Op 11 april 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in twee zaken waarin twee studerende broers bezwaar maakten tegen de vaststelling van hun studieschuld. Zij maakten dit bezwaar in 2016, terwijl de minister hen in 2013 op de hoogte had gebracht en erop had gewezen dat er met ingang van 1 januari 2014 afgelost moest worden. De Centrale Raad van Beroep vindt dat de minister de bezwaarschriften van de broers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat deze te laat zijn ingediend. Die termijnoverschrijding is de broers toe te rekenen.