De wrakingskamer heeft vandaag het wrakingsverzoek in de zaak van Ridouan T., onderdeel van de strafzaak Marengo hoger beroep, afgewezen. Voor het kader verwijst de wrakingskamer naar eerdere uitspraken van Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad. De wrakingskamer stelt vast dat de beslissing tot afwijzing van het verzoek van de verdediging tot het verlenen van meer voorbereidingstijd en vast te houden aan het door het hof beschreven tijdpad, een rechterlijke tussenbeslissing is die geen grond kan vormen voor wraking. In uitzonderlijke gevallen en naar objectieve maatstaven gemeten, kan uit de motivering van die beslissing wél van vooringenomenheid van het hof blijken. Maar daarvan is volgens de wrakingskamer geen sprake.