Den Haag|

Haagse hof spreekt verdachte van moord in Oostvoorne vrij

Het gerechtshof Den Haag heeft vandaag een verdachte vrijgesproken van moord en diefstal in 2005 en van brandstichting in 2003. De delicten zouden door hem gepleegd zijn in Oostvoorne. Het hof acht de feiten niet wettig en overtuigend bewezen en komt daarom tot een vrijspraak.

Op 3 september 2005 werd in Oostvoorne het levenloze lichaam van het slachtoffer aangetroffen in de kofferbak van haar eigen, uitgebrande auto. Zij was in dezelfde auto uit haar woning gevoerd. Met haar pinpas is in Rozenburg € 350,- gepind. De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. stond in hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. terecht voor de moord/doodslag op het slachtoffer, de diefstal van de  € 350,- en een brandstichting in een bedrijfspand te Oostvoorne op 4 december 2003. De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte in 2019 voor deze drie feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaren. De verdachte moest aan de benadeelde partijSlachtoffer dat schade heeft door een strafbaar feit en daarvoor in het strafproces een vergoeding van de verdachte heeft gevraagd. (ouders slachtoffer) ook een schadevergoeding betalen. In hoger beroep heeft het openbaar ministerieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. 20 jaren gevangenisstraf geëist.


Het betreft een oude zaak. De verdachte is in 2007 aangehouden. Toen bleef belastend materiaal in het onderzoek uit, waarna de verdachte in vrijheid is gesteld in 2008. De verdenking bleef echter bestaan. Independent Forensic Services (IFS) heeft vervolgens nader onderzoek verricht naar een DNA-spoor dat is aangetroffen op het textiel waarmee het slachtoffer was vastgebonden. Als gevolg van de uitkomst van dat onderzoek is de verdachte vervolgens in 2017 opnieuw aangehouden en in verzekeringZie: Inverzekeringstelling gesteld. Hij heeft steeds alle feiten ontkend.


Er is in eerste aanlegDe rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof de tweede aanleg oftewel de hoger-beroepsinstantie (of de Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Afdeling bestuur van de Raad van State). en in hoger beroep veel nader onderzoek verricht naar het DNA-spoor op het textiel waarmee het slachtoffer was vastgebonden en naar de DNA-rapportage door IFS. Het Haagse hof oordeelt dat het DNA-onderzoek naar het genoemde spoor met dermate veel onzekerheden gepaard gegaan is, dat het hof daaraan geen bewijs kan en zal ontlenen. Het DNA-bewijs zal in deze strafzaak als onvoldoende betrouwbaar worden uitgesloten voor het bewijs. De telecomgegevens kunnen ook niet als belastend voor de verdachte uitgelegd worden. Aan de aangetroffen kabelbinders kan slechts een beperkte bewijswaarde worden ontleend. Voor de belastende getuigenverklaringen geldt dat zij niet dan wel onvoldoende betrouwbaar of beperkt bruikbaar zijn voor het bewijs van het plegen van moord of doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord.. Dat betekent dat genoemde bewijsmiddelenMiddelen die de rechter overtuigen dat een verdachte schuldig is. De rechter gebruikt deze bij de motivering van het vonnis. Een andere term voor 'bewijsmiddelen' is 'bewijsmateriaal'. niet leiden tot een bewezenverklaring van moord of doodslag, niet op zichzelf, niet in onderlinge samenhang beschouwd en ook niet met wat zich verder in het dossier bevindt.


Er is ook geen bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. dat de verdachte zelf heeft gepind. Voor een veroordeling voor medeplegen van de diefstal van € 350,- ontbreekt voldoende bewijs.


De verdachte is vrijgesproken van brandstichting in een bedrijfspand, omdat er slechts belastende verklaringen van één getuige zijn, die pas veel later zijn afgelegd. Bovendien heeft de getuige de brandstichting niet zelf waargenomen, maar heeft hij het van horen zeggen. Verder is er geen concreet steunbewijs.


In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. spreekt het Haagse hof de verdachte vrij van alle drie de feiten. De benadeelde partijen worden daarom niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard in hun vordering.