Aanhoudingenbeleid familiezaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Regels en procedures > Aanhoudingenbeleid familiezaken

Procesreglement

In het procesreglement familie- en jeugdzaken zijn op diverse plaatsen bepalingen opgenomen over verzoeken tot aanhouding. Zie bijvoorbeeld artikel 7.4 van het procesreglement scheiding, artikel 5.4 van het procesreglement alimentatie en artikel 5.4 van het procesreglement gezag en omgang. Deze bepalingen hebben betrekking op de situatie dat een zitting is gepland en voorafgaand aan de zitting een verzoek tot aanhouding wordt ingediend. Het procesreglement bepaalt voor deze situatie:

“Op verzoeken om uitstel, die na afloop van de hiervoor genoemde termijn zijn ingediend, of indien de zitting met inachtneming van verhinderdata van partijen is gepland, wordt als volgt beslist:

  • wanneer de wederpartij bezwaar maakt, wordt het verzoek slechts toegewezen als degene die uitstel vraagt schriftelijk klemmende redenen aanvoert; bij inwilliging wordt in beginsel een uitstel van maximaal vier weken verleend, voor zover het zittingsrooster dit toelaat;
  • wanneer de wederpartij schriftelijk instemt, het verzoek behoorlijk is gemotiveerd en de rechtbank daarvan uiterlijk vijf werkdagen voor de zitting kennisneemt, wordt het verzoek toegewezen, tenzij daardoor de procedure onredelijk wordt vertraagd als bedoeld in artikel 20/818 Rv. Van onredelijke vertraging is in het algemeen sprake als sinds de dag waarop de behandeling voor de eerste keer was bepaald één jaar is verlopen. Voor zover het gevraagde uitstel deze termijn overschrijdt, wordt het in beginsel afgewezen.”

Een aanhoudingsverzoek met schriftelijke instemming van de wederpartij moet dus uiterlijk 5 werkdagen vóór de zitting zijn ingediend. Wordt het verzoek later ingediend, dan volgt uit de procesreglementen dat de zitting (in beginsel) altijd doorgaat.

       

Aanvullend beleid

Het navolgende beleid is vastgesteld voor de situatie dat een verzoek tot aanhouding wordt ingediend vanwege lopende onderhandelingen of mediation. Het beleid geldt niet alleen voorafgaand aan de zitting, maar ook in de situatie dat partijen tijdens de zitting hebben afgesproken te gaan onderhandelen of in mediation te gaan, de zaak daarom is aangehouden en er nadien aanhoudingsverzoeken komen.

Voor de goede orde zij opgemerkt dat dit beleid niet ziet op het verzoek van een advocaat om verplaatsing van een door de rechtbank geplande zitting - waarbij dus niet vooraf om de verhinderdata is gevraagd - vanwege verhindering (hierin voorzien de procesreglementen; zie bijvoorbeeld artikel 5.3 procesreglement alimentatie).

       

Gemotiveerd en tijdig verzoek

Zodra een zaak aan de rechtbank is voorgelegd, dient de rechtbank een voortvarende behandeling te bewaken. Om aan die taak invulling te kunnen geven, moet ieder aanhoudingsverzoek worden gemotiveerd. De enkele mededeling dat partijen er nog niet uit zijn, volstaat niet.

 

Beoordeling van aanhoudingsverzoeken; termijnen

Om te voorkomen dat zaken oneindig lang worden aangehouden, hanteert de rechtbank bij de beoordeling van aanhoudingsverzoeken in beginsel de volgende termijnen:

  • een eerste verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak wegens onderhandelingen wordt pro forma aangehouden voor de duur van drie maanden; dit wordt aan partijen meegedeeld via het familieroljournaal;
  • een volgend verzoek tot aanhouding wordt pro forma toegewezen voor de duur van twee maanden; dit wordt aan partijen meegedeeld via het familieroljournaal;
  • daarna wordt nog eenmaal uitstel verleend voor de duur van één maand; hier wordt vermeld dat wanneer partijen er dan nog niet uit zijn een nieuwe zitting zal worden gepland; een volgend verzoek tot aanhouding zal, behoudens uitzonderingsgevallen, worden afgewezen.

Uitgangspunt: na zes maanden geen overeenstemming, dan wordt een nieuwe zittingsdatum gepland.

Bovengenoemde termijnen leveren een maximale aanhoudingsduur van zes maanden op. Dit betekent dat indien partijen er na in totaal zes maanden nog niet uit zijn, de zaak weer op zitting zal worden gezet en dat partijen dan aan de rechter dienen uit te leggen wat hen nog verdeeld houdt. Het is aan de rechter om te onderzoeken of partijen alsnog ter zitting tot overeenstemming kunnen komen dan wel een beslissing te nemen.

- Sectie Familie & Jeugd, Rechtbank Noord-Holland -