's-Hertogenbosch|

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch stelt prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch stelt zogenoemde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een strafzaak over valsheid in geschrift. In deze zaak draait het om de vraag of een vreemdeling in Nederland kan worden vervolgd voor het in het buitenland in strijd met de waarheid invullen van een formulier van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In twee eerdere zaken is door rechters in een vergelijkbare situatie geoordeeld dat Nederland geen rechtsmacht heeft en dat het Openbaar Ministerie (OM) die zaken dus niet voor de rechter had mogen brengen. Het OM werd in die zaken niet-ontvankelijk verklaard. In die twee zaken werd geen cassatieberoep ingesteld. Het hof wil in het belang van de rechtszekerheid en rechtseenheid dat de Hoge Raad duidelijkheid geeft of Nederland in dit soort zaken rechtsmacht heeft.

Prejudiciële vragen

Prejudiciële vragen zijn rechtsvragen over de uitleg van een rechtsregel die een rechter voorlegt aan een hogere rechter, in dit geval de Hoge RaadHoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast.. Daaraan kan behoefte bestaan als de Hoge Raad over die vraag niet eerder heeft beslist. Het gaat om vragen die zich voordoen in een concrete zaak die bij een rechtbank of gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. in behandeling is. De mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen is verbonden aan een aantal voorwaarden. Zo moet het antwoord op de vraag niet alleen nodig zijn voor het nemen van een beslissing in de zaak zelf, maar ook van voldoende belang zijn voor beslissingen in soortgelijke zaken. 

Waar gaat de zaak over

De verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. in deze zaak, afkomstig uit Syrië, wordt ervan beschuldigd dat hij in 2021 in Turkije een formulier van de IND valselijk heeft opgemaakt door in strijd met de waarheid te vermelden dat hij niet gehuwd is (geweest) en niet de zorg heeft over kinderen. Dit formulier is bedoeld voor een nareisprocedure met als doel gezinshereniging in Nederland. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat het betreffende formulier niet de waarheid bevat en dat hij heeft gelogen. De reden hiervoor was dat hij niet naar Nederland zou mogen komen als hij de waarheid zou vertellen. 

Wanneer een vreemdeling in het buitenland een strafbaar feit pleegt, kan hij daarvoor niet zomaar in Nederland worden vervolgd en berecht. Daar moet rechtsmacht voor zijn. In deze zaak is de vraag aan de orde of rechtsmacht in Nederland kan worden gebaseerd op artikel 4 onder d van het Wetboek van Strafrecht . Er moet dan sprake zijn van valsheid in geschrift, ‘gepleegd tegen een Nederlandse overheidsinstelling’. 

Tussenuitspraak 

Het hof heeft op 3 maart 2026 de zaak van verdachte behandeld en is tot de conclusie gekomen dat, gelet op de eerdere uitspraken waarin het OM niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. werd verklaard en het feit dat er op dit moment nog meer soortgelijke zaken lopen, er een zaaksoverstijgend belang van voldoende gewicht is om aan de Hoge Raad te vragen helderheid te bieden over de vragen die hier aan de orde zijn.

In afwachting van de beslissing van de Hoge Raad doet het hof daarom geen einduitspraak maar een tussenuitspraakUitspraak waarbij de rechter geen eindbeslissing geeft, maar bijvoorbeeld een bewijsopdracht of onderzoek beveelt waarvan de beslissing van de zaak afhankelijk kan zijn (Ook wel interlocutoir vonnis genoemd). in deze zaak. 

Dit is een beknopte samenvatting van de tussenuitspraak. De volledige tussenuitspraak is gepubliceerd op Rechtspraak.nl