Gevangenisstraf van 12 jaar en 6 maanden voor het plegen van doodslag, brandstichting en diefstallen
Bewezen
Het hof acht bewezen dat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. op 25 september 2013 in Amsterdam zijn Bulgaarse vriendin in haar woning met geweld om het leven heeft gebracht. Daarna heeft de verdachte brand gesticht in haar woning, kennelijk om eventuele achtergebleven dadersporen uit te wissen. Hierbij is gevaar ontstaan voor de aangrenzende woningen en de daar op dat moment aanwezige bewoners. Daarnaast heeft de verdachte de telefoon en geld van zijn vriendin weggenomen.
Eigen belang
Dit alles wordt door het hof de verdachte zwaar aangerekend. Het opzettelijk benemen van het leven van een ander behoort tot de zwaarste categorie misdrijven die de wet kent. Voorts rekent het hof de verdachte aan dat hij zich bij het stichten van de brand op geen enkele wijze rekenschap lijkt te hebben gegeven van de gevaren van zijn handelen. De verdachte heeft zich alleen laten leiden door zijn eigen belang.
Rapporten
Gedragsdeskundigen hebben de verdachte onderzocht, aan welke onderzoeken hij slechts in zeer beperkte mate heeft willen meewerken. Op basis van de rapporten heeft het hof maar beperkt inzicht gekregen in de persoon van de verdachte, zodat met zijn persoonlijke omstandigheden slechts in beperkte mate rekening is gehouden bij de strafoplegging.
Overschrijding redelijke termijn
Bij het opleggen van de straf heeft het hof ook laten meewegen dat de strafzaak niet binnen een redelijke termijn is afgedaan, aangezien de arrestatie van de verdachte dateert van 1 oktober 2013. Als de overschrijding er niet was geweest, had het hof een gevangenisstraf van 14 jaren opgelegd.