Bepaling die leidt tot lagere vergoeding voor proceskosten in Mulderzaken blijft buiten toepassing

Wijziging (tweede lid) artikel 13a van de Wahv
Wanneer in een Mulderzaak een betrokkene (deels) in het gelijk wordt gesteld, kunnen de proceskostenKosten die gemaakt worden om de procedure te kunnen voeren, zoals bijvoorbeeld de kosten van juridische bijstand en reis- en verblijfskosten. die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstandGefinancierde rechtshulp. voor vergoeding in aanmerking komen. De hoogte van die vergoeding wordt berekend aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dat staat in artikel 13a van de Wahv.
Het tweede lid van dit artikel is op 1 januari 2024 gewijzigd. In dit tweede lid is nu bepaald dat de proceskostenvergoeding die de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. vaststelt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt vermenigvuldigd met 0,25. Dit geldt alleen als de bestreden administratieve sanctie wordt vernietigd of het sanctiebedrag wordt gewijzigd. In alle overige gevallen wordt de proceskostenvergoeding vermenigvuldigd met 0,1.
Onderscheid in strijd met discriminatieverbod?
De wetgever maakt voor de hiervoor omschreven vaststelling van de hoogte van de proceskostenvergoeding onderscheid tussen Wahv-procedures enerzijds en andere bestuursrechtelijke procedures (niet zijnde WOZ- en bpm-procedures) anderzijds. De wijziging van het tweede lid van artikel 13a van de Wahv leidt tot een aanzienlijk lagere vergoeding dan de vergoeding in overige bestuursrechtelijke zaken, met uitzondering van WOZ- en bpmzaken. Het hof kan niet beoordelen of het gemaakte onderscheid in strijd is met het discriminatieverbod van artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en/of artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM. De daarvoor noodzakelijke informatie is bij de totstandkoming van deze bepaling in de Tweede en Eerste KamerOnderdeel van een rechterlijk college, zoals een strafkamer, belastingkamer, vreemdelingenkamer of militaire kamer. Zie ook: Enkelvoudige kamer en Meervoudige kamer. van de Staten-Generaal niet naar voren gekomen. Omdat niet valt uit te sluiten dat er strijd is met het discriminatieverbod, heeft het hof geoordeeld dat genoemde bepaling bij de vaststelling van een proceskostenvergoeding in een Mulderzaak buiten toepassing moet worden gelaten.