Fors hogere straf na fatale aanrijding met politieagent
Aangereden das op de weg
In de avond van 24 oktober 2020 reden twee politieagenten over de N270 richting Well. Ze stopten voor een aangereden das die op de rijbaan lag om deze weg te halen. De zwaailichten op het dak van het politieauto zijn eerst in werking gesteld, voordat beide politieagenten uit het voertuig zijn gestapt. Deze zwaailichten waren van een afstand van een kilometer al zichtbaar. Eén van de agenten is naar de achterkant van de auto gelopen om uit de achterbak een schep te pakken om daarmee de das van het wegdek te halen. De andere agent stond voor het politievoertuig, bij de aangereden das. Op dat moment botste de auto van de man met ongeveer 80 kilometer per uur op de politieauto. Door de botsing is de 28-jarige agent die achter de auto stond komen te overlijden. De agent die voor de politieauto stond raakte gewond.
Telefoongebruik achter het stuur

In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. bekende de man dat hij tóch op zijn telefoon zat vóór het moment van de aanrijding. Hij legde uit dat hij in zijn verklaringen bij de politie en bij de rechtbank van onjuiste gegevens is uitgegaan en daarom destijds onjuist heeft verklaard. Hij verkeerde toen nog in de ontkenningsfase en was ervan overtuigd dat hij niet op zijn telefoon had gezeten. Hij heeft daarvoor zijn excuses aangeboden.
Persoonlijke omstandigheden
Op basis van de verklaring van de man bij het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. en zijn presentatie in hoger beroep, is voor het hof duidelijk geworden dat hij oprecht spijt heeft van zijn handelen. Hij zal zijn leven lang geconfronteerd worden met de door hem veroorzaakte dood van de politieagent en het letsel van diens collega. Hij is zijn toenmalige baan verloren, heeft een andere baan en heeft verklaard dat hij veel stress heeft van de door hem gepleegde feiten en de rechtszaak.
Afweging van het hof
Hoewel het hof de persoonlijke omstandigheden van de man meeweegt, doen de straffen die de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. Oost-Brabant eerder oplegde geen recht aan de ernst van de feiten. Het gebruik van een mobiele telefoon achter het stuur moet volgens het hof leiden tot een gevangenisstraf van langere duur. Daarom legt het hof de man 24 maanden gevangenisstraf op waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijdDe rechter kan iemand tot een voorwaardelijke straf veroordelen. De straf wordt dan niet uitgevoerd, mits de verdachte zich gedurende een bepaalde periode, de proeftijd, aan een aantal afspraken houdt en niet opnieuw in de fout gaat. Deze voorwaarden zijn door de rechter in zijn vonnis opgelegd. van 2 jaar en een rijontzegging van 3 jaar.
Schadevergoeding nabestaanden
De rechtbank bepaalde eerder dat de man schadevergoeding aan de vader en de moeder van de overleden politieagent moest betalen. In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. werd duidelijk dat de verzekeraar van de man de schadevergoedingen heeft uitgekeerd en daarom hebben de ouders afgezien van het vorderen van schadevergoeding in de strafzaak. De broer van het slachtoffer had ook een schadevergoeding voor affectieschade geëist, maar het hof heeft de broer in die vordering niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard. Reden daarvoor is dat affectieschade slechts kan worden toegewezen aan een beperkte kring van personen. Broers vallen daar niet onder, behalve in uitzonderlijke gevallen. De vordering is op dat laatste punt volgens het hof onvoldoende onderbouwd.