Leeuwarden|

Het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon wordt niet gezien als vasthouden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelt in hoger beroep zaken van lichte verkeersovertredingen. Het hof heeft op 9 augustus jl. uitspraak gedaan in de zaak over de oplegging van een boete van € 240,- op grond van de Wet Mulder voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden. Het hof heeft degene aan wie de boete is opgelegd in het gelijk gesteld. De boete hoeft niet betaald te worden.

Beslissing van de kantonrechter

Op 24 november 2020 heeft de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. van de rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat onder het begrip vasthouden ook moet worden verstaan het op schoot hebben van de mobiele telefoon. De kantonrechter heeft de boete van het CJIB in stand gelaten. Tegen deze beslissing van de kantonrechter is hoger beroep ingesteld door degene aan wie de boete is opgelegd.

Geen vasthouden

In deze zaak kan niet worden vastgesteld dat de telefoon is vastgehouden tijdens het rijden. Volgens het hof kan het op schoot of op het been hebben van een mobiele telefoon niet worden gezien als vasthouden in de zin van artikel 61a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).