Den Haag|

Uitspraak in ontslagzaak over plaatsen racistische afbeeldingen in appgroep

Het gerechtshof Den Haag heeft op 31 augustus 2021 uitspraak gedaan in een zaak over het ontslag op staande voet van een werknemer die racistische afbeeldingen deelde in een niet-zakelijke groepsapp met - hoofdzakelijk - collega’s. Het Haagse hof oordeelt in hoger beroep dat de Rotterdamse kantonrechter het ontslag op staande voet terecht heeft vernietigd, maar ontbindt wel de arbeidsovereenkomst.

Het hof vindt net als de kantonrechterDe kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken als overtredingen uit het strafrecht, arbeidszaken, huurzaken en zaken onder de € 25.000,- behandelt. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn opgegaan in de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. in deze zaak gelet op alle omstandigheden van het geval ontslag op staande voet een te zware straf voor de werknemer. Daarbij is voor het hof vooral belangrijk dat de werknemer niet eerst een waarschuwing heeft gekregen van de werkgever om dit gedrag voortaan achterwege te laten en dat hij gedurende zijn 20-jarig dienstverband overigens altijd goed heeft gefunctioneerd. Bovendien was de werknemer niet de enige die zich aan dit gedrag schuldig maakte. De collega’s die vergelijkbare afbeeldingen hadden gedeeld, werden niet ontslagen en kwamen er vanaf met een waarschuwing.

Het hof ontbindt de arbeidsovereenkomst, omdat de verhouding tussen werkgever en werknemer inmiddels ernstig is verstoord. Dat komt enerzijds door het onterechte ontslag op staande voet en de weigering van de werkgever om de werknemer weer toe te laten tot het werk, ondanks twee rechterlijke uitspraken waarin de werkgever daartoe was veroordeeld. Anderzijds heeft de werknemer dat met zijn eigen gedrag mede veroorzaakt.

De werkgever wordt veroordeeld om aan de werknemer de transitievergoeding te betalen. De rechter kan tevens een billijke vergoeding toewijzen als de ontbinding van een arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Gelet op de bijzondere omstandigheden (de naar verwachting beperkte inkomensschade, het eigen verwijtbaar handelen van de werknemer, de transitievergoeding en een hoog bedrag aan verbeurde dwangsommen) kent het hof geen billijke vergoeding toe.