Op de rol: ‘Als je niet meewerkt, dan heb je wat te verbergen’

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Zeeland-West-Brabant > Nieuws > Op de rol: ‘Als je niet meewerkt, dan heb je wat te verbergen’
Breda, 29 februari 2016

Waalwijk ligt in de nacht van 25 op 26 november vredig op één oor als een haas de Taxandriaweg opspringt; pardoes in de koplampen van Robert (33), die de macht over zijn stuur verliest en tegen een lantaarnpaal botst. Vertelt hij de politie later. De auto is total loss. De 2 Poolse kentekenplaten hangen los, dus die stopt Robert in een plastic tas en gaat op huis aan. Dat neemt de officier van justitie hem kwalijk, want je mag niet zomaar de plaats van een verkeersongeval verlaten.

Maar er gebeurt nog wat, of beter: niet. De politie is rap ter plaatse en achterhaalt razendsnel Roberts Waalwijkse adres. ‘Agenten worden binnengelaten door uw vriendin’, zegt politierechter Woltring in de Bredase rechtszaal. ‘En daar ruiken ze een alcohollucht. De politieagenten vragen u om een ademtest te doen, maar dat weigert u.’ Die blaasweigering, ook een verkeersmisdrijf, neemt officier van justitie Van der Wilt Robert nog kwalijker.

Tolk

Tekening van man geeft bij politie de haas. de schuld

Mee naar het politiebureau, waar Robert blijft weigeren om te blazen en nauwelijks iets zegt. Ook in de rechtszaal mag hij zwijgen, maar dat wil hij niet. Hij wil nu graag praten. Voor dat doel is een tolk aangeschoven, want Robert komt uit een dorp ten oosten van Warschau en zijn Nederlands is niet best. Politierechter Woltring memoreert dat de verdachte op het politiebureau in Waalwijk ontkende iets met de aanrijding te maken te hebben. ‘Waarna u uw verhaal veranderde en zei dat u was uitgeweken voor een haas. Uw rijbewijs werd voor 10 dagen ingevorderd. Waarna u tussen neus en lippen zei: “Als ik had geblazen, dan was ik mijn rijbewijs ook kwijt geweest”.’

Biertjes

Politierechter Woltring vraagt het de Poolse verdachte vanmiddag op de man af: ‘Bent u op 26 november om 10 voor 5 ‘s ochtends in Waalwijk tegen die lantarenpaal gereden en bent u daarna naar huis gelopen?’ Ja, antwoordt Robert. ‘En had u alcohol gedronken?’ ‘Ik had die dag 2 kleine biertjes op.’ Waarom was hij naar huis gelopen? Robert: ‘Ik was in shock. De auto was verschrikkelijk toegetakeld. De kentekenplaten hingen erbij en het leek mij beter om ze mee te nemen. Ik had geen telefoon bij mij. Ik ben toen naar huis gelopen, want dat was vlakbij.’ ‘Waarom heeft uw vriendin toen niet de politie gebeld?’ wil de politierechter weten. ‘Ik was 5 minuten thuis toen de politie al aan de deur stond. Ik had niet eens de tijd om haar te vertellen wat er was gebeurd.’ Dat de politie hem zo snel kon vinden, verbaast Robert overigens niets. ‘Alles, mijn zorgpasje, portemonnee, kentekenbewijs, lag nog in de auto.’

Kwalijk

‘U verliest de controle over het stuur, botst tegen een lantarenpaal en denkt: shit, ik heb gedronken, laat ik zorgen dat ik wegkom en neem de kentekenplaten mee. Dan kunnen ze mij niet vinden. Als de politie mij vindt, blaas ik niet, want dan komen ze erachter dat ik heb gedronken.’ Officier van justitie Van der Wilt heeft niet veel woorden nodig om tot de crux van de zaak te komen. ‘Hoeveel u had gedronken, zullen we nooit weten en dat is erg kwalijk. De politie heeft u 1 keer gevraagd te blazen en 4 keer gevorderd. U hebt het niet gedaan. Er was een verdenking; uw vriendin had het aangegeven en er hing een alcohollucht. Als je niet meewerkt, dan heb je wat te verbergen. In de richtlijnen van het Openbaar Ministerie staat niet zonder reden een hoge strafeis op het weigeren van een ademanalyse.’ De officier van justitie wil niet afwijken van die richtlijnen en eist een onvoorwaardelijke rijontzegging van 10 maanden en een werkstraf van 50 uur. ‘Er staan ook hoge geldboetes op deze misdrijven, maar omdat u geen werk hebt, heb ik mijn eis aangepast.’

Spijt

Dat Robert snel naar huis ging en niet wilde blazen, verklaart advocaat Lessy uit paniek en de angst bij haar cliënt voor de uitslag van de blaastest. ‘Cliënt heeft spijt en weet dat hij fout zat. Hij had moeten wachten op de politie. Hij heeft wel zijn spullen in de auto achtergelaten en was echt van plan om de politie te bellen.’ Roberts persoonlijke omstandigheden zouden de politierechter mild moeten stemmen, vindt de raadsvrouw. Immers: ‘Cliënt heeft nagenoeg een blanco strafblad.’ Bovendien werkt hij voor een uitzendbureau en als ZZP’er in de bouw, en dat is eigenlijk altijd ver weg. Hij heeft nu al weinig te doen, maar zonder auto kan hij de opdrachten helemaal vergeten. ‘Ik vind dat de persoonlijke omstandigheden zwaarder zouden moeten wegen dan de richtlijnen van het OM. Een voorwaardelijke rijontzegging, eventueel wat langer als stok achter de deur, zou passend zijn. Dat geldt ook voor de werkstraf.’ Politierechter Woltring heeft begrip voor de persoonlijke omstandigheden, maar een ‘geheel voorwaardelijke straf zou in strijd zijn met de rechtsgelijkheid.’ Robert krijgt daarom een rijontzegging van 9 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 80 uur. ‘Wellicht kunt u met iemand meerijden naar een bouwplaats.’

Uitspraken

Meest gelezen berichten