Team Handelszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtsgebieden > Civiel recht > Team Handelszaken

Over team handelszaken

Het team handelszaken behandelt civielrechtelijke zaken die niet tot het terrein van het familierecht behoren, zoals eigendomsgeschillen, geldvorderingen vanaf € 25.000 en verzekeringskwesties. Dit soort zaken wordt meestal door één rechter behandeld. Maar er kunnen ook drie rechters bij betrokken zijn, als het om een ingewikkelde kwestie gaat.                       

 

Informatie per onderwerp

Dagvaardingsprocedures

Op dagvaardingszaken is het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken (pdf, 161,4 KB) bij de rechtbanken (hierna: Landelijk rolreglement) van toepassing.

Verzoekschriften

Heeft u vragen over de wijze waarop verzoekschriftprocedures door de teams handelszaken worden behandeld of over de stukken die bij het verzoekschrift worden gevoegd? Raadpleeg:
- Procesreglement verzoekschriftprocedures (pdf, 869,4 KB) (huidig)
- Procesreglement verzoekschriftprocedures (pdf, 753,6 KB) (geldig m.i.v. 1 januari 2018).

Uitspraken worden gedaan op donderdag. De administratie is als volgt bereikbaar: 088 - 361 13 98 en via berichtenprocesvoeringverz@rechtspraak.nl.

Handelsrol

De handelsrol van de sector civiel wordt behandeld op een roldatum. Een rolzitting vindt niet plaats. De rechtbank stelt de rol ter beschikking via het Roljournaal. Meer informatie over de handelsrol vindt u in de handleiding Handelsrol. De verklaring van de afkortingen bij het raadplegen van de handelsrol via het Roljournaal vindt u op de lijst met afkortingen (pdf, 171,6 KB).

Tenzij anders bepaald in het procesreglement worden stukken in enkelvoud ingediend. De partij die een stuk indient, zorgt zelf voor gelijktijdige toezending aan de wederpartij. Indien stukken in meervoud worden ingediend zullen de extra exemplaren niet (langer) geretourneerd worden, doch worden vernietigd.

Voor vragen over lopende zaken op de handelsrol kunt u contact opnemen met de roladministratie 088 361 1404 en via handelsrol.civiel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl.

U kunt informatie over de rolzitting in de kantonzaken die sinds 1 juli 2011 door de teams handelszaken worden behandeld vinden in bijgaand overzicht (pdf, 26,8 KB).

Belangrijke informatie voor het aanbrengen van dagvaardingen met een eerste rolzitting in 2014

Sinds medio 2012 wordt de Afdeling privaatrecht van de rechtbank Amsterdam geconfronteerd met een dalende instroom van rolzaken waarvan de behandeling op grond van artikel 93 Rv. aan de kantonrechter is opgedragen.

Nu dit een structureel karakter heeft is besloten tot het opheffen van de rolzittingen op de woensdag per 1 januari 2014. Als gevolg hiervan wordt de letterverdeling voor het aanbrengen van dagvaardingen voor de kamer voor kantonzaken gewijzigd.

De letterverdeling is vanaf genoemde datum van toepassing op alle categorieën van kantonzaken. Dit betekent dat het onderscheid tussen enerzijds de categorie kantonzaken met een geldvordering € 0 tot € 5.000 en de categorie kantonzaken met vorderingen zoals omschreven in artikel 93 Rv. onder c of d. en anderzijds de categorie kantonzaken met een geldelijk belang van € 5.000 tot € 25.000 vervalt.

Ook het afwijkende postbusnummer voor de zaken met een geldelijk belang van € 5.000 tot € 25.000 te vervallen. Het postadres voor alle kantonzaken is Rechtbank Amsterdam, roladministratie teams kanton, postbus 70515, 1007 KM Amsterdam.

De wijzigingen hebben betrekking op rolzaken van de kamer voor kantonzaken met een eerste behandeldatum in 2014 en zijn al van toepassing op dagvaardingen die in 2013 tegen een rolzitting in 2014 worden uitgebracht.

De wijzigingen zijn in bijgevoegd overzicht opgenomen.

Het bestuurs- en zaaksverdelingsreglement wordt met ingang van 1 januari 2014 gewijzigd aan de hiervoor weergegeven situatie.

Comparities en Enquêtes

De zittingsplanning is als volgt bereikbaar: 088 - 361 13 96 en planningsadministratie.handel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl.

Een comparitie is een mondelinge behandeling en pleiten is niet toegestaan. Wel kan gebruik worden gemaakt van spreekaantekeningen van maximaal twee tot drie pagina’s (gewoon lettertype, gewone regelafstand). Deze spreekaantekeningen zullen aan het proces-verbaal worden gehecht, mits zij ook tijdens de comparitie aan de orde zijn geweest. Het is de rechter die daarover beslist.

Pleidooi

Op pleidooien is het bepaalde in hoofdstuk 5 van het landelijk procesreglement van toepassing.

De planningsadministratie voor de pleidooien is als volgt bereikbaar:088 - 361 13 96 of via planningsadministratie.handel.rb.amsterdam@rechtspraak.nl.

Verstekken

Bij beslissingen in verstekzaken zal de rechtbank in het algemeen de volgende richtlijnen aanhouden. De rechtbank verzoekt eisende partijen bij het concipiëren van de dagvaarding daarmee rekening te houden. Het voorkomt vertraging door tussenvonnissen en dergelijke – en (gedeeltelijke) afwijzingen.

Verstekaanzegging

Artikel 139 Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) schrijft voor dat verstek zal worden verleend tegen een gedaagde die - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschijnt. Ingevolge artikel 111 lid 2 sub i dient dit te worden vermeld in de dagvaarding.

In de praktijk is gebleken dat letterlijke overname van de aanzegging van artikel 139 Rv in de dagvaarding bij de sector civiel tot problemen leidt. Niet juridisch geschoolde partijen kunnen uit die formulering opmaken dat zij bij de sector civiel in persoon kunnen verschijnen. Er staat immers: “Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt procureur (lees: advocaat) te stellen (..)” Dit is een onwenselijke situatie die bovendien geen recht doet aan de bedoeling van de wetgever. Bedoeling van de wetgever is immers ook dat gedaagde er op wordt gewezen dat hij niet in persoon kan verschijnen, maar dat hij dat bij advocaat dient te doen.

Letterlijke overname van de tekst van artikel 139 Rv in combinatie met de mededeling ex artikel 111 lid 2 sub h Rv volstaat dan ook niet. In dat geval zal de rechtbank bij niet verschijnen van gedaagde geen verstek verlenen en de zaak worden verwijzen voor “herstelexploot nwe opr. ged. (verstekaanzegging onjuist)”.

Uit de aanzegging moet duidelijk worden dat verschenen dient te worden bij advocaat, bijvoorbeeld door de toevoeging “bij advocaat” achter “in geding verschijnt”.

Betekeningstermijnen

(Bij reguliere dagvaardingstermijn (art.114-115 Rv.) bij gedaagde die in buitenland verblijft).

Als gedaagde een bekende woon- of verblijfplaats heeft buiten Nederland in een Staat waar de EG-betekeningsverordening van toepassing is, dienen er tenminste 4 weken te zitten tussen de dag van verzending en de roldatum (art. 115 lid 1 Rv./EG-betekeningsverordening).

Als gedaagde een bekende woon- of verblijfplaats heeft buiten Nederland in een Staat in Europa die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag 1965, dienen er tenminste 4 weken te zitten tussen de dag van betekening en de roldatum (art. 115 lid 1 Rv./Haags Betekeningsverdrag 1965).

In dit geval zal ook moeten zijn voldaan aan het vereiste “tijdig” ex artikel 15 Betekeningsverdrag volgens lid 1 slot. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat “tijdig” is in de zin van artikel 15 Betekeningsverdrag, indien er tussen de door het verdrag vereiste betekening/kennisgeving/afgifte – verder: uitreiking – en de eerst dienende dag de volgende tijd is verstreken:

  • EU, EER en Aruba: 3 weken.
  • rest Europa en VS en Canada: 1 maand.
  • rest wereld: 2 maanden.

Advocaten en deurwaarders kunnen er reeds bij het vaststellen van de datum waartegen wordt gedagvaard rekening mee houden dat de dagvaarding (al dan niet met vertaling, artikel 5 lid 3 van het verdrag) na de betekening ten parkette aan de centrale autoriteit in het buitenland moet worden gezonden en door deze moet worden uitgereikt (met het een en ander is vaak geruime tijd gemoeid) en na deze uitreiking, maar vóór de eerstdienende dag, de termijn als bedoeld in voormeld schema moet verstrijken. Indien een (advocaat van) eiser de stukken uit het buitenland terugkrijgt en constateert dat de uitreiking volgens dit schema niet “tijdig” heeft plaatsgevonden, dan hoeft hij geen vonnis te vragen (NB: de zaak moet natuurlijk wel op de eerst dienende dag op de rol worden/zijn gebracht). Hij kan uitstel volgens het LR vragen en opnieuw tegen een door hem te kiezen roldatum oproepen. Die oproeping dient uiteraard weer aan de verdragseisen - en de “tijdigheids”eis - te voldoen. De advocaat kan dan zelf schatten hoeveel tijd daarvoor nodig is. Zonodig herhaalt zich de procedure. Geeft men de voorkeur aan een tussenvonnis, dan kan dat uiteraard ook. Wenst een eiser toepassing van het tweede lid van artikel 15 van het Betekeningsverdrag, dan zal hij dat steeds uitdrukkelijk – bij akte – gemotiveerd moeten vragen en vonnis moeten vragen.

Als gedaagde een bekende woon- of verblijfplaats heeft buiten Nederland, maar niet in een Staat waar de EG-betekeningsverordening van toepassing is of in een Staat in Europa die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag van 1965, dienen er tenminste 3 maanden te zitten tussen de dag van betekening en de roldatum (art. 115 lid 2 Rv.).

Betekeningsverordening

Op het merendeel van de verstekzaken met een buitenlandse partij is de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechte lijke stukken in burgerlijke of in handelszaken ("de betekening en kennisgeving van stukken"), en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad (hierna te noemen: Bet-Vo) van toepassing is. Deze verordening is op 13 november 2008 in werking getreden. De bijbehorende Uitvoeringswet (met nummer 31522) is nog in de maak. Deze nieuwe Betekeningsverordening geldt ook voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken.                                            

Bij lezing van het onderstaande dient steeds te worden bedacht dat een in de ene lidstaat gewezen verstekvonnis in beginsel niet door andere lidstaten zal worden erkend, indien de inleidende dagvaarding niet met inachtneming van de daarvoor geldende voorschriften is betekend (artikel 34 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo)).

Betekening via verzendende en ontvangende instanties

De formele betekening van gerechtelijke stukken is geregeld in de artikelen 4 tot en met 11 Bet-Vo. Ingevolge de Bet-Vo dient de betekening van dagvaardingen in beginsel plaats te vinden via de weg van de verzendende en ontvangende instanties. In Nederland is de gerechtsdeurwaarder als verzendende en ontvangende instantie aangewezen. Wanneer alle formele handelingen met betrekking tot de betekening zijn verricht wordt door de (buitenlandse) ontvangende instantie een certificaat betreffende de voltooiing van deze handelingen opgesteld en aan de (Nederlandse) verzendende instantie toegezonden (artikel10 Bet-Vo).

Om verstek te kunnen verlenen zal de Nederlandse rechter van het hiervoor bedoelde certificaat kennis moeten kunnen nemen. Laat de eisende partij na om uiterlijk op de eerst dienende dag aan de rechtbank een certificaat te verstrekken dat aan de hiervoor vermelde eisen voldoet, dan zal de rolrechter zich genoodzaakt zien de verstekverlening aan te houden totdat het bewijs van correcte betekening (lees: het in artikel 10 Bet-Vo bedoelde certificaat) alsnog door de eisende partij over is gelegd (zie artikel 19 Bet-Vo). Met de overlegging van een (al dan niet vertaald) exploot van betekening kan derhalve niet worden volstaan.
Artikel 19 Bet-Vo bepaalt voorts dat slechts verstek zal kunnen worden verleend indien de betekening zo tijdig is geschied dat de gedaagde partij gelegenheid heeft gehad verweer te voeren. In afwachting van de vorming van (EG-)jurisprudentie op dit punt, zal de recht bank Amsterdam daarbij vooralsnog een termijn van (in de regel) drie weken, gelegen tussen het moment van daadwerkelijke betekening in het buitenland en de eerst dienende dag, hanteren.

Voor de goede orde wordt opgemerkt dat ook verstek kan worden verleend wanneer de rechtbank geen (op juiste wijze ingevuld) artikel 10-certificaat heeft ontvangen, mits de dagvaarding op een in de Bet-Vo geregelde wijze is toegezonden én sedert het tijdstip van toezending een – per geval vast te stellen – termijn van ten minste zes maanden is verstreken én in weerwil van alle redelijke inspanningen geen bewijs van betekening kon worden verkregen (artikel 19 lid 2 Bet-Vo juncto artikel 7 lid 1 van de Uitvoeringwet EG-betekeningsveror dening (oud)).
De nieuwe Betekeningsverordening van 13 november 2007 brengt een aantal wijzingen in de betekeningsprocedure van de artikelen 4 tot en met 11. De belangrijkste zijn:

  • In artikel 7 Bet-Vo is de termijn voor uitvoering van de betekening aangescherpt. Betekening door de ontvangende instantie dient zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen een maand na ontvangst te geschieden. Indien aan deze termijn niet wordt voldaan, deelt de ontvangende instantie dit onmiddellijk aan de verzendende instantie mee. De verzendende instantie heeft dan de mogelijkheid verdere betekening of kennisgeving te staken. In dat geval kan de verzendende instantie kiezen voor rechtstreekse betekening of verzending. Indien er geen staking plaatsvindt, moet de ontvangende instantie de nodige stappen blijven zetten voor de betekening of kennisgeving van het stuk. Een echte sanctie op termijnoverschrijding ontbreekt.
  • In artikel 8 Bet-Vo is de taalregeling versoepeld. Op grond van artikel 8 lid 1 kan de ontvangst van een stuk worden geweigerd indien het niet gesteld is in:
    • een taal die degene voor wie het stuk bestemd is, begrijpt of;
    • de officiële taal van de aangezochte lidstaat, of indien er verscheidene talen in de aangezochte lidstaat zijn, de officiële taal of één van de officiële talen van de plaats waar de betekening of kennisgeving moet worden verricht.
  • In lid 3 van artikel 8 Bet-Vo zijn in lijn het met het Leffler-arrest (HvJEG 8 november 2005, zaak C-443/03)de rechtsgevolgen van weigering neergelegd.

Alternatieve wijzen van betekening

  1. Betekening via consulaire of diplomatieke weg:
    In buitengewone omstandigheden kan betekening via consulaire of diplomatieke weg aan de ontvangende instantie of rechtstreeks aan de geadresseerde plaatsvinden, voor zover dit is aanvaard in de betreffende lidstaat (artikel 12 en 13 Bet-Vo).
  2. Betekening per post:
    Elke lidstaat kan de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken aan in een andere lidstaat verblijvende personen rechtstreeks door postdiensten doen verrichten bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op gelijkwaardige wijze (artikel 14 Bet-Vo). Ter uitvoering van dit artikel van de Bet-Vo zal aan artikel 56 Rv een nieuw derde lid worden toegevoegd, luidende:
    "Een deurwaarder die is aangewezen als verzendende instantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de verordening, mag een afschrift van het te betekenen stuk of een vertaling van het stuk als bedoeld in artikel 8,eerste lid, van de verordening, ook rechtstreeks verzenden aan degene voor wie het stuk bestemd is, overeenkomstig artikel 14 van de verordening. De gerechtsdeurwaarder maakt in het stuk melding van verzending, alsmede van het volgende:
    1. de datum van verzending;
    2. de wijze van verzending;
    3. of een vertaling is verzonden en zo ja, in welke taal;
    4. de mededeling in een van de in artikel 8, eerste lid, van de verordening bedoelde talen, dat degenen voor wie het stuk bestemd is, dit mag weigeren als het niet gesteld is in of niet vergezeld gaat van een vertaling in een van de in artikel 8, eerste lid van de verordening genoemde talen."
  3. Rechtstreekse betekening of kennisgeving:
    Iedere belanghebbende bij een rechtsgeding mag de betekening of kennisgeving van gerechtelijke stukken rechtstreeks doen verrichten door deurwaarders, ambtenaren of andere bevoegde personen in de aangezochte lidstaat, indien rechtstreekse betekening of kennisgeving is toegestaan door de wetgeving van die lidstaat (artikel 15 Bet-Vo).
    De Bet-Vo is niet van toepassing op de betekening en de kennisgeving van een stuk aan de gevolmachtigde vertegenwoordiger van de partij in de lidstaat waar de procedure plaatsvindt, ongeacht de woonplaats van die partij (overweging 8 Bet-Vo).

Overleggen stukken, toelichting stellingen

Op bij akte overgelegde stukken (bijvoorbeeld algemene voorwaarden), die niet bij de dagvaarding zijn meebetekend, wordt na verstekverlening aan gedaagde in beginsel geen acht geslagen. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een nadere bij akte gegeven toelichting.

 

Buitengerechtelijke kosten

De rechtbank hanteert vanaf 1 april 2001 de richtlijnen voor het berekenen van buitengerechtelijke kosten zoals opgenomen in het rapport “Voorwerk II” van de NVVR. Het rapport is te vinden via onderstaande link en is gepubliceerd in het Advocatenblad.