Verdachten wederom niet verantwoordelijk voor dood slachtoffer bij poging tot stelen van hennep
Poging tot diefstal van hennep

In de nacht van 16 februari 2016 heeft een groep van 9 verdachten ingebroken in een woning in Ossendrecht om de daar aanwezige hennep te stelen. Tijdens de inbraak werden zij echter overlopen door de bewoner. Er volgde een schietpartij en de bewoner kwam door het vuurwapengeweld om het leven. Twee van de verdachten zijn korte tijd later zelf overleden en konden dus niet terechtstaan in deze zaak.
De belangrijkste vraag, zowel bij het hof als eerder bij de rechtbankRechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken zoals echtscheidingen, misdrijven, geldvorderingen, en de meeste bestuursrechtelijke geschillen. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank zetelt., was of alle mannen verantwoordelijk gehouden konden worden voor het overlijden van de bewoner.
Deels vrijspraak
Het Openbaar MinisterieValt onder het ministerie van Justitie. Geeft leiding aan het opsporingsonderzoek van de politie en vervolgt de verdachten. ging bij 5 mannen uit van het medeplegen van een poging tot diefstal met geweld de dood ten gevolg en eiste gevangenisstraffen tot 8 jaar. Bij 2 andere mannen ging het Openbaar Ministerie uit van medeplichtigheid bij alleen een poging tot diefstal.
Alle mannen worden, net als eerder bij de rechtbank, vrijgesproken van het medeplegen van een gekwalificeerde doodslagHet iemand van het leven beroven zonder dat sprake is van een van tevoren beraamd plan. Wel moet er opzet in het spel zijn, want anders is het hoogstens dood door schuld. De maximumstraf voor doodslag is vijftien jaar gevangenisstraf. Zie ook: Moord.. Dat is conform het standpunt van het Openbaar Ministerie en de verdediging.
Het hof spreekt hen ook vrij van het gebruikte geweld en de daaropvolgende dood van het slachtoffer. Het hof stelt, anders dan de rechtbank, vast dat een van de twee inmiddels overleden medeverdachten tijdens de inbraak het vuurwapen bij zich droeg en heeft gebruikt. Vanwege de manier waarop de tenlasteleggingDeel van de dagvaarding in strafzaken waarin staat waar het Openbaar Ministerie de verdachte van beschuldigt. is geformuleerd, kan het hof de overige 7 mannen niet veroordelen voor het vuurwapengeweld. De mannen hadden op zich wel rekening moeten houden met het gebruik van enig geweld. Echter vindt het hof dat vuurwapengeweld in dit specifieke geval voor de andere mannen niet voorzienbaar was en ook niet als een reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid in het plan besloten lag. De mannen worden daarom alleen veroordeeld voor het medeplegen van de poging tot diefstal met braak.
De mannen waren namelijk allen op de hoogte van het plan: het inbreken en stelen van hennep uit de woning en iedere verdachteIemand over wie aanwijzingen bestaan dat hij mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd. De wet spreekt over "een redelijk vermoeden van schuld". Een verdachte wordt pas dader genoemd nadat hij is veroordeeld. had daar een voldoende bijdrage aan om van medeplegen te kunnen spreken.
Fors lagere straffen dan geëist
Het hof sluit zich aan bij de straffen die de rechtbank Zeeland-West-Brabant eerder oplegde vanwege de vrijspraakBeslissing van de rechter als hij het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen acht. voor het vuurwapengeweld en het gevolg daarvan. Maar omdat de behandeling van de zaak langer duurde dan mag worden verwacht, is er een strafkorting toegepast. De straffen variëren van 6 tot 10 maanden.
Omdat de mannen niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor het overlijden van de bewoner, kunnen de nabestaanden geen aanspraak maken op een schadevergoeding die door de mannen zou moeten worden betaald.