Arnhem|

In hoger beroep zwaardere straf opgelegd voor misdrijven begaan tegen achtjarig zoontje op camping in Winterswijk

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag in hoger beroep uitspraak gedaan in de strafzaak tegen een 37-jarige Duitse man. Het hof acht bewezen dat hij in de periode van 1 januari 2017 tot en met 22 juli 2017 samen met zijn toenmalige partner verschillende misdrijven heeft begaan tegen hun zoontje, dat destijds acht jaar oud was. Hiervoor heeft het hof een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier jaar en zes maanden. De behandeling van de strafzaak tegen de medeverdachte, verdachtes toenmalige partner, is uitgesteld in verband met haar detentie in Duitsland.

Opsluiting in een kist

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en de medeverdachte hebben zich ten opzichte van hun achtjarige zoontje schuldig gemaakt aan – kort gezegd – mishandeling, vrijheidsberoving en verwaarlozing. Onder meer sloten zij hem ’s nachts op in een kist in de voortent van hun caravan. Hierdoor had hij geen toegang tot sanitaire voorzieningen, waardoor het voorkwam dat hij in zijn eigen urine en ontlasting kwam te liggen. Ook leed hij aan ondervoeding doordat zijn ouders hem straften door hem geen avondeten te geven. Verder werd hij vastgebonden met tiewraps en werd nagelaten medische zorg te zoeken.

Zwaardere straf dan in eerste aanleg

De rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. had de verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. Het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. vond dit onvoldoende en ging in hoger beroep. Ook het hof heeft geoordeeld dat met de straf van de rechtbank geen recht wordt gedaan aan de ernst van de bewezen verklaarde misdrijven. Daarbij speelt een rol dat het hof is uitgegaan van een ruimere pleegperiode dan de rechtbank. Net als de rechtbank heeft het hof als strafverzwarende omstandigheid in aanmerking genomen dat de verdachte in Duitsland al een gevangenisstraf van 2,5 jaar had uitgezeten voor vergelijkbare misdrijven tegen een ander minderjarig kind.