Laden...

Rechtstreeks

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

 Rechtstreeks 2022

>Alles uitklappen
  • In het eerste nummer van Rechtstreeks van dit jaar staat een actuele vraag centraal: hoe politiek is de rechter?

    Rob van Gestel en Marc Loth, hoogleraar theorie en methode van wetgeving, respectievelijk hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University, bezien dit thema via de vraag in hoeverre het legitiem is dat de (burgerlijke) rechter via algemeenbelangacties, ingesteld door vooral maatschappelijke organisaties, kan ingrijpen in beslissingen van het bestuur en de wetgever.

    Is de rechter niet teveel op de politieke stoel van de wetgever of het bestuur gaan zitten in de klimaatzaken (Urgenda, Shell, Stikstof) en de uitspraken over de avondklok in coronatijd? En hoe verhoudt zo'n rechterlijke uitspraak over klimaatdoelstellingen zich tot de bredere belangenafweging die de politiek moet maken? De auteurs wijzen erop dat ook het omgekeerde voorkomt: in de kinderopvangtoeslagaffaire kreeg de rechter juist de kritiek dat hij de wet met een scherper oog voor de impact ervan had moeten uitleggen om onredelijke wetstoepassing te corrigeren.

    Van Gestel en Loth benaderen het onderwerp vanuit deze algemeenbelangacties, internationaal aangeduid als public interest litigation (PIL). Zij behandelen de legitimiteit van de rechter in PIL-zaken aan de hand van de drie fasen van het proces van geschilbeslechting: input (wie mag een PIL-actie aanhangig maken?), throughput (hoe geeft de rechter zijn rechtsvormende taak vorm?) en output (welke uitspraakbevoegden heeft de rechter, met name wanneer die ingrijpen in politieke verhoudingen?). Zij kijken over de grens voor het effectiever maken van PIL-zaken door de inzet van amici curiae en speciale monitoring committees, naar Indiaas voorbeeld.

    Vier auteurs reageren op het hoofdartikel.

    Hans Hofhuis, een van de leden van de meervoudige kamer van de Haagse rechtbank die uitspraak deed in de Urgendazaak, spiegelt die casus aan inzichten van Van Gestel en Loth en aan de discussie over rechterlijke oordeelsvorming in reactie op algemeenbelangacties.

    Ingrid Leijten, hoogleraar Nederlands en Europees constitutioneel recht aan Tilburg
    University, behandelt de vraag hoe politiek de grondrechten zijn waarop klagers in algemeenbelangacties zich nogal eens beroepen.

    Maurits Helmich, docent in Tilburg en promovendus in Rotterdam, stelt in zijn reactie vragen die wat hem betreft eerst beantwoord moeten worden, voordat je de vraag kunt stellen of de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten: wiens belangen dient het recht, hoe kan het recht ruimte laten aan de uiting van rauw politiek conflict, en waar stopt rechterlijke tolerantie voor ondemocratische maatschappelijke opvattingen.

    Wendy Yan, promovenda in Utrecht, pleit voor het herbezien en herwaarderen van de trias politica. Dat zou ertoe moeten leiden dat het gedrag van rechters beter kan worden voorspeld en verklaard en dat een normatieve meetlat ontstaat voor het beoordelen van het handelen van de verschillende actoren in het staatsbestel.

     

    De column is van Jonathan Soeharno, hoogleraar rechtspleging in rechtsfilosofisch perspectief aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat, gaat over de nerderigheid van juristen en de opkomst van social justice op rechtenfaculteiten, waarin de jurist geacht wordt moed te tonen en moet opkomen voor sociale gelijkheid. 

 Rechtstreeks 2021

>Alles uitklappen

  • ‘Verkeert de rechtsstaat in een institutionele crisis?’ Met deze prikkelende stelling daagt hoogleraar bestuurskunde aan de rechtenfaculteit van Tilburg University Stavros Zouridis de rechtspraak in deze eerste Rechtstreeks van 2021 uit tot reflectie. Is er sprake van een sluipende uitholling van de rechtsstaat? En wat wordt dan precies verstaan onder de term ‘rechtsstaat’? Dit werpt hij op in het hoofdartikel (pdf#page=16, 0 B). Zouridis legt de bal nadrukkelijk ook neer bij de rechterlijke macht, die volgens hem mede debet is aan de door hem geconstateerde problemen. Zouridis’ betoog roept vragen op bij de vier auteurs die de redactie vroeg om in dit nummer te reageren op zijn artikel. Hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Utrecht Ivo Giesen (pdf#page=32, 0 B) richt zich op de diagnose en aanbevelingen van Zouridis, waarbij hij aandacht vraagt voor het specifieke karakter van rechterlijke uitspraken dat niet goed weergeeft hoe rechters het begrip ‘rechtsstaat’ zien. Verder komt Dato Steenhuis (pdf#page=38, 0 B), voormalig lid van het College van procureurs-generaal aan het woord die juist de aandacht vestigt op handhavingsproblemen in het strafrecht en te lage sancties door de rechter. Hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam Catrien Bijleveld (pdf#page=45, 0 B) onderwerpt de analyse van Zouridis vervolgens aan een methodologische beschouwing. En daarna komt Thom de Graaf (pdf#page=49, 0 B), vice-president van de Raad van State, aan het woord. Hij waarschuwt voor een rechterlijke macht die meer vrijheid neemt om te beslissen volgens wat maatschappelijk als rechtvaardig wordt gezien. De column tenslotte is van Geerke van der Bruggen (pdf#page=12, 0 B), schrijftrainer voor de Rechtspraak en promovenda. Zij betoogt dat aandacht voor de begrijpelijkheid van strafvonnissen meer vereist dan een aanpassing van de gebruikte taal. Volgens haar is een heroriëntatie nodig op het publiek waarvoor vonnissen zijn geschreven: zijn dit alleen andere rechters, de officier van justitie en de advocaat of ook de bredere samenleving?

  • Het tweede nummer van Rechtstreeks van dit jaar gaat over tijdige rechtspraak en wat de Rechtspraak op het moment doet om dat beter waar te maken. Daarvoor ging de redactie allereerst in gesprek met Julia Mendlik (pdf#page=17, 0 B), de voorzitter van het programma Tijdige rechtspraak. Zij spraken over hoe het programma Tijdige rechtspraak de organisatie een impuls geeft om achterstanden weg te werken en deze in de toekomst te voorkomen, door meer aandacht voor roosteren en plannen en een betere sturing. Maar bijvoorbeeld ook door te zoeken naar de beste behandeling voor een bepaalde zaak. Sandra Groot Rouwen (pdf#page=27, 0 B) geeft in haar bijdrage aan wat het belang van tijdige en voorspelbare rechtspraak is, wat de aanleiding is om hier prioriteit aan te geven, wat de doelen zijn en hoe de Rechtspraak-organisatie hieraan gaat werken. Joke Halk en Bert Marseille (pdf#page=34, 0 B) schetsen een beeld van een van de onderdelen van het programma Tijdige rechtspraak: de inloopkamer, en hoe deze zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen.

    Ruth de Bock (pdf#page=41, 0 B) analyseert in haar bijdrage de 'knoppen' waaraan de Rechtspraak kan draaien om het ideaal van tijdigheid te realiseren. Ze verbindt daarbij wetenschappelijke inzichten over de oorzaken van achterstand in de behandeling van civiele zaken met de doelstellingen van het programma Tijdige rechtspraak. In het interview met Wim van Harten en Paul Joustra (pdf#page=50, 0 B) horen we wat de Rechtspraak zoal kan leren van het ziekenhuis over beter roosteren en plannen.

    Om vanuit meer hoeken ervaringen en meningen te laten horen over tijdige rechtspraak zijn verder vijf korte bijdragen opgenomen, van onder meer wetenschappers en een jurist op gemeentelijk niveau.

    De column is van Mirko Noordegraaf (pdf#page=14, 0 B), en gaat over het nut en de noodzaak van sturing van professionals. De vaak heftige kritiek op professionalisering is soms terecht, maar bedenk: 'Niet iedere professional is even professioneel'.

  • Het derde nummer van Rechtstreeks van dit jaar gaat over wat de Rechtspraak kan leren van het buitenland en hoe de Nederlandse rechtspraak het doet in vergelijking met andere landen. Uitgangspunt is een recent Research Memorandum, met een inventarisatie van bestaand landenvergelijkend onderzoek door Frank van Tulder, Kim Strijbos en Sarah Koolen (pdf#page=15, 0 B). In hun bijdrage aan dit nummer vatten ze de belangrijkste bevindingen uit zes internationale onderzoeken samen op drie thema's: de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht, de doorlooptijd van rechtszaken en het gebruik van ICT-faciliteiten. Over het geheel genomen laat de vergelijking zien dat de Nederlandse rechtspraak het behoorlijk doet, maar dat andere landen op bepaalde aspecten beter scoren. Wat is de reden daarvan? De andere auteurs in deze Rechtstreeks proberen daar een antwoord op te geven.

    Dory Reiling (pdf#page=27, 0 B) bespreekt een aantal voorbeelden van succesvolle IT-innovaties in andere landen en identificeert een reeks lessen voor Nederland.

    Estland blijkt een stuk verder te zijn met het gebruik van ICT in de rechtspraak dan Nederland. Vincent Homburg en Carsten Schmidt (pdf#page=34, 0 B), beiden verbonden aan de Universiteit van Tartu (Estland) bekijken hoe Estland dat voor elkaar heeft gekregen.

    Een ander punt waarop Nederland kan leren van andere landen, is het publiceren van rechterlijke uitspraken. Marc van Opijnen (pdf#page=40, 0 B) bespreekt de ervaringen daarmee binnen Europa.

    Tot slot gaan Frans van Dijk en Federica Viapiana (pdf#page=49, 0 B) in op de werkdruk onder rechters en de invloed van (prestatie)management daarop, in Finland, Italië en Nederland. /p>

    De column is dit keer van Diana de Wolff (pdf#page=13, 0 B), advocaat en bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Ze gaat in op de geloofwaardigheid van advocaten en het grijze gebied waarin zij schipperen tussen wat nog wel en niet meer toelaatbaar is om de belangen van hun cliënten te verdedigen. 

 Rechtstreeks 2020

>Alles uitklappen

  • Het eerste nummer van Rechtstreeks van 2020 gaat over innovaties in de hoven, naar aanleiding van het aflopen van het project Innoverende Hoven. De in 2014 opgestelde Agenda voor de appelrechtspraak 2020 was het startpunt voor dit project. Wat is er in deze periode bereikt? Verschillende auteurs vertellen wat er met de aanbevelingen uit de agenda bij de verschillende rechtsgebieden is gedaan. Ruth de Bock en Gerard Lewin doen dat voor het civiele recht, Peter Cools voor het belastingrecht en Wim Valkenburg, Martijn van Wees en Ralf van der Pijl voor het strafrecht. Ton Hol richt zich in zijn bijdrage op de cruciale relatie met de wetenschap en Ton de Lange benadrukt de belangrijke positie van innoverende hoven ten opzichte van de andere twee staatsmachten. In een slotbijdrage plaatst Evert Stamhuis het hele proces in perspectief. De column is van Marc Loth en gaat in op de druk die rechters vandaag de dag ervaren, mede gevoed door toonzettende zaken en vonnissen – zoals het Urgendavonnis – maar ook nieuwe bedreigingen in de rechtstaat – zoals de moord op advocaat Van Wiersum.
  • Het tweede nummer van Rechtstreeks van dit jaar gaat over externe feedback: wat leert de Rechtspraak over haar eigen functioneren en hoe leidt dit tot verbetering van de kwaliteit daarvan? Aanleiding was het onderzoek, op verzoek van de Raad voor de rechtspraak, van een groep studenten die de legal research master van de Universiteit Utrecht volgden, naar spiegelbijeenkomsten. Zie daar ook een van de doelstellingen van het tijdschrift: het verbinden van wetenschap en rechtspraak.

    Martijn van Gils en Philip Langbroek, die het onderzoek begeleidde, openen daarom het nummer met een verslag van hun onderzoek naar spiegelbijeenkomsten in de rechtspraak. Over visitaties en hun effecten sprak de redactie met twee voorzitters van visitatiecommissies, Job Cohen en Joyce Sylvester. Brenda Willems is landelijk klachtencoördinator bij de rechtspraak en beschrijft de organisatie en dagelijkse praktijk van de klachtenbehandeling. In een tweede interview vertellen Wilma Groos en Thérèse van de Poll, rechterlijk bestuursleden met de portefeuille kwaliteit, over de pogingen van gerechten om externe feedback op hun functioneren te organiseren – en over de grenzen waar zij daarbij tegenaan lopen. Steven van Dieten neemt ons mee in het gebruik van online feedback. In de afsluitende bijdrage reflecteren Manja Bomhoff en Yvonne van der Vlugt vanuit hun expertise op het gebied van klachtenbehandeling door organisaties: wat valt op aan de manier waarop de Rechtspraak omgaat met externe feedback en waar liggen onbenutte mogelijkheden?

    De column is van Ellen Timmermans, en zij doet daarin een oproep om de rechtspraak minder te organiseren op basis van compliance en control en meer op basis van de energie en intrinsieke motivatie van medewerkers.


  • Het derde nummer van Rechtstreeks dit jaar staat geheel in het teken van corona: hoe ging en gaat de Rechtspraak om met deze crisis? Reflectie op die vraag komt van een gerechtsbestuurder, twee advocaten, een rechtbankjournalist en medewerkers van de Raad voor de rechtspraak. Aan de hand van blogs en vlogs van Nol Vermolen (pdf#page=17, 0 B), president van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is er een heel persoonlijke terugblik op wat er de eerste zes maanden in zijn rechtbank gebeurde. Niet alleen aan de praktische kant wordt belicht, maar ook wat deze situatie deed met de medewerkers van de rechtbank en hemzelf. Vervolgens analyseren Julia Dordonat-Breeuwsma, Robert van der Laan, Bart Schellekens en Jos Smits (pdf#page=26, 0 B)van de afdeling strategie van de Raad voor de rechtspraak hoe de coronamaatregelen doorwerkten in de openbaarheid, toegankelijkheid en onafhankelijkheid van de rechtspraak en welke lessen hieruit getrokken kunnen worden voor de toekomst. Hoe de advocatuur de aanpassingen van de Rechtspraak ervaarde komt naar voren in een interview met Alexander Leuftink van de vereniging van Familie- en Erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS) en Jeroen Soeteman van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten (NVSA) (pdf#page=38, 0 B). Zij laten zien hoe creatieve oplossingen werden gevonden om zaken door te laten gaan, maar hoe soms ook de positie van advocaten en hun cliënten onder druk kwam te staan. Speciale aandacht voor (de communicatie met) de rechtzoekenden is er in de bijdrage van Sander van Ansem, Annemarie Bardoel en Annelies van Knippenbergh (pdf#page=48, 0 B). Tot slot kijkt Paul Verspeek (pdf#page=57, 0 B), journalist bij RTV Rijnmond, naar de worsteling met de techniek die hij in de rechtspraak zag na het afkondigen van de coronamaatregelen. In acht korte bijdragen schetsen anderen van binnen en buiten de Rechtspraak de invloed van de coronacrisis op de rechtspraak en welke lessen ze daaruit trekken. De column is van Anne Ruth Mackor (pdf#page=14, 0 B) van de Rijksuniversiteit Groningen. De coronacrisis is voor haar aanleiding om de rol van het voorzorgsbeginsel in het recht te doordenken.

 Rechtstreeks 2019

>Alles uitklappen

  • De inspiratie voor het onderwerp van deze Rechtstreeks komt van een vorig jaar door de Raad voor de rechtspraak georganiseerde dag over innovatie in de rechtspraak. Keynote spreker aldaar was Greg Berman, directeur van het New Yorkse Center for Court Innovation. Deze Rechtstreeks bevat een interview met hem, over zijn ervaringen met court innovation in de Verenigde Staten. Suzan Verberk bespreekt de opkomst van maatschappelijk effectieve rechtspraak, het mogelijke belang daarvan en de dilemma’s. Er is een verslag van 2 bijeenkomsten die de redactie organiseerde met een keur aan gezaghebbende experts die bij innovaties betrokken zijn, binnen en buiten de Rechtspraak, en die daar heel verschillende opvattingen over hebben. En directbetrokkenen van 9 aansprekende rechterlijke innovatieve projecten, die nu in verschillende gerechten worden uitgevoerd, leggen uit aan welke innovaties ze werken, waarom ze dat doen, met welke verwachte en werkelijke effecten, en welke bijzonderheden daaraan vastzitten.
    De column is van Saskia Belleman, juridisch verslaggever van De Telegraaf. Ze maakt zich grote zorgen over de kennis van burgers aangaande rechtspraak in ons land en daagt de Rechtspraak zelf toegankelijker te worden.


  • Naar aanleiding van een middagsymposium bij het hof Amsterdam gaat de tweede Rechtstreeks van 2019 over de invloed van big data en artificiële intelligentie op de rechtspraak. Corien Prins (WRR), Floris Bex (UU en UvT) en Manuella van der Put (rechter en UvT) hadden hier het woord en bewerkten hun lezing voor deze uitgave.

    De verkennende inleidingen van Prins en Bex, en een reactie van Ashley Karsemeijer, vormen het eerste deel van de uitgave, over de diverse facetten van AI, historie, toepassingen, vragen en dilemma’s, ook van buiten de rechtspraak. Het tweede meer analyserende deel bevat een wetenschappelijke beschouwing van Evert Verhulp en Rachel Rietveld (UvA), over ondersteuning door expertsystemen, en van Stefan Philipsen en Erlis Themeli (UU en EUR), over de ‘robotrechter’. Van der Put geeft aan hoe wetenschappelijk onderzoek naar AI en rechtspraak – inclusief ‘robotrechters’ – eruit kan zien.
    Het derde deel is meer bestuurlijk en organisatorisch. Hierin maken Gijs van Schouwenburg en Jos Smits (Rvdr) duidelijk hoe de rechtspraak wat big data en AI betreft bij de tijd kan worden gebracht. Jan-Luuk Hoff (UU en RVS) en Stephan Grimmelikhuijsen (UU) staan stil bij de wijze waarop de rechtspraak het beste kan reageren op de niet te stoppen stroom aan datagedreven innovaties.

    De column is van Margreet Ahsmann, waarin ze stilstaat bij het visitatierapport gerechten en zij zich kritisch toont over MER. Ook Albert Klijn is daar kritisch over en schreef een reactie op het vorige nummer van Rechtstreeks.

 Rechtstreeks 2018

>Alles uitklappen

  • Deze Rechtstreeks gaat over transparantie in en van rechtspraak, en de gevolgen voor maatschappelijk vertrouwen en gevoelde legitimiteit. Stephan Grimmelikhuijsen deed onderzoek, binnen en via de Rechtspraak, vooral via gesprekken met rechters en raadsheren. Hij laat zien welke vormen transparantie kan aannemen, en hoe die vormen inwerken op vertrouwen.

    De reacties op het hoofdartikel zijn van Femke de Vries, Bart Rijs en Paul Dekker. De Vries betoogt dat transparantie als zodanig niet zoveel zegt – het is een specifieke zaak die veel of weinig zegt. Daar moet qua openheid rekening mee gehouden worden, als het gaat om interactie met de samenleving. Rijs gaat in op enkele onderbelichte aspecten, zoals het onderscheid tussen openheid, begrijpelijkheid en bekritiseerbaarheid. Hij benadrukt dat de balans tussen onafhankelijke en bekritiseerbare rechtspraak van groot belang is. Paul Dekker stelt dat het vooral van belang is welke bevolkingsgroep al dan niet vertrouwen heeft, in sommige bevolkingsgroepen zal meer transparantie niet meer vertrouwen genereren.
    Hilke Grootelaar sluit in haar column aan bij het thema en beschrijft hoe open de Nederlandse rechtspraak was in de medewerking aan haar promotieonderzoek.


  • Het hoofdartikel van deze rechtstreeks gaat over kennis. Jasper van den Beld en Yinka Tempelman zijn de afgelopen twee jaar verbonden aan het programma Organisatie van kennis als respectievelijk programmaleider en -adviseur. Dit programma moet leiden tot een professionele en gestructureerde kennisorganisatie waarbij de juridische professional centraal staat.
    Wat is er eerder gedaan aan kennismanagement binnen de Rechtspraak? Wat zijn de huidige ambities en hoe kunnen die in praktijk worden gebracht? Wat zijn leidende principes en randvoorwaarden voor succes? Na beantwoording van die vragen komen de auteurs met een overzicht van activiteiten die ze de komende tijd gaan doen om stapje voor stapje de mensen in beweging te krijgen. Alles volgens het leidende principe: 'Iedereen draagt bij op basis van talent, kennis en kunde en iedereen heeft er voordeel van.'

    In de uiteenlopende reacties wordt het hoofdartikel kritisch bekeken, deels vanuit het meer academische juridische kennismanagement, deels vanuit de praktijk. Mart van de Kerkhof, kennismanager bij advocatenkantoor Allen & Overy en lid van de externe klankbordgroep van het programma, is enthousiast over de inzet maar heeft vragen bij de uitvoerbaarheid.
    Sandra Taal, die promoveerde op een internationaal kwantitatief onderzoek naar het
    kennisuitwisselingsgedrag van (bestuurs)rechters, wijst op de noodzakelijke cultuuromslag.
    Hoogleraar juridisch kennismanagement Tom van Engers gaat in zijn bijdrage in op samenwerking met andere organisaties van juridische professionals.
    In de column neemt Pauline Schuyt het op voor de mannen in de rechtspraak. Er blijkt sprake van een ongelijke behandeling van mannen en vrouwen tijdens het strafproces en de tenuitvoerlegging van de straf.

 Rechtstreeks 2017

>Alles uitklappen

  • In deze Rechtstreeks kijkt de Rechtspraak naar de toekomst. Meerjarenplannen en agenda's die periodes van 4 jaar beslaan bestonden al, maar sinds kort is de Rechtspraak ook gaan nadenken over de verdere toekomst. Via 'scenarioplanning' wil de Rechtspraak zicht krijgen op ontwikkelingen, zodat zij niet wordt verrast. De projectgroep Scenarioplanning beschreef 4 mogelijke toekomstscenario's: de versplinterde jungle, democratuur, decentrale commune en stabiele solidariteit. Een verslag van een gesprek met initiatiefnemer Christa Wiertz-Wezenbeek, president van de rechtbank Oost-Brabant, vormt het hoofdartikel: 'Als je met scenarioplanning bezig bent, dan realiseer je je nog beter wat de waarde van onafhankelijke rechtspraak is.'

    In zijn reactie op het hoofdartikel maakt hoogleraar strategie Martijn van der Steen duidelijk wat de toegevoegde waarde van scenarioplanning is: het ontwikkelen van een houding die beter toegerust is op de toekomst.
    Rechter Eli Gabel onderstreept het belang van effectieve rechtspraak en vooral rechtspraak die voor de rechtzoekende 'aanvaardbaar' is.
    Kim Putters en Lonneke van Noije van het Sociaal Cultureel Planbureau kiezen in hun bijdrage ook voor het 'burgerperspectief'. Zij geven aan dat het vertrouwen van de burger een essentiële voorwaarde is voor de Rechtspraak om als institutie te kunnen functioneren. Het vertrouwen in Rechtspraak in Nederland is groot, maar aan dat vertrouwen moet gewerkt blijven worden.

    De column komt van de hand van staatsraad Lex Michiels. Hij is bezorgd over het taalgebruik van juristen. 

Informatie van voor 1 januari 2017 vindt u in het online archief rechtspraak.nl (archiefweb.eu.nl).
Dit doet u het beste op een computer, laptop of tablet.

 



Neem contact op met het Rechtspraak Servicecentrum

Sociale media

Stel uw vraag via:
InstagramInstagram

Pas op met het delen van privé-gegevens op sociale media.

Telefoon

Bereikbaar maandag t/m donderdag van 8:00 uur tot 20:00 uur en op vrijdag van 8:00 uur tot 17:30 uur.