In hoger beroep veroordeling voor doodslag op woonwagenkamp
In juni 2018 vond er ‘s nachts een schietpartij plaats op een woonwagenkamp in Oss. De politie trof daar op een grasveldje een neergeschoten man aan. Het slachtoffer had meerdere schotwonden en overleefde de schietpartij niet. Aanleiding voor de schietpartij was een onbeduidende ruzie die was ontstaan na een feest de avond ervoor.
In deze zaak waren twee verdachten; een 30-jarige man en 32-jarige man. Het hof veroordeelt de 32-jarige man en in de zaak van de 30-jarige man wordt het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. (OM) niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Meerdere scenario’s
Tijdens het opsporingsonderzoek kwamen er bij de politie inlichtingen binnen dat de 30-jarige verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. het slachtoffer zou hebben doodgeschoten. Enkele dagen na de schietpartij meldde hij zich bij de politie. Hij verklaarde dat hij had geschoten, maar wilde geen nadere vragen beantwoorden. Later kwamen er inlichtingen binnen dat juist de 32-jarige verdachte het slachtoffer zou hebben doodgeschoten, maar de andere verdachte de schuld hiervan op zich zou nemen.
Uit camerabeelden en verklaringen bleek dat zij samen aankwamen op het woonwagenkamp en het onderzoek bood ruimte aan meerdere scenario’s, maar volgens de rechtbank Oost-Brabant- U verlaat Rechtspraak.nl werd onvoldoende duidelijk wie van de twee verdachten de daadwerkelijke schutter was. De twee mannen werden daarom allebei vrijgesproken van hun betrokkenheid bij de dodelijke schietpartij.
Oordeel hof
Het hof komt nu tot een ander oordeel en vindt het scenario dat de 32-jarige man het slachtoffer heeft doodgeschoten wél overtuigend. In 2018 liep tegen onder andere de 32-jarige verdachte, zijn vader en de 30-jarige verdachte een grootschalig politieonderzoek waardoor destijds al gesprekken werden afgeluisterd. Het hof vindt – anders dan de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt. – dat het niet anders kan dan dat de inhoud van die gesprekken betrekking heeft op de schietpartij, vanwege verschillende feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang, zoals de details die in die gesprekken aan de orde komen, het moment waarop die gesprekken zijn gevoerd en wie de gespreksdeelnemers zijn. Het hof leidt uit de inhoud van die gesprekken daarom af dat de 32-jarige man het slachtoffer heeft doodgeschoten en veroordeelt hem tot 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag.
In de zaak tegen de 30-jarige man wordt het OM niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. verklaard in het hoger beroep, omdat het OM geen opmerkingen meer had bij de beslissing van de rechtbank.
Dit is een beknopte samenvatting van de uitspraak. De volledige uitspraak is gepubliceerd op Rechtspraak.nl