In hoger beroep tot 21 jaar cel voor doodslag en brandstichting bij woningoverval

Het slachtoffer was een bekende van de vrouw. De verdachten reisden samen vanuit Polen naar de woning van het slachtoffer met als doel hem te beroven. Het was uitdrukkelijk de bedoeling dat het slachtoffer thuis was. Ook was afgesproken dat het slachtoffer vastgebonden zou worden. Daarbij hebben de verdachten chloroform uit Polen meegenomen. Nadat de verdachten zeker wisten dat het slachtoffer thuis was, zijn zij beiden zijn woning binnengegaan. Vervolgens is de voorgenomen beroving geëscaleerd omdat het slachtoffer zich hevig verzette. De verdachten sloegen het slachtoffer met meerdere voorwerpen op het hoofd en bonden zijn voeten vast. Het slachtoffer werd bedwelmd met de chloroform en is uiteindelijk door verwurging om het leven gebracht. Na afloop stichtte de vrouwelijke verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. brand in de woning van het slachtoffer.
Oordeel hof
Op basis van de resultaten van het opsporingsonderzoek en de verschillende en tegenstrijdige verklaringen van de verdachten kan geen volledig beeld worden verkregen over wat er in de woning precies is gebeurd en door wie het slachtoffer uiteindelijk door verwurging om het leven is gebracht. Wel staat voor het hof vast dat de verdachten als enigen – naast het slachtoffer – in de woning aanwezig waren tijdens het geweld en het uiteindelijke overlijden van het slachtoffer.
Medeplegers doodslag
Door de nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten, is het hof net als de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt., van oordeel dat zij beiden medeplegers van de doodslag zijn. Omdat de doodslag werd gepleegd om een ander strafbaar feit te vergemakkelijken, namelijk de diefstal, is er sprake van gekwalificeerde doodslag. Hierop staat een hogere straf.
Het hof weegt in de strafoplegging mee dat de vrouw als initiatiefnemer haar connectie met het slachtoffer heeft misbruikt om hem te beroven en dat de man al eerder voor afpersing en diefstal is veroordeeld in Polen. Het samen plegen van de diefstal, de doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord. en de brandstichting, heeft voor de vrouw geleid tot een gevangenisstraf van 21 jaar. Het hof spreekt de man vrij van het medeplegen van de brandstichting en legt hem een gevangenisstraf op van 20 jaar.
Ook moeten de verdachten aan de minderjarige dochter van het slachtoffer ruim 38.000 euro schadevergoeding betalen.