Waarom is die rechtsstaat zo belangrijk?

Henk Naves, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, in gesprek met Rechtspraak Reporter Liz over het belang van de rechtsstaat en de rol die de Rechtspraak daarbij heeft.

Jaarbericht

In zijn jaarbericht vertelt Henk Naves over de verantwoordelijkheid van de Rechtspraak om onafhankelijk en transparant te zijn en hoe zij het vertrouwen van mensen moet verdienen en behouden.

Het belang van vertrouwen en reflectie

Beste lezer,

Dit jaarverslag is een van de manieren waarop de Rechtspraak verantwoording aflegt aan de samenleving. We zijn natuurlijk niet de enige organisatie die in een jaarverslag vertelt wat ze het voorgaande jaar heeft gedaan. Toch vind ik de publicatie van zo’n terugblik altijd een belangrijk moment. Voor de Rechtspraak is het namelijk veel meer dan alleen een wettelijke verplichting. 

Waar de wetgevende en uitvoerende macht via verkiezingen door de samenleving worden gecontroleerd en bijgestuurd, geldt dit niet voor de rechtsprekende macht. Rechters zijn onafhankelijk en voor het leven benoemd. Dit wapent hen tegen invloed van buitenaf als zij worden gevraagd een objectief oordeel te geven over de zaak die voor hen ligt. Het is een noodzakelijke bescherming van de maatschappelijke rol van de rechter, maar het betekent ook dat de samenleving een deel van haar controle uit handen geeft. Dat is niet zonder betekenis. Het is daarom belangrijk dat iedereen weet dat rechters en de Rechtspraak als organisatie hun bijzondere verantwoordelijkheid zeer serieus nemen en transparant willen zijn over hoe zij deze invullen. Ons jaarverslag is een mooi voorbeeld van hoe we dit als organisatie doen. Daarnaast zijn wij natuurlijk gewoon erg trots op ons werk en laten we graag zien hoe we omgaan met het vertrouwen dat de samenleving in ons stelt.

In de eerste plaats draait het werk van iedereen bij de Rechtspraak natuurlijk om het mogelijk maken van onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak. Daarnaast is de rode draad in dit jaarverslag dat wij op allerlei manieren bezig zijn om rechtspraak beter aan te laten sluiten op wat de samenleving nodig heeft. We verbeteren niet alleen de digitale toegang tot de rechter, we zijn met wijkrechtspraak in wijkcentra en buurthuizen ook fysiek dicht bij de mensen die een beroep op ons doen. We voorkomen escalatie van conflicten en een onnodige gang naar de rechter door de inzet van mediation, waardoor partijen duurzaam met elkaar in gesprek blijven.

Het zijn initiatieven die ooit zijn ontstaan omdat iemand in onze organisatie hoorde dat er behoefte aan was. Bijvoorbeeld van mensen in de zittingszaal, tijdens een overleg met ketenpartners of gewoon op een familiebijeenkomst. We geven in onze organisatie veel ruimte voor innovatieve ideeën vanuit de gedachte dat ze ons helpen om aansluiting te blijven houden bij de wensen van de samenleving. Soms hoor ik dat de Rechtspraak wel érg veel nieuwe plannen heeft. Hoewel we oog moeten houden voor het verder implementeren van succesvolle innovaties, vind ik het juist positief dat het er veel zijn. Het laat zien dat we luisteren en beter willen worden. Neem het online platform voorRecht-rechtspraak, uitgeroepen tot beste overheidsinnovatie van het jaar, waar met een verkenner en chatbot jurisprudentie, tips en andere informatie wordt ontsloten. Een initiatief dat ooit is begonnen om hulp te bieden bij conflicten en problemen binnen VVE's, maar inmiddels ook informatie biedt rondom het thema (ver)bouwen en op termijn voor nog meer onderwerpen. 

Bijna 1,5 miljoen keer per jaar beslist de rechter of iets wel of niet mag, of iemand schuldig is of vrijuit gaat, of een vordering wordt toe- of afgewezen. Je kunt zeggen dat de rechter die macht is toebedeeld, dat ons systeem nou eenmaal zo werkt en dat daarmee de kous af is. Zo werkt het gelukkig niet en ik denk dat het snel gedaan zou zijn met de rechtsstaat als dit wel zo was. Want hoewel de macht van de rechter is verankerd in onze Grondwet, hebben wij geen enkel middel om een rechterlijke uitspraak af te dwingen. Ons rechtssysteem werkt omdat ú ons de rechtsprekende macht gunt. U vertrouwt erop dat wij ons werk naar eer en geweten doen en dat ons werk acceptabele en rechtvaardige resultaten oplevert. We zien in de roerige wereld om ons heen hoe snel het kan gaan als het recht niet meer wordt gerespecteerd. Dan blijkt het recht snel tandeloos en een papieren werkelijkheid.

Gelukkig leven we in een van de sterkste democratische rechtsstaten ter wereld. Dat willen we graag zo houden en de Rechtspraak zal zich daar altijd voor blijven inzetten. Dit betekent in de eerste plaats dat we elke dag laten zien dat we ons uiterste best doen om onafhankelijke, onpartijdige en deskundige rechtspraak te leveren. En dat we transparant en duidelijk over ons werk communiceren en onze dienstverlening optimaliseren. Maar dat is niet genoeg. Om aan uw verwachtingen te kunnen voldoen, moeten we begrijpen wat in de samenleving leeft. We moeten ons oor te luisteren leggen, zoals we bijvoorbeeld doen met ons klantonderzoek onder burgers en professionals. Zo krijgen we beter inzicht in wat voor hen belangrijk is in onze dienstverlening. Bij zogeheten spiegelbijeenkomsten vragen we professionals en rechtzoekenden wat zij van ons werk vinden en hoe het beter kan. We doen dit ook door, in de zittingszaal en daarbuiten, te blijven kijken of er knelpunten zijn in wetgeving en uitvoering van wetten en regels waardoor deze mogelijk tot onrechtvaardigheid leiden. 

In dit jaarverslag belichten we bijvoorbeeld de effecten van het stikstofdossier. De problematische gevolgen voor direct betrokkenen zien we terug in de zittingszaal. Het gaat om mensen die getroffen worden door belemmeringen bij de bouw van woningen, bedrijven en boeren die vergunningen verliezen of in hun bedrijfsvoering worden beperkt, en de natuur die wordt getroffen door het uitblijven van doeltreffende maatregelen. Ook vragen we (weer) aandacht voor de aanhoudende tekorten in de jeugdketens. In het civiel jeugdrecht, het familierecht en het jeugdstrafrecht zien rechters dat jongeren niet de hulp krijgen die ze nodig hebben.

Toen wij een paar jaar geleden begonnen met het benoemen van dit soort knelpunten, vonden we dat best spannend. Traden we hiermee niet buiten onze verantwoordelijkheid als staatsmacht? Die angst bleek ongegrond. Onze adviezen leiden geregeld tot constructief overleg met de andere staatsmachten. We spannen ons in om de rechtsstaat beter te laten werken voor burgers, organisaties en bedrijven. Zo wordt onrecht aangepakt, of in ieder geval in beeld gebracht, zonder dat we de grenzen van de trias politica overschrijden.

Want dat is uiteindelijk waar het om draait: het voorkomen of herstellen van onrecht. Dat betekent óók dat we in de spiegel moeten kijken en het lef moeten hebben om zelf onze grootste criticus te zijn. Doen we dingen omdat we er écht achter staan, of vooral omdat we het altijd zo hebben gedaan? Die laatste gedachte was in mijn ogen een kiem voor de toeslagenaffaire en ik vind dat we de harde lessen die we daaruit hebben getrokken nog veel breder kunnen toepassen. Om maar eens wat vragen op te werpen: Waarom worden in Nederland veel meer verdachten in voorlopige hechtenis geplaatst dan elders in Europa? Zijn korte gevangenisstraffen eigenlijk wel effectief? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we meer oog hebben voor zaken waarbij sprake is van intieme terreur of femicide? Moeten we ons niet veel kwetsbaarder opstellen en harder durven zeggen dat ook de onafhankelijke, onpartijdige en kundige rechter een mens van vlees en bloed is met onbewuste vooroordelen? Als we onszelf deze vragen durven stellen, denk ik dat we recht doen aan het vertrouwen dat de samenleving in ons heeft. Gelukkig voeren we binnen de Rechtspraak deze gesprekken steeds vaker, ook met hulp van mensen die niet in onze organisatie werken. Zo’n blik van buiten is erg behulpzaam.

Het vertrouwen in de rechter is nog altijd groot. Gelukkig maar, want ik ben ervan overtuigd dat vertrouwen in een stevige rechtsstaat een voorwaarde is voor een welvarende samenleving. En mensen die leven in een rechtsstaat leiden doorgaans een gelukkiger bestaan. Wij gaan door met het bieden van onafhankelijke rechtspraak en blijven verbeteren waar dat kan. Ik hoop dat dit jaarverslag u helpt om een beeld te krijgen van het werk dat wij elke dag met zeer veel toewijding doen. Weet dat wij ervan doordrongen zijn dat uw vertrouwen de legitimatie van ons werk vormt. Dank dat u de tijd neemt om dit jaarverslag te bekijken. 

Henk Naves,
Voorzitter Raad voor de rechtspraak

De rol van de rechter

De rechter beoordeelt geschillen tussen mensen, organisaties, bedrijven en de overheid neutraal en op basis van het recht. De rechter onderzoekt de feiten, past de (rechts)regels toe en neemt een besluit. Dit gebeurde in 2025 bijna anderhalf miljoen keer, mogelijk gemaakt door ruim 2.700 rechters en meer dan 10.000 collega’s.

Onpartijdig

Een rechtszaak kan gaan over persoonlijke kwesties, maar ook over maatschappelijk beladen thema’s zoals het klimaat- of asielbeleid. En alles er tussenin. Een rechter moet een oordeel vellen hoe het juridisch in elkaar zit en doet dat onpartijdig, onafhankelijk en rolvast. Als de rechter een uitspraak doet die mogelijk politieke gevolgen heeft, betekent dit niet dat het een politieke uitspraak is.

Versterken van de rechtsstaat

De rechtsstaat is een kostbaar bezit en is nooit af. De rechtsstaat ontwikkelt zich met de samenleving mee.

Constitutionele toetsing

In de meeste Europese democratieën kunnen rechters toetsen of wetten in strijd zijn met de grondrechten van mensen zoals deze in de Grondwet staan. In Nederland mogen rechters dit niet.

De Rechtspraak is er voorstander van dat de rechter kan toetsen aan klassieke grondrechten in de Grondwet. Dit zijn onder andere het kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod.

In 2025 deed de regering een voorstel om de Grondwet te wijzigen, waardoor deze zogenoemde constitutionele toetsing mogelijk zou worden.

Zie ook: Maak toetsen door rechter aan Grondwet mogelijk

Benoemingen

De Rechtspraak pleit ervoor om de rol van de minister bij de benoeming van leden van de Raad voor de rechtspraak af te schaffen. Om de (institutionele) onafhankelijkheid van de Raad verder te waarborgen, zou de positie van de Raad moeten worden opgenomen in de Grondwet.

In het coalitieakkoord staat dat het huidige kabinet van plan is de benoeming van de leden van de Raad voor de rechtspraak onafhankelijk te maken van de minister.

Zie ook: 'Schaf rol minister bij benoemingen Raad voor de rechtspraak af'

Burgerschapsonderwijs

In zijn advies over de Wet uitwerking burgerschapsopdracht benadrukte de Raad voor de rechtspraak (de Raad) in 2025 het belang van burgerschapsonderwijs. Het is belangrijk dat jongeren leren dat eerlijke, onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak een noodzakelijke voorwaarde is voor een democratische rechtsstaat.

Zie ook: 'Geef ook rechtspraak een plek in burgerschapsonderwijs'

Uitgelicht: meewegen huiselijk geweld bij gezag en omgang

Vader en moeder zijn in 2022 uit elkaar gegaan. De rechtbank heeft een co-ouderschapsregeling vastgesteld voor hun twee kinderen. Het gezamenlijk ouderlijk gezag is in stand gelaten.

Trends in wetgeving en beleid

Welke trends zijn te zien in de wets- en beleidsvoorstellen die aan de Raad voor de rechtspraak zijn voorgelegd?

Zorgvuldigheid van het wetgevingsproces onder druk

Het jaar 2025 was een bijzonder jaar op wetgevingsgebied. Niet eerder bracht de Raad in een jaar zoveel wetgevingsadviezen uit: 73, tegen 43 in 2024 en 52 in 2023. Bij de Raad leven zorgen over de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces. De kwaliteit van het wetgevingsproces staat onder druk, waardoor ook de kwaliteit en de uitvoerbaarheid van wetgeving in het gedrang kunnen komen.

Ondanks de in artikel 95 van de Wet op de rechterlijke organisatie verankerde wettelijke adviestaak van de Raad, is het formeel consulteren van de Raad over wetgeving met gevolgen voor de rechtspleging in 2025 in de praktijk geen vanzelfsprekendheid gebleken. Adviezen van adviesorganen en uitvoeringsorganisaties zijn echter wél een extra waarborg voor de kwaliteit en uitvoerbaarheid van wetgeving.

De Raad bracht in 2025 ook een aantal spoedadviezen uit naar aanleiding van door Kamerleden ingediende amendementen. Via een amendement kan (een onderdeel van) een wetsvoorstel (ingrijpend) worden gewijzigd. De hierbij gehanteerde adviestermijnen zijn in de regel onverantwoord kort. Zo bedroeg de reactietermijn op de amendementen bij de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel één dag.

Uitvoerbaarheid van wetgeving

Na de toeslagenaffaire werd de noodzaak van uitvoerbare wetgeving nog duidelijker. In zijn advies over de asielwetgeving in 2025 is de Raad dan ook uitvoerig op die (on)uitvoerbaarheid ingegaan. Ook heeft de Raad bij zijn advisering gewezen op de complexe samenhang en de samenloop met, en afwijkingen tussen, de verschillende nationale wetsvoorstellen (Asielnoodmaatregelenwet en Wet invoering Tweestatusstelsel) en het Europees Asiel- en migratiepact. De Rechtspraak hecht er daarom bijzonder sterk aan dat deze twee nationaal voorgestelde wetten, als ze worden aangenomen door de Eerste Kamer, niet in werking treden voordat het Europees Asiel- en migratiepact op 12 juni 2026 van toepassing wordt. Onzekerheid en onduidelijkheid, en veel inzet van capaciteit bij diverse organisaties op diverse niveaus, hadden voorkomen kunnen worden als voorrang was gegeven aan het opstellen van implementatiewetgeving van het Europees Asiel- en migratiepact.

Rechtspraak in twee instanties onder druk

De geconstateerde druk op rechtspraak in twee instanties was voor de voorzitter van de Raad aanleiding om de informateur op 20 november 2025 in een brief op te roepen het uitgangspunt van rechtspraak in twee instanties te blijven hanteren. Hieraan tornen om de urgente problemen van vandaag op te lossen, kan ertoe leiden dat de rechtsbescherming van morgen tekortschiet. In zijn brief aan de informateur waarschuwde de voorzitter van de Raad dat het hier gaat om spelregels voor de overheid met betrekking tot de rechtsbescherming van mensen met een zwakke positie.

Natuurlijk moeten rechterlijke procedures zo snel mogelijk verlopen, en daarin heeft de Rechtspraak onmiskenbaar een verantwoordelijkheid. Maar we moeten oppassen dat de begrijpelijke politieke wil om problemen op te lossen niet ten koste gaat van de rechtsbescherming van mensen. De Raad heeft de regering daarom opgeroepen een toetsingskader rechtsbescherming te maken, waarin heldere kaders worden opgenomen wanneer (tijdelijke) versobering van rechtspraak gerechtvaardigd is. Daarbij moet een balans worden gevonden van alle betrokken belangen.

Wetgeving die aan grondrechten raakt

De Rechtspraak zag in 2025 veel wetsvoorstellen passeren die aan grondrechten raken. De aan de Raad ter advisering voorgelegde wetsvoorstellen lieten een gemengd beeld zien.

Zo waren er wetsvoorstellen die naleving van grondrechten beogen te bevorderen. Een voorbeeld is het wetsvoorstel om de Grondwet te veranderen, zodat rechters wetten aan de Grondwet kunnen toetsen.

De Rechtspraak zag ook een aantal wetsvoorstellen langskomen waarbij sprake was van mogelijke spanning met grondrechten, vooral in het strafrecht. Een voorbeeld hiervan is het initiatiefwetsvoorstel Wet zelfstandig gebiedsverbod. Het verplichte karakter van het gebiedsverbod en de uitgebreide omvang ervan zouden tot een ernstige inbreuk op de grondrechten van veroordeelden kunnen leiden.

Knelpunten in wetgeving en uitvoering

Sinds een aantal jaar benoemt de Rechtspraak in haar jaarverslag knelpunten in wetgeving die ze bij het rechtspreken ziet.

Bestuursrecht

Stikstof

Het stikstofdossier raakt de gehele maatschappij. Burgers worden getroffen door de belemmeringen voor woningbouw en infrastructuur. Bedrijven en boeren worden getroffen door het verlies van vergunningen en beperkingen in de bedrijfsvoering. De natuur (en indirect daardoor ook de maatschappij) wordt getroffen door het gebrek aan doeltreffende maatregelen om de crisis aan te pakken. Deze maatregelen moeten worden geïnitieerd door de wetgever. Het uitblijven daarvan leidt tot rechtszaken met grote gevolgen, zonder dat de rechter het onderliggende probleem kan oplossen.

Beroepen niet tijdig beslissen

Net als in eerdere jaren zag de Rechtspraak ook in 2025 de instroom van zaken waarin beroep wordt aangetekend tegen het uitblijven van een tijdige beslissing door de overheidsinstantie verder stijgen. Dit geldt met name bij het vreemdelingenrecht. Deze zaken vergen door de grote aantallen veel capaciteit. Het onderliggende probleem van uitvoeringsorganisaties die er steeds minder in slagen om binnen geldende termijnen besluiten te nemen, wordt er niet mee opgelost.

Vreemdelingenrecht

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) hoort de vreemdeling standaard niet bij visumbesluiten die zijn afgewezen in de bezwaarfase. Dit leidt in een aanzienlijk aantal zaken tot een gegrondverklaring van het beroep vanwege het schenden van de wettelijke hoorplicht. De IND moet vervolgens alsnog horen in de bezwaarfase en weer een beslissing op bezwaar nemen. Als dat een afwijzende beslissing is, komt de zaak vaak weer in beroep bij de rechtbank. Dit legt onnodig beslag op de behandelingscapaciteit bij de rechtbanken. 

WOZ- en bpm-zaken

Voor Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm)-zaken werd op 1 januari 2024 wetgeving van kracht, waarmee de wetgever beoogde het verdienmodel van no cure, no pay-gemachtigden te ontmoedigen. Deze wetgeving heeft weliswaar tot enigeverlaging van de instroom van deze zaken geleid bij de rechtbanken, maar nog niet bij de gerechtshoven. Bovendien wordt een beweging waargenomen waarbij no cure, no pay-gemachtigden hun werkterrein verleggen naar lokale heffingen waarop de nieuwe wetgeving niet van toepassing is.

Civiel recht

Erfprocesrecht

Erfrechtelijke geschillen worden steeds talrijker. Advocaten, notarissen én rechters worstelen in toenemende mate met versnipperd en onduidelijk procesrecht dat voor rechtzoekenden nauwelijks te doorgronden is. Knelpunten die ten aanzien van het huidige erfprocesrecht worden ervaren zijn onder meer:

  • onduidelijkheid over welke procedure moet worden gevolgd (dagvaarding of verzoekschrift);
  • versnippering van bevoegdheden tussen rechtbank en kantonrechter, waardoor samenhangende kwesties vaak niet in één procedure kunnen worden beslist;
  • ingewikkelde cumulatieproblemen bij procedures met meerdere belanghebbenden;
  • lastige procesrechtelijke complicaties door wisselende rollen van executeur, vereffenaar en bewindvoerder;
  • onduidelijkheid over toepasselijkheid van de regels van de Faillissementswet bij vereffening.

Vervaltermijnen in het arbeidsrecht

De wettelijke vervaltermijnen van artikel 7:686a van het Burgerlijk Wetboek (BW) blijken bij een ontslag op staande voet nogal eens te kort. De vervaltermijn voor het aanvechten van een ontslag (op staande) voet bedraagt namelijk slechts twee maanden. In het bijzonder arbeidsmigranten die werken via uitzendbureaus komen hierdoor in de problemen. Deze groep werknemers heeft vaak geen idee van hun arbeidsrechtelijke positie en heeft slecht toegang tot rechtshulpverlening. Het komt in de praktijk dan ook nogal eens voor dat zij te laat zijn met het aanvechten van het ontslag bij de rechter, waardoor hun rechten verdampen. Verlenging van de wettelijke vervaltermijn zou mogelijk kunnen helpen om dit knelpunt op te lossen.

Regeling beloning curatoren, mentoren en bewindvoerders

De Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren- U verlaat Rechtspraak.nl, opent in een nieuw tabblad, die per 1 januari 2015 in werking is getreden, is gaan knellen. In deze regeling wordt de financiering van professionele uitvoerders (curatoren, mentoren en bewindvoerders) geregeld. De kantonrechter kan afwijken van de standaardbeloning wegens uitzonderlijke omstandigheden. Van die mogelijkheid wordt steeds vaker gebruikgemaakt. Dat leidt tot verschillen in interpretatie en tot vragen aan de Hoge Raad. Het verdient overweging om de open normen in de hierboven genoemde regeling te schrappen en een vaste (hogere) beloning op te nemen met een helder en duidelijk afwegingskader voor de uitvoerders en kantonrechters.

Diagnostiek ouders

Het knelpunt ‘diagnostiek ouders’ is eerder in het Jaarverslag 2024 gesignaleerd. Dit knelpunt vraagt ook dit jaar om speciale aandacht omdat het verband kan houden met femicide en huiselijk geweld. Er is een gebrek aan goede diagnostiek (en behandeling) om te kunnen beoordelen wat er tussen ouders onderling en/of met hun kinderen speelt of heeft gespeeld. Regelmatig vallen de woorden ‘complexe scheiding’ of ‘strijd tussen ouders’, terwijl wellicht iets anders aan de hand is in de sfeer van huiselijk geweld of dwingende controle in huiselijke kring. Wil de rechter adequate uitspraken kunnen doen die de (thuis)situatie niet verergeren, dan zou hij in dit soort zaken beter geïnformeerd moeten worden door de betrokken instanties.

Algemeen: capaciteitstekorten in de jeugdketen

De capaciteitstekorten in de jeugdketen blijven de Rechtspraak zorgen baren, zoals ook in eerdere jaarverslagen is gesignaleerd. Dit speelt zowel in het civiel jeugdrecht, het familierecht als in het jeugdstrafrecht. Onderstaand een opsomming van geconstateerde tekorten:

  • Te weinig capaciteit bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Hierdoor nemen de wachtlijsten voor een onderzoek door de RvdK toe, duren echtscheidingszaken en gezags- en omgangzaken langer, verschijnt een medewerker van de RvdK niet bij de rechter, is er maandenlang geen contact van minderjarigen met (één van) hun ouders in afwachting van het advies van de RvdK en is heel lang onzekerheid over beëindiging of wijziging van het gezag over het kind.
  • Tekort aan capaciteit bij de gecertificeerde instelling (GI). Hierdoor zijn er zijn lange wachttijden voor hulptrajecten, stagneert onderzoek naar wat er aan de hand is in een gezin en wat nodig is om een kind weer thuis te laten wonen, zijn geen hulpverleners beschikbaar en krijgen ouders en kinderen met steeds wisselende hulpverleners te maken. 
  • Tekort aan bijzondere curatoren met een gedragswetenschappelijke achtergrond. Het kind ontbeert daardoor steun in de procedure, terwijl de zaken steeds complexer worden.
  • Tekort aan gesloten jeugdzorgplekken. Jongeren worden daardoor in alternatieve instellingen geplaatst die niet aansluiten bij hun problematiek.
  • Tekort aan hulp voor jeugdigen in een gesloten of open omgeving. Ze moeten daardoor langer wachten op een mogelijke schorsing van voorlopige hechtenis.
  • Tekort aan jeugdpsychiaters, waardoor jongeren langer op behandeling van hun zaak moeten wachten.
  • Tekort aan jeugdreclasseerders. In de fase van de voorlopige hechtenis lukt het daarom niet om (tijdig) een plan van aanpak te maken, waardoor de voorlopige hechtenis niet geschorst kan worden. Dit heeft weer gevolgen voor plaatsingsmogelijkheden in een justitiële jeugdinstelling, voor de doorlooptijden en voor de jongere zelf. Als de voorlopige hechtenis welwordt geschorst, blijkt vaak na maanden op de zitting dat door gebrek aan jeugdhulp of een jeugdreclasseerder niets van de grond is gekomen.
  • Geringe beschikbaarheid van Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd (KVJJ’s). Jongeren die vanwege hun persoonlijkheid en de aard van het gepleegde feit wel in aanmerking zouden komen, kunnen niet in een KVJJ worden geplaatst omdat ze te ver weg wonen.
  • Ook het tekort aan passende woningen werkt door in het familie- en jeugdrecht. Het belemmert niet zelden terugplaatsing bij (een van de) ouders en/of staat een contact(regeling) tussen een ouder en het kind in de weg.

Registratie van non-binaire personen

De Hoge Raad is twee keer verzocht om prejudiciële vragen te beantwoorden over de registratie van non-binaire personen (artikel 1:28 BW) in de registers van de burgerlijke stand. De Hoge Raad heeft afgezien van de beantwoording van deze vragen. Wetgeving op dit punt is gewenst.

Draagmoederschap

Zaken die gaan over draagmoederschap zijn complex. Ook voor de rechtzoekende. Via constructies en het afzien van termijnen moet het ouderschap uiteindelijk vorm krijgen. Allerlei procedures worden gecombineerd – ontkenning vaderschap, erkenning, gezagsoverdracht, adoptie – en moeten in één zaak leiden tot ouderschap van de wensouders. De Rechtspraak heeft in de loop van de tijd een route ontwikkeld waarlangs deze zaken worden behandeld en afgedaan. Het zou passender zijn als dit alles wordt ondervangen in wetgeving rondom draagmoederschap.

Hoogtechnologisch draagmoederschap

Ouderschap en nationaliteitsverkrijging bij hoogtechnologisch draagmoederschap zijn niet afdoende geregeld. Hierdoor ontstaan juridische en praktische problemen met toelating en verblijf, die tot uitdrukking komen in paspoort- of laissez-passerzaken. Op grond van de Nederlandse wet is de draagmoeder de juridische moeder (artikel 1:198 BW), terwijl het kind dat de draagmoeder draagt biologisch volledig afstamt van de Nederlandse ouders. Deze kinderen worden in het buitenland geboren omdat deze constructie in Nederland niet is toegestaan. Omdat het wettelijk niet mogelijk is om het kind als Nederlander te beschouwen, komt het ook niet in aanmerking voor een Nederlands paspoort of een laissez-passer. Het kind kan daardoor niet met de ouders naar huis reizen. Ouders zijn hierdoor gedwongen om een voorlopige voorziening bij de rechtbank te vragen. Dit knelpunt kan worden opgelost met wetgeving gericht op deze vorm van draagmoederschap.

Termijn herroeping adoptie

De termijn voor herroeping van adoptie op grond van artikel 1:231 lid 2 BW is drie jaar. Door herroeping van de adoptie is een kind niet langer het kind van de adoptieouders en wordt het weer kind van de oorspronkelijke ouder. De geadopteerde moet minimaal 20 en maximaal 23 jaar oud zijn. Deze leeftijdsgrenzen worden in nagenoeg alle zaken die aan de rechter worden voorgelegd overschreden. De rechter kan de termijneis met een beroep op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) terzijde schuiven. Herroepingsverzoeken worden in nagenoeg alle gevallen ook toegewezen. De leeftijdsgrenzen zouden uit de wet geschrapt moeten worden.

Meerderjarigenadoptie

Het te adopteren kind moet minderjarig zijn (artikel 1:228 lid 1 onder a BW). In de rechtspraktijk komen echter zeer geregeld verzoeken voor van meerderjarigen. De rechter wijst deze voor een groot deel toe met een beroep op artikel 8 EVRM, maar er zijn ook afwijzingen. Het verdient overweging de adoptiemogelijkheid van meerderjarigen in de wet te regelen.

Gezag

De huidige manier waarop het ouderlijk gezag is geregeld in Boek 1 BW leidt tot een wirwar van gezagsregels. De aanvullingen die er in de loop der jaren aan zijn toegevoegd, zoals het gezamenlijk ouderlijk gezag (1:253sa BW) en gezamenlijk gezag door erkenning (1:251b BW) maken het afleiden van gezag steeds complexer Hier zijn veel voorbeelden van te geven die het bestek van het jaarverslag te buiten gaan. De complexiteit wordt mede veroorzaakt door de wijze waarop het centraal gezagsregister is vormgegeven. Alleen beslissingen over gezag worden aangetekend. Gezag van rechtswege wordt niet geregistreerd en moet dus worden afgeleid uit de bestaande gegevens. Door het ontstaan van steeds meer verschillende vormen van gezinnen, is het afleiden van het gezag steeds complexer geworden. Een wettelijke herstructurering zou de praktijk helpen.

Strafrecht

Onduidelijkheden over de gedragsbeïnvloedende maatregel

Het eerder gesignaleerde knelpunt met betrekking tot de complexiteit en onduidelijkheden rond de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige (artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht) is nog steeds actueel. Indien een jeugdige zich niet aan een gedragsbeïnvloedende maatregel houdt, zijn er niet alleen onduidelijkheden per traject maar is het ook onhelder wanneer voor welk type terugmelding moet worden gekozen.

Algemeen

De aangekondigde wijzigingen in het Postbesluit en de Postregeling 2009, die de bezorgtijd van niet-zakelijke post verlengen, hebben gevolgen voor post van burgers, advocaten en bedrijven zonder zakelijk contract naar de gerechten. Zakelijke post van de Rechtspraak valt onder de rijksbrede postdienstverlening en volgt de aangepaste bezorgtijden. Dit heeft gevolgen voor de gerechten. De langere bezorgtijden veroorzaken (rechts)onzekerheid rondom fatale termijnen, vooral in het bestuursrecht, waar dit de ontvankelijkheid van procedures kan beïnvloeden. Vertragingen betekenen dat rechtzoekenden oproepen of beslissingen te laat ontvangen, met name bij bewindstelling, familie-, jeugd- en faillissementszaken.

Ook het aangetekend versturen van post (vanuit de gerechten) biedt geen soelaas, nu de Rechtspraak signalen en klachten ontvangt dat ook deze post vertraging in de bezorging kent. Door deze vertragingen wordt de toegang tot de rechter en de betrouwbaarheid van de rechtsgang bedreigd. Het is van belang te realiseren dat, hoewel digitalisering voortgang boekt, fysieke post voor veel rechtzoekenden nog essentieel is door een gebrek aan digitale vaardigheden. De Rechtspraak doet ook daarom een dringend beroep op het ministerie van Economische Zaken om postverkeer tussen procespartijen en gerechten prioriteit te geven, gelijk aan rouw- en medische post.

Eerdere knelpunten

De Rechtspraak vraagt in dit jaarverslag wederom aandacht voor knelpunten die eerder in jaarverslag(en) zijn opgenomen en niet zijn opgelost:

  • het wettelijk mogelijk maken dat gemachtigden binnen het belastingrecht en het bestuursrecht geweigerd kunnen worden conform de regeling van de kantonrechter in artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
  • maatwerkvoorziening opvang (weigering noodopvang);
  • tekort aan verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen.

(Internationale) Samenwerking

De Rechtspraak werkt samen met verschillende organisaties. Denk aan organisaties in de strafrecht- of migratieketen en aan overleg met de advocatuur. Deze samenwerking vindt plaats op landelijk, regionaal en lokaal niveau en is belangrijk om het rechtssysteem zo goed mogelijk te laten functioneren.

Ook internationaal werkt de Rechtspraak volop samen. Door middel van deelname aan internationale netwerken, - projecten en - uitwisseling wordt gewerkt aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en rechtsbescherming van mensen.

Internationale projecten

In 2025 is de Rechtspraak gestart met een project dat, met financiering van het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Raad voor de rechtspraak van Oekraïne (HCJ) ondersteunt bij het ontwikkelen en uitvoeren van een meerjarenstrategie. Daarnaast richt het project zich op thema’s als integriteit en leiderschap.

Er zijn projecten afgerond in Noord-Macedonië, Bosnië en Herzegovina en Suriname.

Europese netwerken