's-Hertogenbosch|

13 jaar cel voor doodslag op buurman in Roosendaal

Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch veroordeelt een 61-jarige man in hoger beroep tot een gevangenisstraf van 13 jaar voor doodslag. Hij schoot in 2015 in Roosendaal een buurman in de rug, toen deze wilde bemiddelen bij een burenruzie. De gevangenisstraf komt overeen met de straf die de rechtbank Zeeland-West-Brabant eerder oplegde. Het hof bepaalt verder, anders dan de rechtbank, dat de man aan de nabestaande van het slachtoffer een schadevergoeding moet betalen van in totaal 60.000 euro.

Burenruzie

Tussen de verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en zijn directe buren bestond al langere tijd een conflict. Het latere slachtoffer, een achterbuurman van 51 die zelf niet bij het conflict betrokken was, ging op 3 september 2015 naar het huis van de verdachte om te bemiddelen. Nadat er niet werd opengedaan liep hij weg, waarna de verdachte alsnog de voordeur opende en hem, zonder een woord met hem te hebben gewisseld, van dichtbij in de rug schoot. Daarbij is het slachtoffer in het hart geraakt en ter plekke overleden.

Geen moord, wel doodslag

Het hof heeft - met het OM en de verdediging - uit het procesdossier onvoldoende kunnen opmaken dat in deze zaak sprake is van een vooropgezet plan om het slachtoffer om het leven te brengen. Wel moet de man zich ervan bewust zijn geweest dat wanneer hij van dichtbij op iemand zou schieten ter hoogte van het hart, dit de dood tot gevolg zou kunnen hebben. De man is daarom niet schuldig aan moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang. maar wel aan doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord..

Het hof vindt het niet aannemelijk dat de man handelde uit noodweerHet plegen van een strafbaar feit om jezelf of een ander te beschermen tegen een onmiddellijke bedreiging. De verdediging mag niet verder gaan dan noodzakelijk is. Als noodweer is vastgesteld, is er geen sprake van een strafbaar feit., zoals de verdediging betoogde. Het slachtoffer was per slot van rekening ongewapend, liep van hem weg en is in de rug geraakt. Hij vormde dus geen bedreiging voor de verdachte.

Shockschade

De weduwe van het slachtoffer heeft van dichtbij alles zien gebeuren. Als gevolg hiervan heeft ze een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Daarom kent het hof haar een schadevergoeding toe van 10.000 euro voor de geleden immateriële schadeSchade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. De vergoeding die wordt uitgekeerd om immateriële schade te vergoeden heet smartengeld.. Daarnaast moet de verdachte haar een schadevergoeding betalen van 50.000 euro voor het gederfde levensonderhoud.