Historie rechtspraak in Limburg

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksOver de rechtbank > Gebouwen en exposities > Historie rechtspraak in Limburg

Voormalig arrondissement Maastricht

Vóór 1350 vielen in Maastricht bestuur en rechtspraak samen. Ze zetelden in een gebouw op de vroegere Kaasmarkt, toen een plein tussen Wolfstraat, Smedenstraat en Havenstraat. Rond 1350 verhuisde men naar een nieuw getimmerd pand: 'De Lanscroon' in de St. Jorisstraat (waar nu de ingang van V&D is).

Schepenbanken

Later gingen de Brabantsche en Luikse schepenbanken, elk bestaande uit een hoofdschout, zeven schepenen en een secretaris, hun rechtszittingen houden in het nieuwe stadhuis, het Dinghuis (nu het VVV-kantoor). Hier zetelde ook het Laag Gerecht, bestaande uit de beide burgemeesters, acht gezworenen en twee secretarissen. Vanaf 1644 zetelden beide gerechten op het huidige Stadhuis aan de Markt. Korte tijd na de inname van de stad in 1794 door de Fransen werd de rechtspraak verplaatst naar het Statenhuis op de hoek van het Vrijthof en de Statenstraat. Dit pand bleek al snel te klein.

Provinciaal gerecht

In 1825 werden de voormalige Minderbroederskerk en het Minderbroedersklooster aan de Minderbroedersberg in gebruik genomen als Provinciaal Gerecht voor de Rechtbank van Eerste Aanleg en de Criminele Rechtbank. Ook de Marechaussee kreeg hier een plaats.

In 1860 verhuisde ook het Kantongerecht hierheen vanaf het Stadhuis op de Markt. In 1866 schijnt er een forse brand gewoed te hebben, waarna het gebouw (alweer) fors is verbouwd, wat in de jaren twintig van de twintigste eeuw nogmaals gebeurde. In 1949 is het Kantongerecht verhuisd naar het pand Vrijthof 19/Papenstraat 4a.

 

Bestraffing

Tot het begin van de negentiende eeuw werden ernstige misdrijven bestraft met onthoofden, ophangen, verbranden, wurgen, radbraken of andere drastische methoden om naar het hiernamaals af te reizen. Lichtere misdrijven werden bestraft met lichte straffen als tepronkstelling, geseling, brandmerken en verbanning voor een bepaalde tijd of voor eeuwig.

Gearresteerden werden in de Middeleeuwen, in afwachting van hun berechting, opgesloten in één van de stadspoorten. Vanaf de zestiende eeuw gebeurde dit in de kelders van de Lanscroon en later in de kelders van het Dinghuis en van het Stadhuis op de Markt.

Tuchthuis en gevangenis

In 1774 werd het eerste tuchthuis gevestigd in de Wolfstraat/Bredestraat, zodat voortaan ook gevangenisstraffen konden worden opgelegd. Ook werden gevangenen opgeborgen in de kloostercellen aan de Minderbroedersberg en in die van het Cellenbroedersklooster.

Pas in 1925 kwam er een voor dit doel verbouwde gevangenis in het Minderbroederscomplex. In 1975 verhuisde het Huis van Bewaring naar de huidige locatie in de Beatrixhaven. Gezien de toenemende ruimtenood werd in 1974 voor het parket een 'tijdelijk' gebouw neergezet achter de rechtbank. Dit heeft er gestaan tot 1994.

Ook zijn de gebouwen doorlopend verbouwd en heeft in de laatste jaren een aantal portacabins op de binnenplaats onderdak verleend aan de nieuwe sector bestuursrecht. De verhuizing naar Annadal was dan ook een fikse opluchting.

 

 

Voormalig arrondissement Roermond

In de Middeleeuwen bestond geen eenheid van recht en bestuur. In steden werd stadsrecht toegepast en op het platte land landrecht, dat echter per stad of landstreek anders of verschillend werd toegepast en uitgelegd. Midden- en Noord-Limburg vielen tot 1795 voor een groot gedeelte onder het hertogdom Gelre. Het wemelde van plaatselijke rechtbankjes waar meestal door nauwelijks geletterden recht werd gesproken tot en met de doodstraf toe. Hoger beroep in strafzaken was niet gebruikelijk.

Invoering wetboek

Een grote verbetering was de invoering van het wetboek ‘De Gelresche Rechten des Ruremundtschen Quartiers’ in 1620. Daardoor werd in het Gelderse gebied een zekere vorm van algemeen verbindend recht geschapen, waardoor de ergste uitwassen werden voorkomen. In burgerlijke zaken werd hoger beroep mogelijk. Ook daardoor ontstond meer eenheid van recht. Tot in de Franse tijd heeft men zich daarmee beholpen.  

Na de verovering van deze gewesten door de Fransen in 1794 werd het gebied op 1 oktober 1795 bij Frankrijk gevoegd. Per 1 december 1795 werden alle oude plaatselijke en regionale gerecht(jes) opgeheven en de rechtspraak georganiseerd per kanton, arrondissement of departement.

Wetswijzigingen

In 1800 werd de wet gewijzigd en ontstond een rechtelijke indeling zoals die in grote lijnen nog bestaat: het kantongerecht, de rechtbank en officier van justitie met juryrechtspraak (later afgeschaft).  

Het arrondissement Roermond werd in 1830 Belgisch gebied, maar werd in 1839 bij het huidige Nederland gevoegd. Inmiddels was in de rest van Nederland in 1838 het Burgerlijk Wetboek ingevoerd en andere organieke wetten op het gebied van de rechtspraak. Op 1 januari 1842 is deze wetgeving ook voor Nederlands Limburg van toepassing verklaard.