Den Haag|

Veroordeling jihadverdachte door gerechtshof Den Haag

Het gerechtshof Den Haag heeft op de 23-jarige O.H. uit Amsterdam veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden voor onder andere deelneming aan training voor terrorisme. De rechtbank had hem eerder voor dit feit vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie was tegen deze vrijspraak in hoger beroep gegaan. Dit is de eerste zaak waarin de Nederlandse rechter zich over het deelnemen en meewerken aan terrorisme uitspreekt.

Op 13 maart 2012 zijn tijdens de doorzoeking van de woning waar de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. verbleef, naast 10 meter lont, 1 kilo aluminiumpoeder en een gasbusje, verder nog een behoorlijke hoeveelheid jihadfilms aangetroffen waarop terroristische aanslagen worden vertoond. Ook heeft de verdachte op websites gezocht naar informatie over ingrediënten voor een zelf te maken explosief. Tevens heeft hij extremistische websites bezocht waarin wordt opgeroepen tot de gewapende jihad in het Midden-Oosten. De verdachte heeft daarnaast de wens geuit om zich naar het strijdgebied in Syrië te begeven om daar ook zelf deel te nemen aan de gewapende strijd. Hij heeft aangegeven bereid te zijn als martelaar te sterven. Tijdens een eerdere schorsing van de voorlopige hechtenisVerzamelnaam voor de begrippen bewaring, gevangenhouding en gevangenneming. door de rechtbank heeft de verdachte de benen genomen. Hij is enige tijd later in Duitsland aangehouden en was op weg naar Turkije.

Het hof acht, gelet op de handelwijze van de verdachte, bewezen dat de verdachte de bedoeling had om de door hem opgedane kennis of vaardigheden voor het vervaardigen van een explosief te gebruiken ten behoeve van het plegen van een terroristisch misdrijfZwaar strafrechtelijk vergrijp. De strafwetgeving onderscheidt overtredingen en misdrijven. Overtredingen worden in de regel in eerste aanleg berecht door de kantonrechter, misdrijven door de afdeling strafrecht van de rechtbank. in Syrië. Ook vindt het hof bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan strafbare handelingen ter voorbereiding van brandstichting dan wel het teweegbrengen van een ontploffing. Het hof rekent hem deze feiten zwaar aan. Daarbij komt dat terroristische misdrijven behoren tot de zwaarste categorie van misdrijven. Terrorisme raakt de openbare orde en de veiligheid en stabiliteit van de samenleving. De samenleving moet hiertegen beschermd worden. In strafmatigende zin heeft het hof rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van de gepleegde feiten, alsmede de aannemelijk geworden omstandigheid dat zijn verstandelijke vermogens beperkt waren. De verdachte had geen strafbladVermelding in het strafregister dat aantekeningen bevat over de keren dat iemand in het verleden verdacht werd van strafbare feiten (met name misdrijven) en over de afloop daarvan (sepot, vrijspraak, veroordeling)..