12 jaar cel voor schietpartij in Oisterwijk
Paniek
De man voelde zich al enige tijd bedreigd door de slachtoffers vanwege conflicten in het criminele drugsmilieu. Op 19 maart 2012 zochten de slachtoffers de man thuis op. Hij heeft zijn kinderen achter een muurtje in de woonkamer laten zitten en zijn vrouw opdracht gegeven om 112 te bellen. Toen de telefoniste echter ophing zonder te melden dat politie onderweg was, brak er paniek uit in de woning. De man vreesde voor zijn leven en dat van zijn gezin. Nadat de twee mannen naar de achterkant van zijn woning waren gelopen is hij naar buiten gerend met een wapen. Hij heeft de tuinpoort geopend en is gelijk gaan schieten. Nadat hij weer de woning was ingegaan is hij door de voordeur naar buiten gegaan en heeft daar nogmaals geschoten. Vervolgens heeft hij op een plantsoen een van de mannen frontaal neergeschoten en die is kort daarna in het ziekenhuis overleden. De tweede man wist zich schuil te houden en overleefde het schietincident.
Geen (poging) moord
Het hof neemt aan dat de man geen vooropgezet plan had om de mannen, die hem opzochten, te vermoorden. Omdat er sprake was van paniek en angst, sluit het hof niet uit dat de man handelde een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en spreekt hem daarom vrij van (poging tot) moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang..
Noodweer
De verdediging voerde aan dat er sprake was van (putatief) noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit.. De man zou in de (achteraf onjuiste) veronderstelling zijn geweest dat hij zichzelf en zijn gezin moest beschermen tegen een aanval door gewapende mannen. Het hof verwerpt dit verweer. Uit camerabeelden blijkt dat de slachtoffers niet agressief waren, geen kogelvrije vesten of bivakmutsen droegen, dat ze geen vuurwapen hadden en niet over de schutting van de man wilden klimmen. Volgens het hof was er onvoldoende aanleiding om te denken dat er sprake was van aanval waartegen de man zich moest verdedigen. Ook van psychische overmacht was volgens het hof geen sprake.
Straf
Bij het opleggen van de straf rekent het hof het de man zwaar aan dat hij overdag op de openbare weg in een woonwijk iemand heeft doodgeschoten en een tweede man bijna heeft doodgeschoten. Hierdoor zijn veel buurtbewoners, waaronder kinderen, getuige geweest van deze gewelddadige gebeurtenis. Bovendien heeft de man buitengewoon risicovol en gevaarlijk gehandeld. Het hof vindt verder dat illegaal wapenbezit streng moet worden bestraft. Ook houdt het hof er strafverzwarend rekening mee dat de man eerder is veroordeeld voor een ernstig geweldsdelict in het criminele drugsmilieu. Strafverminderend betrekt het hof het feit dat de medewerkster van 112 niet adequaat reageerde waardoor bij de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. de indruk is ontstaan dat de politie geen hulp zou bieden. Ook blijkt uit rapportages van de psycholoog en psychiater dat de man verminderd toerekeningsvatbaar was, omdat hij toen leed aan een posttraumatische stress stoornis.