In hoger beroep celstraf en vrijspraak voor schietpartij in Goes
Ruzie
De 24-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. en het latere slachtoffer hadden op de parkeerplaats in Goes afgesproken om een ruzie te bespreken. Hij kwam samen met zijn 26-jarige vriend, de latere schutter. Ook van het slachtoffer waren enkele vrienden aanwezig. Het slachtoffer sloeg de 24-jarige verdachte en liep naar zijn auto. Daarbij is hij in de rug geschoten door de 26-jarige verdachte en overleed kort daarna aan zijn verwondingen.
Geen moord maar doodslag
Volgens het hof zijn er geen aanwijzingen dat de verdachten van te voren het plan hadden om het slachtoffer van het leven te beroven. Daarom is er geen sprake van moordHet opzettelijk en volgens plan (met voorbedachten rade) iemand van het leven beroven. Maximale straf: levenslang., maar van doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord., aldus het hof.
Onvoldoende bewijs voor medeplegen

Volgens de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. waren beide verdachten schuldig aan doodslag. De schutter heeft bekend op het slachtoffer te hebben geschoten. De medeverdachte zou daarvoor de opdracht hebben gegeven. Het hof ziet dit anders.
Het slachtoffer was met een aantal vrienden op de parkeerplaats. Slechts één van hen heeft verklaard dat hij de 24-jarige heeft horen roepen “schiet hem”, de anderen niet. De verklaring van één getuige is volgens het hof onvoldoende om te bewijzen dat de 24-jarige verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van doodslag op het slachtoffer.
Ook als er wel voldoende bewijsEen document of stuk dat een standpunt ondersteunt. zou zijn dat de 24-jarige “schiet hem” heeft geroepen, is daarmee nog niet zonder meer voldaan aan de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, die voor het medeplegen van doodslag vereist is.
Celstraf en vrijspraak
Het hof spreekt de 24-jarige verdachte vrij omdat er onvoldoende bewijs is voor medeplegen van doodslag. De 26-jarige schutter krijgt een celstraf opgelegd van 12 jaar. Dit is lager dan de 15 jaar cel die de rechtbank oplegde. Nu de medeverdachte wordt vrijgesproken is er geen sprake meer van strafverzwarend medeplegen. Vooral daarom is de opgelegde celstraf voor de schutter nu lager. Verder moet hij de moeder van het slachtoffer een schadevergoeding betalen van ruim 25.000 euro.