Zitting verzoekschriftprocedure Onderhandse Verkoop (art. 3:268 BW)

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Noord-Holland > Regels en procedures > Zitting verzoekschriftprocedure Onderhandse Verkoop (art. 3:268 BW)

Algemeen

In de wet is geregeld dat een hypotheekhouder (dat is meestal een bank of andere geldverstrekker) het recht van parate executie heeft. Dat betekent dat een hypotheekhouder, wanneer de schuldenaar in verzuim is met de betaling van de hypotheeklasten, bevoegd is het onderpand in het openbaar te verkopen en de opbrengst te gebruiken voor de aflossing van de hypotheekschuld. Dit openbaar verkopen wordt ook ‘executoriaal verkopen’ genoemd. Voor het executoriaal verkopen van het onderpand heeft de hypotheekhouder geen voorafgaande toestemming van de rechtbank nodig.
 
Dat brengt mee dat u (als schuldenaar) - als u het niet eens bent met het in gang zetten van de executoriale verkoop van het onderpand door de hypotheekhouder - zelf een kort gedingprocedure moet starten bij de voorzieningenrechter, waarin u stopzetting van de executie vordert. Zo'n kort geding wordt ook wel aangeduid als 'executiegeschil'. Voor het instellen van een dergelijke procedure heeft u een advocaat nodig.

 

U bent als belanghebbende opgeroepen voor de behandeling van een verzoekschrift Onderhandse Verkoop (artikel 3: 268 BW)

In het kader van een executoriale verkoop kunnen derden bij de veilingnotaris een onderhands bod doen op het onderpand. De hypotheekhouder kan instemmen met dit onderhands bod. In dat geval gaat de geplande veiling niet door en wordt het onderpand onderhands executoriaal verkocht. Een onderhands bod moet echter door de bank aan de voorzieningenrechter van de rechtbank ter goedkeuring worden voorgelegd. U ontvangt in dat geval een afschrift van het door de hypotheekhouder ingediende verzoekschrift met bijlagen, en wordt uitgenodigd om bij de zitting aanwezig te zijn om als belanghebbende te worden gehoord.

 

Wat komt wel en wat komt niet op de zitting aan de orde

Op de zitting gaat het vooral over de waarde van het registergoed/de woning en de hoogte van het onderhandse bod. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de hypotheekhouder een taxatierapport overgelegd. De voorzieningenrechter moet aan de hand van de in het taxatierapport genoemde waarden beoordelen of een onderhandse verkoop de voorkeur heeft boven een verkoop op de veiling. Dat laatste zal het geval zijn als verwacht kan worden dat het onderpand bij verkoop op de veiling meer zal opbrengen dan het voorliggende onderhandse bod.

Indien u het niet eens bent met de in het taxatierapport genoemde waarden dient u dit met een taxatie van een andere makelaar te onderbouwen. Het komt ook voor dat zich op de zitting bieders melden die interesse hebben voor het registergoed/de woning en een hoger bod willen uitbrengen. Als belanghebbende kunt u ook kopers uitnodigen om ter zitting een hoger bod voor het registergoed/de woning te doen. De voorzieningenrechter zal daarvoor binnen de grenzen van een ordelijk verloop van de zitting ruimte bieden. De in de voorliggende concept-koopovereenkomst genoemde aspirant koper wordt alleen op de zitting in de gelegenheid gesteld om zijn/haar bod te verhogen tot het bedrag van de hoogste bieding ter zitting.

 

Belangrijk om te weten

Belangrijk om te weten is dat u als belanghebbende en (meestal ook) eigenaar van het onderpand bij de behandeling van een verzoek van de hypotheekhouder geen verweer kunt voeren tegen de beslissing van de hypotheekgever (de bank) om tot executoriale verkoop over te gaan. Zoals hiervoor toegelicht kan deze beslissing alleen worden beoordeeld in een door uzelf aan te spannen executiegeschil (kort geding).
 
- Rechtbank Noord-Holland, sectie Handel & Insolventie