18 jaar cel voor dubbele doodslag op broers in Nijmeegs café

Het oordeel
De vier mannen troffen elkaar op 9 mei 2016 in café Istanbul aan de Malvert in Nijmegen. Een van de veroordeelde mannen trok daarbij als eerste een vuurwapen en er is vervolgens 22 keer geschoten met drie verschillende wapens. De twee slachtoffers zijn als gevolg van schotverwondingen overleden. De twee veroordeelde mannen zijn ongedeerd gebleven.
De advocaatRaadsman of raadsvrouw in juridische aangelegenheden. Een advocaat is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. van een van de verdachten heeft vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht. bepleit omdat alleen de medeverdachte geschoten zou hebben. Het hof heeft echter geconcludeerd dat beide veroordeelde mannen geschoten hebben, op beide slachtoffers. Het hof baseert die conclusie grotendeels op technisch bewijs.
Net als de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. vindt het hof niet bewezen dat daarbij sprake was van voorbedachte raad, zodat geen sprake was van moord, maar van doodslag.
Hogere straf
De rechtbank veroordeelde de beide mannen eerder tot lagere straffen (15 en 16 jaar gevangenisstraf). Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. heeft in hoger beroep 18 jaar gevangenisstraf tegen beide mannen geëist.
Het hof is het met het Openbaar Ministerie eens dat de door de rechtbank opgelegde straffen onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten. Het hof is ook van oordeel dat beide veroordeelden een even groot verwijt gemaakt kan worden voor hun aandeel in de feiten. Het hof heeft om die redenen aan beide mannen een gevangenisstraf van 18 jaar opgelegd.
Noodweer
De advocaat van een van de verdachten heeft bepleit dat zijn cliënt niet strafbaar is omdat hij uit zelfverdediging (noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.) geschoten zou hebben. Het hof heeft dit verweer verworpen. Het hof komt tot de conclusie dat er geen sprake was van zelfverdediging, omdat de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. zelf met het schieten is begonnen.
Schadevergoeding
De vorderingen tot schadevergoeding van de nabestaanden van de beide slachtoffers zijn door het hof toegewezen.