, 09 juli 2019

Het Namenmonument – een monument ter nagedachtenis aan de Nederlandse slachtoffers van de Holocaust – mag worden gebouwd op de geplande locatie aan de Weesperstraat. De gemeente Amsterdam mocht het belang van het monument in de vergunningsprocedure zwaarder laten wegen dan het belang van de omwonenden. De bestuursrechter verklaart al hun bezwaren ongegrond.

Te groot en op de verkeerde plek

De buurtbewoners zagen tal van redenen waarom het college van burgemeester en wethouders (B&W) de bouwvergunning en boomkapvergunning voor het monument nooit aan het Nederlands Auschwitz Comité had mogen verlenen. De buurt zou onder andere geen inspraak hebben gehad in de vormgeving van het monument en in de locatiekeuze. Hierdoor pakt het monument in hun ogen veel te groot uit en komt het op een plek die daarvoor helemaal niet geschikt is. Ook is het monument volgens hen in strijd met een goede ruimtelijke ordening: het zou hun woonomgeving te veel aantasten en bovendien voor problemen zorgen op het vlak van onder meer de sociale- en verkeersveiligheid.

Gemeente heeft correcte procedure gevolgd

De bestuursrechter gaat op geen van deze punten mee in het betoog van de omwonenden. Hoewel het zeker om een bijzonder bouwwerk gaat, een nationaal monument, zijn op de vergunningaanvraag de ‘normale’ regels van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing. Op basis hiervan moest het college dit plan op deze locatie beoordelen. Zij waren – anders dan de bewoners stelden – niet verplicht om meer of extra inspraak te organiseren, of om zelf onderzoek te doen naar alternatieven. Ook heeft het college terecht geoordeeld dat voor het monument een binnenplanse vrijstelling van het bestemmingsplan kon worden verleend.

Alle bezwaren ongegrond

De rechter oordeelt daarnaast dat het Namenmonument zelf niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij laat de rechtbank onder meer meewegen dat de zichtlijn tussen de Weesperstraat en de Hoftuin en het zicht op de omliggende historische bebouwing niet onevenredig worden aangetast. Bovendien heeft het college voldoende maatregelen genomen om de sociale veiligheid rond het monument te waarborgen: er zijn veel open plekken in het monument en er worden diverse zichtbare en niet-zichtbare maatregelen genomen om de veiligheid te bewaken. Ook aan de verkeersveiligheid en parkeren is voldoende gedacht: het trottoir langs het monument is breed genoeg en er komen voldoende fietsenrekken.

Correcte belangenafweging

De rechtbank erkent dat er aanzienlijke meningsverschillen bestaan over vorm en locatie van het monument. Voor de bewoners verandert de locatie aan de Weesperstraat van een plek waar ze graag zijn in een plek die ze beklemmend vinden. Voor het NAC is het van groot belang dat er een monument komt voor alle 102.000 Nederlandse Holocaustslachtoffers die nooit een graf hebben gekregen. De gemeente heeft deze verschillende meningen naar het oordeel van de bestuursrechter in voldoende mate in de besluitvorming betrokken. Daarbij is ook meegewogen dat er zowel op lokaal als nationaal niveau brede politieke steun voor het monument is. Daarom mocht het college het belang van het realiseren van het monument zwaarder laten wegen dan de belangen van de omwonenden bij het behoud van het plantsoen.

Meer informatie

Voor meer informatie, bel de afdeling Voorlichting & Communicatie van de rechtbank Amsterdam, telefoonnummer: 088-3611440, of stuur een e-mail.

Uitspraken