's-Hertogenbosch|

Ook in hoger beroep jarenlange celstraf na liquidatie in Eindhoven

Het gerechtshofGerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. ’s-Hertogenbosch heeft een 51-jarige man veroordeeld tot 20 jaar cel. Hij werd verdacht van het in 2015 doodschieten van een 31-jarige man. De rechtbank Oost-Brabant legde hem eerder een celstraf van 22 jaar op.

Opgewacht op parkeerterrein

Afbeelding ter illustratie

De man wachtte het slachtoffer in april 2015 op bij het parkeerterrein van het Van der Valkhotel in Eindhoven. Eerder was hij getipt dat het slachtoffer daarheen zou gaan. Toen het slachtoffer stopte voor de slagboom, kwam de man tevoorschijn uit de struiken en schoot het slachtoffer in koelen bloede dood. Daarna maakte hij zich uit de voeten. Een jaar voor de liquidatie heeft de man het slachtoffer al ernstig mishandeld met een ijzeren pijp.



Op basis van telefoongegevens, registratiecamera’s en DNA-materiaal op twee gebruikte kogelhulzen kon de man als schutter worden aangemerkt.



Kroongetuige

In hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter. droeg het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. een kroongetuige aan: tegen hem zou de man meer hebben verteld over zijn rol voor en tijdens de liquidatie. De kroongetuige is diverse keren gehoord door zowel de raadsheer-commissaris als het hof. Het hof vindt zijn verklaringen echter onbetrouwbaar en gebruikt deze daarom niet als bewijs. 

20 jaar cel na overschrijding redelijke termijn

De behandeling van het hoger beroepHet opnieuw behandelen van een zaak door een rechter. heeft te lang geduurd, waardoor de redelijke termijn is overschreden.. Dat is deels een gevolg van door de verdediging ingediende nieuwe onderzoekswensen, maar ook een gevolg van het aandragen van de kroongetuige door het OM Het hof heeft hier rekening mee gehouden en legt de man 20 jaar gevangenisstraf op.



De moeder van het slachtoffer had schadevergoeding, waaronder smartengeld geëist. Het smartengeld kan op grond van de toen geldende wet niet worden toegewezen, zodat de vordering niet-ontvankelijkNiet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een zaak is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. In het strafrecht kan ook het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zijn als bijvoorbeeld de opsporing en vervolging niet fatsoenlijk zijn verlopen. is verklaard. Inmiddels heeft op 1 januari 2019 een wetswijziging plaatsgevonden, maar in deze zaak dateert het feit van voor die datum.